Door Ayla Hofstee
De offline criminaliteit onder minderjarigen en jongvolwassenen in Nederland is al bijna twintig jaar lang aan het dalen. Maar onze leefwereld digitaliseert, wat nieuwe vormen van criminaliteit schept en veel traditionele delicten een online karakter geeft. Jongeren houden zich hierdoor minder bezig met de ‘straatcriminaliteit’ zoals we die kennen en wagen zich liever aan de online onderwereld.
Zo geven 10- tot 23-jarigen steeds vaker aan dat ze weleens een online delict hebben gepleegd, zoals online fraude of bedreiging. Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) meet dit via zelfrapportages, waarbij jongeren anoniem bevraagd worden over hun criminele gedrag. In 2023 meldde vier tot negen procent van de jeugdige daders dat zij zich weleens schuldig maken aan online delicten. Dit speelt vooral onder minderjarigen van twaalf tot achttien jaar.
Online criminaliteit komt daarmee inmiddels onder jongeren net zo vaak voor als bepaalde soorten traditionele criminaliteit, zoals gewelds-en vermogensdelicten. Uit het Cybercrimebeeld Nederland 2024 van het Openbaar Ministerie en de politie komt dan ook naar voren dat veel cyberdaders al vroeg van start gaan met hun criminele carrière. Strafzaken over cybercriminele delicten gaan vooral om daders jonger dan 25 jaar. Maar hoe geraken zij in de cyberwereld en hoe voorkomen we dit?
Cafetaria-stijl
Luuk Bekkers, werkzaam bij het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR), onderzoekt hoe criminelen toetreden tot de cybercrime. In recent onderzoek analyseert hij bijna tachtig verdachten van financieel-economische cybercrime uit vijftien politieonderzoeken. Daders die gedreven zijn door geld, zoals plegers van online fraude, blijken op twee manieren in het cybercriminele circuit te belanden.
“We zien dat sommigen doorgroeien vanuit de offline traditionele criminaliteit”, legt Bekkers uit. “Deze groep was eerst betrokken bij inbraken of overvallen op straat om geld te verdienen. Nu doen zij in principe hetzelfde als voorheen, maar dan via het internet.” Deze daders zijn opportunistisch: ze maken al te graag gebruik van de mogelijkheden die de moderne technologie te bieden heeft om op korte termijn veel geld te verdienen. Soms werken deze criminelen zelfs ‘hybride’, door een combinatie van online en offline delicten. Hierdoor hebben ze een uitgebreid repertoire aan feiten die ze plegen, vergelijkbaar met het menu van een cafetaria: er is van alles wat. De werkwijze van de doorgroeiers wordt daarom ook wel ‘cafetaria-stijl’ genoemd.
Van kwaad naar erger
Andere daders met een financieel motief zijn juist nooit in aanraking geweest met strafbare feiten en maken een ‘frisse start’ in de cybercrime. “We zien dat dit vaak wat jongere daders zijn, zoals minderjarigen die nog bij hun ouders wonen”, vertelt Bekkers. “Ze stappen eigenlijk meteen de wereld van de criminaliteit in via het internet en stelen veel geld van slachtoffers, zoals ouderen.” Vaak vanuit het comfort van hun slaapkamer dus, zonder dat hun ouders hiervan op de hoogte zijn.
Deze jonge criminelen beginnen meestal met laagdrempelige delicten, zoals online advertentiefraude. Ze ‘verkopen’ bijvoorbeeld via Markplaats een product en leveren deze vervolgens nooit. Dit soort kleine vergrijpen kunnen opstapjes zijn naar ernstigere vormen van cybercrime. Daders leren nieuwe, illegale technieken en raken dieper geworteld in de cybercriminele netwerken. Zo houden jonge daders zich al snel bezig met phishing, waarbij ze mensen naar valse websites leiden om hun inlog- en betaalgegevens te verkrijgen. Of bankhelpdeskfraude, waarbij ze zich voordoen als bankmedewerkers en je ervan overtuigen dat er iets mis is met je rekening. Groter risico en meer winst.
‘Beginners’ die wel meteen betrokken zijn bij ernstige cyberdelicten starten vaak ook onderaan de ladder. Zo vertelde een van de onderzochte verdachten uit het onderzoek van Bekkers in een verhoor: “Het begon, ik zou niet zeggen onschuldig, maar met hele kleine taken, zoals het opzoeken van een telefoonnummer, waarna mijn rol steeds groter werd.” De verdachte zat diep in de schulden en had criminelen gecontacteerd om geld te verdienen, waardoor hij betrokken raakte bij phishing. Gaandeweg klom hij zijn weg omhoog.
Winst witwassen
Jonge daders luiden hun cybercriminele carrière ook in door als ‘geldezel’ te werken, ook wel money muling genoemd. Geldezels stellen hun bankrekening open voor criminele netwerken zodat criminelen de winst van hun klussen kunnen witwassen, in ruil voor een beloning. “Het is altijd de vraag tot in hoeverre ze hier bewust aan meewerken, want soms lenen ze hun bankrekening uit voor een klein bedrag zonder te weten waar het precies voor wordt gebruikt”, stelt Bekkers. Jongeren kunnen gemanipuleerd en gedwongen worden om hun bankrekening af te geven. In sommige gevallen zijn ze dus zowel dader als slachtoffer.
In eerder onderzoek focust Bekkers zich op de rekrutering van jongeren als geldezels. Ruim tweeduizend jongeren van 16 tot 25 jaar hebben hiervoor een vragenlijst ingevuld. Jongeren worden doorgaans op twee manieren geronseld: via hun fysieke omgeving of op sociale media. “Ze worden gewoon op straat benaderd door iemand die hun bankrekening wil lenen, bijvoorbeeld door mensen die ze kennen van vroeger”, aldus Bekkers.
Sociale netwerken zijn dus heel bepalend voor deze fysieke werving. Online is dit niet zo belangrijk, want ronselaars richten zich minder op specifieke personen. “Ze lokken jongeren bijvoorbeeld via Telegram en Instagram door advertenties te plaatsen met een bericht als: ‘Wil je snel geld verdienen met je bankpas? Neem dan nu contact met ons op’.”
Slechte invloeden
Dat veel jongeren ten prooi vallen aan deze rekruteertechnieken heeft te maken met hun gevoeligheid voor financiële beloningen, maar ook met de mening van hun vrienden. “Vaak zijn andere mensen in hun omgeving ook geldezel en wordt het als normaal gezien”, legt Bekkers uit. Het optreden als geldezel wordt als ‘cool’ bestempeld en jongeren willen hierbij horen. “Ze denken: ‘Iedereen doet het, dus wat maakt het eigenlijk uit?’”
En juist die normalisering is het probleem, denkt Bekkers. “Hierdoor schatten jongeren de risico’s te laag in. Het beeld ontstaat dat ze toch niet gepakt worden en dat de straffen heel laag zijn, mochten ze wel worden gepakt.” En dat terwijl geld witwassen grote gevolgen heeft, ook voor jeugdige daders. Als ze gepakt worden krijgen ze een levenslang strafblad en zullen ze jarenlang geen hypotheek of lening kunnen afsluiten.
Juiste pad
Voorkomen dat criminelen stoppen met het ronselen van geldezels is onwaarschijnlijk, stelt Bekkers. “Ze blijven altijd op zoek naar nieuwe methoden en bewegen ook heel erg mee met de maatschappelijke ontwikkelingen. Zo wordt crypto nu ook gebruikt om geld wit te wassen, omdat bankrekeningen al moeilijker worden om hiervoor te gebruiken.” We moeten ons juist richten op de jongeren zelf, denkt hij. “We moeten de boodschap meegeven aan jongeren dat het niet normaal is om mee te werken aan dit soort delicten. Het is belangrijk dat ze weten dat hun acties gevolgen hebben en dat ze slachtoffers maken.”
Om te voorkomen dat financieel gemotiveerde jongeren cyberdelicten plegen, moeten het risico en de kosten van delicten verhoogd worden. Dit blijkt uit onderzoek van het WODC uit 2019. “Het enige doel van deze daders is om zo veel mogelijk geld te verdienen. Vooral klassieke straffen helpen hiertegen”, denkt Sifra Matthijsse, een van de onderzoekers en actief bij het Kenniscentrum Cybersecurity van de Haagse Hogeschool. Traditionele straffen als geldboetes en taakstraffen dus.
Voor jonge daders die ook gedreven worden door nieuwsgierigheid, leergierigheid en uitdaging is Matthijsse voorstander van interventies die daders naar het rechte pad begeleiden. “Zoals Hack_Right, dat heel erg gericht is op het aanleren van een goede moraal en het inzetten van je skills op een goede manier. Maar we moeten ze ook stimuleren om bij de politie te werken of als cybersecurity aan de slag te gaan bij bedrijven. We hebben die mensen hard nodig”, aldus Matthijsse. Ook Bekkers denkt dat we jonge cyberdaders alternatieven moeten bieden. “Bedenk maar eens hoe trots je bent als je een echte, legitieme baan hebt, in plaats van geld steelt van oude mensen.”