Door Annelies van der Wind
“De gemeente mag meer geld uitgeven aan kunst en cultuur.” Klinkt goed, denkt de twintigjarige
Rick, die ervan droomt ooit zijn eigen kunstwerken te verkopen. Hij beweegt de muis naar de blauwe
knop waar in witte blokletters ‘helemaal mee eens’ op staat. ‘Klik’, en volgende stelling verschijnt.
Negentien stellingen verder kijkt hij tevreden naar de uitslag: de online stemhulp vertelt hem dat hij
het best op D66 kan stemmen. Later die avond spreekt hij zijn vader over de stellingen: “Meer geld
naar kunst en cultuur? Nee hoor,” vindt zijn vader, “dat is helemaal niet nodig. Kunst en cultuur is
belangrijk, maar er gaat al wel genoeg geld heen!” Daar had Rick nog niet aan gedacht. Is dat geld wel
nodig? En waar gaat het dan precies heen?
Transparantie
Dr. Bregje Holleman is hoofddocent aan de Universiteit Utrecht bij verschillende vakken die over
communicatie gaan. Momenteel onderzoekt ze met een groepje studenten wat mensen doen als ze
tijdens het invullen van een stemhulp meer willen weten. Jaren geleden werkte ze mee aan een groot
onderzoeksproject naar de redenen die mensen hebben om stemhulpmiddelen te gebruiken. Holleman
legt uit hoe online stemhulpen werken: “Experts ontwikkelen online stemhulpen om mensen te helpen
bij het maken van hun stemkeuze, door middel van stellingen. Die stellingen gaan niet per se over wat
er speelt in de politiek, maar geven een overzicht van de verschillen tussen partijen.”
Holleman benadrukt vooral het belang van transparantie bij stemhulpen: “Je wil de werking van de
stemhulp helemaal kunnen nagaan. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen dit jaar was er bijvoorbeeld
een stemhulp op de website keus.nl, die met AI gemaakt was. Het zag er gelikt uit, maar mensen
kregen stellingen en standpunten te zien die bij een andere gemeente hoorden. Door het gebruik van
AI was het niet meer te controleren hoe de stemhulp werkte. De hele bodem onder je stemadvies is dan
weg.”
Stellingen
Politicoloog Enrico Roseboom is het met Holleman eens over het doel van een stemhulp: die moeten
mensen helpen bij het stemmen, door te laten zien waar partijen voor staan en wat ze vinden van
bepaalde onderwerpen. Hij vindt het goed dat stemhulpen vaak niet uitgaan van veel voorkennis. Zo
leggen sommige stemhulpen bijvoorbeeld moeilijke begrippen uit.
Wel vindt Roseboom, die ook fractievoorzitter is van de ChrstenUnie in Zaltbommel, het jammer dat
er vaak weinig nuance in de stellingen zit. Partijen die over het algemeen minder genuanceerde
standpunten innemen, kunnen daar volgens hem baat bij hebben. “Wij zijn daarin te naïef geweest bij
de afgelopen verkiezingen. We hebben de stellingen als fractie heel genuanceerd ingevuld, maar soms
is het beter om een kant te kiezen. Sommige partijen zetten zo’n Kieskompas wel strategisch in. Daar
is het niet voor bedoeld, maar het is wel logisch dat dat gebeurt.”
Ook zou hij het beter vinden als stemhulpen meer op de identiteit van partijen gericht zouden zijn.
“Mensen vullen nu stellingen in die op de korte termijn gebaseerd zijn. Dat is jammer, want als er
opeens een probleem zoals de coronacrisis komt, weet je niet goed hoe jouw partij daarop reageert.
Partijen kunnen daardoor zelf ook moeilijk over de lange termijn nadenken. Als ze dat namelijk wel
doen, stemmen mensen niet meer op ze en kunnen ze hun langetermijnplannen alsnog niet uitvoeren.”
Matchen
Er zijn meer wetenschappers die kritiek hebben op online stemhulpmiddelen. Denk bijvoorbeeld aan
het kritiekpunt dat er allerlei aannames in de hulpmiddelen verstopt zitten. Eén zo’n aanname is dat
stemhulpen er altijd van uitgaan dat mensen al precies weten wat ze ergens van vinden en alleen maar
gematcht hoeven te worden aan de bijbehorende partij. Er wordt dan gedaan alsof dat vanzelfsprekend
is, terwijl er ook andere manieren zijn waarop je naar stemhulpen kunt kijken. Dr. Thomas Fossen en
prof. Joel Anderson schreven daar een wetenschappelijk artikel over.
Politiek filosoof dr. Thomas Fossen werkt als docent bij de Universiteit Leiden. Professor Joel
Anderson is voorzitter van een filosofische afdeling van de Universiteit Utrecht. Voor hun artikel
dachten ze goed na over hoe online stemhulpen werken en vergeleken ze dat met bestaande
wetenschappelijke theorieën over hoe de democratie werkt. Uiteindelijk wilden ze vooral duidelijk
maken welke aannames er in de stemhulpmiddelen verstopt zitten, en welke andere manieren er zijn
om naar die aannames te kijken.
Fossen en Anderson noemen twee van die andere manieren. De eerste is om mensen door de
stemhulpen opnieuw te laten nadenken over hun standpunten. Dan zou de stemhulp vooral nieuwe
informatie moeten geven. De tweede manier is om mensen door de stemhulpen aan te moedigen
kritisch te kijken naar de huidige politiek. Ze leren dan om niet zomaar mee te gaan met wat partijen
zeggen of waar politici over praten, maar om nieuwe perspectieven te ontwikkelen.
Roseboom ziet ook dat het uitmaakt wat iemands ideeën zijn over hoe de democratie het beste werkt.
Sommige mensen willen vooral kritisch nadenken, maar hij gelooft juist dat het belangrijk is om
meningen samen te brengen. “Dat is in Nederland wel hoe de democratie werkt: je zoekt de partij die
het beste bij je past, en zo word je vertegenwoordigd.”
Beïnvloeding
Ondanks deze kritiekpunten vinden de meeste wetenschappers het wel goed dat de online stemhulpen
bestaan. Ze kunnen namelijk best mensen helpen een keuze te maken. Dat is ook wat Jan
Kleinnijenhuis en zijn collega-onderzoekers zeiden, nadat ze onderzochten of online stemhulpen echt
invloed hebben op de keuze voor het bolletje dat mensen in het stemhokje rood kleuren.
Ze gebruikten gegevens van meer dan 2700 mensen rond de verkiezingen van 2010 en van bijna 2000
mensen rond de verkiezingen van 2012. Ze wisten zo welke partijvoorkeur mensen hadden voordat de
politieke campagnes begonnen, welk advies ze vlak voor de verkiezingen van online
stemhulpmiddelen kregen en de stem die ze daadwerkelijk uitbrachten tijdens de verkiezingen.
Daarnaast analyseerden ze positieve en negatieve berichten van nieuwsmedia over partijen, omdat die
de stemkeuze van mensen ook beïnvloed konden hebben.
Kleinnijenhuis en zijn collega’s vonden dus dat het stemadvies van online stemhulpen wel invloed
heeft op de uiteindelijke stemkeuze. Wel bleek dat per groep stemmers te verschillen. Er zijn mensen
die eigenlijk al zeker weten waar ze op gaan stemmen, maar alsnog de online stemhulp nog even
invullen ter bevestiging. Ook zijn er mensen die geïnteresseerd zijn in de verkiezingen, maar nog wel
zoekend zijn naar de partij waar ze op willen stemmen. En er is nog een groep mensen die weinig
vertrouwen heeft in de politiek en nog onzeker is over het stemmen. Die laatste groep leek in het
onderzoek het meest beïnvloedbaar te zijn.
Als mensen bij het begin van de stemhulp nog meerdere partijen overwegen, is de kans waarschijnlijk
het grootst dat ze naar het advies dat eruit komt gaan luisteren, schrijven de onderzoekers. Holleman
ziet dit ook zo: “Stemhulpen helpen om een keuze te maken in een reeks van partijen die je toch al een
beetje op het oog had. Ze sturen je dus echt niet zomaar een andere kant op.”
Twintig minuten
Stemhulpen dragen ook bij aan de verkiezingsopkomst. “En”, zegt Roseboom, “als er geen stemhulpen
meer zouden zijn, zouden veel mensen al helemaal niet meer weten wat ze moeten stemmen.” Door
stemhulpen te gebruiken, weten mensen meer en zijn ze gemotiveerder om te gaan stemmen, volgens
Holleman. “Ze voelen zich geïnformeerder, alleen vraagt de wetenschapper zich dus af: zíjn ze ook
echt geïnformeerder? Mensen zien bijvoorbeeld als uitslag GroenLinks-PvdA staan en gaan daarom op
die partij stemmen, terwijl ze eigenlijk nog veel meer hadden moeten doen.”
Holleman zou Rick in ieder geval aanraden om twee stemhulpen in te vullen. Ook raden zowel
Holleman als Roseboom mensen aan om de toelichting bij de stellingen te lezen. “Vaak gebruiken
stemhulpmiddelen verschillende stellingen en hebben ze verschillende manieren om partijen weer te
geven”, legt Holleman uit. “Daardoor kun je bij meerdere stemhulpen verschillende uitslagen krijgen.
Dat betekent dus niet dat er niks van klopt.
Je moet kijken hoe je bij een partij bent uitgekomen: bij welke stellingen was ik het eens met deze
partij en bij welke niet? Wat zei ik dat niet klopt met die partij en met welke partij klopt dat dan wel?
Veel mensen zien het als een test-jezelf die ze in tien minuutjes doen. Maar als je er even twintig
minuten aan besteedt, weet je pas echt wat.”