Door Kristy Peters
Orthomoleculaire therapie is een aanvulling op de reguliere zorg. Deze behandelwijze gaat ervan uit dat optimale gezondheid kan worden bereikt met optimale voeding. De oorzaak van lichamelijke klachten zou worden aangepakt door middel van gerichte voeding, leefstijladviezen en supplementen. Er is alleen geen enkel wetenschappelijk bewijs dat deze methode werkt. Waarom voelen sommige mensen zich dan toch beter na een behandeling?
Motivatie
Orthomoleculair therapeut Ruth Vis ziet regelmatig mensen die al eerder bij een huisarts zijn geweest, maar daar vastliepen. “Mensen gaan zelf verder kijken welke behandelingen aanvullend werken. Ze doen het nooit als vervanging, maar echt als aanvulling op wat de huisarts al heeft gedaan”, vertelt ze. Voor een behandeling brengt Vis eerst iemands hele medische voorgeschiedenis in kaart. “Een klacht bekijken we niet op zichzelf, maar we kijken naar het menselijk lichaam als geheel. We zien dat bepaalde onderdelen van het lichaam met elkaar in verbinding staan. Voeding nemen we dan als basis, maar we kijken ook naar wat vitamines, mineralen, kruiden en planten voor je gezondheid kunnen betekenen.” Naast voeding kijkt Vis ook naar andere factoren zoals leefstijl, ontspanning en beweging.
De Leidse onderzoeker Aleksandrina Skvortsova doet onderzoek naar placebo- en nocebo-effecten en vertelt waarom mensen soms voor alternatieve therapieën, zoals orthomoleculaire therapie, kiezen. “Soms hebben mensen twijfels over standaardbehandelingen, als ze negatieve ervaringen hebben gehad of al jarenlang bezig zijn met behandelingen. Alternatieve medicijnen komen dan als een andere optie.” Maar er zijn meer redenen. “Mensen raken snel overtuigd als iets alleen al wetenschappelijk klinkt, zoals orthomoleculaire therapie of homeopathie. Ook voelen mensen soms dat het meer ‘natuurlijk’ is. Als je moet kiezen tussen medicijnen of iets wat natuurlijk klinkt, zoals vitamines of kruiden, dan kiezen mensen vaak voor het tweede”, vertelt Skvortsova.
Het placebo-effect
Dat mensen verbetering ervaren, betekent niet dat de behandeling zelf werkzaam is. Er zijn verschillende factoren die meespelen in waarom klachten kunnen verminderen. Volgens Skvortsova kan het placebo-effect een grote rol spelen. Het placebo-effect wordt soms gezien als ingebeelde genezing, maar Skvortsova vertelt dat je met het placebo-effect écht minder pijn kunt krijgen. “Het placebo-effect is meer dan alleen een neppil. Het zijn alle factoren van een behandeling die positieve effecten kunnen hebben op de gezondheid en de uitkomsten, maar die niks te maken hebben met de medicatie zelf.” Zo spelen verwachting en vertrouwen ook een rol. Skvortsova: “Als je vaak een paracetamol neemt, dan verwacht je altijd dat die zal helpen. De verwachtingen komen uiteindelijk boven de effecten van het medicijn te staan.”
Het placebo-effect wordt geregeld door je brein. Omdat je hersenen denken dat je werkzame stoffen binnenkrijgt, zet het processen in gang die het gevoel bevestigen dat je beter wordt. Het effect van verwachting is onderzocht door Duitse onderzoekers. Zij analyseerden bestaande wetenschappelijke literatuur op het gebied van verwachtingen bij medische behandelingen. Hun analyse laat zien dat patiënten die verwachten dat een behandeling werkt, ook betere uitkomsten hebben dan patiënten met negatievere verwachtingen.
Hiermee kan verklaard worden waarom sommige mensen zich beter voelen na orthomoleculaire therapie. Als iemand verwacht dat een behandeling helpt, kan dat invloed hebben op hoe die persoon klachten ervaart. Op die manier denken mensen dus dat de behandeling voor hen werkt, in plaats van dat de behandeling zelf werkt. Skvortsova vertelt dit ook: “In het geval van orthomoleculaire therapie gebeurt verbetering misschien niet omdat ze vitamines en mineralen hebben geslikt, maar vanwege andere factoren.” Dat betekent dus niet automatisch dat de behandeling zelf verantwoordelijk is voor dat effect.
De kracht van aandacht
Een andere mogelijke verklaring zou het effect van meer aandacht kunnen zijn. De ervaren verbetering wordt namelijk sterker wanneer een patiënt een goede relatie met zijn zorgverlener heeft. “Een eerste afspraak bij een homeopaat duurt soms twee uur. Bij een huisarts vaak tien minuten. Dat maakt een verschil. Mensen krijgen het gevoel dat de homeopaat een beter beeld van hun gezondheid krijgt en dat ze in de reguliere zorg minder aandacht krijgen. Wanneer mensen meer aandacht krijgen, zich gehoord voelen en een goede relatie met hun zorgverlener hebben, heeft dat invloed op hoe ze zich daarna voelen”, legt Skvortsova uit.
Amerikaanse onderzoekers hebben ook de rol van aandacht onderzocht in een onderzoek naar placebo bij acupunctuur, een behandeling waarbij naalden in de huid geplaatst worden om klachten te verminderen. Tijdens een gerandomiseerd en gecontroleerd onderzoek van zes weken werden drie groepen onderzocht. Groep één, de controlegroep, kreeg geen behandeling en had geen contact met de behandelaar. Groep twee kreeg placebo door middel van nep-acupunctuur en minimale interactie met de behandelaar. Groep drie kreeg dezelfde nep-acupunctuur, maar kreeg veel aandacht van de behandelaar. Er werd bij deze groep een warme omgeving gecreëerd waarin de behandelaar vriendelijk was, persoonlijke vragen stelde en vertrouwen uitstraalde. De grootste verbetering werd gevonden bij de patiënten die veel aandacht kregen, wat betekent dat de relatie tussen patiënt en behandelaar een groot onderdeel speelt in de genezing.
Op een plek waar een patiënt aandacht krijgt en zich comfortabel voelt, is de kans dus groter dat klachten verminderen. Het probleem ontstaat dat het niet veel uitmaakt of mensen voor orthomoleculaire therapie kiezen, of een andere niet-werkende behandeling. Factoren zoals het placebo-effect, het krijgen van aandacht en positieve verwachtingen kunnen iemands klachten verminderen, maar dit zou bij een willekeurige andere behandeling ook het geval zijn. Een andere niet-werkende behandeling dan orthomoleculaire therapie zou hetzelfde psychologische effect kunnen hebben wanneer daar ook sprake is van aandacht in een warme omgeving.
Voeding en gezondheid
Er zijn dus verschillende factoren die mogelijk verklaren waarom sommige mensen toch verbetering ervaren na orthomoleculaire therapie. De Gentse onderzoeker Marthe de Boevre zegt dat mensen zich ook beter kunnen voelen omdat ze zich bewust worden van hun gezondheid. “Ze realiseren dat een klacht gerelateerd kan worden aan een ziekte, maar ook aan iets in je levensstijl wat je kunt aanpassen.” Daarbij zegt De Boevre dat voeding wel de basis is van onze gezondheid. Verkeerde voeding kan dus ook iemand ziek maken. “De inname van veel rood vlees heeft een link met het ontwikkelen van colorectale kanker en enorm bewerkte voeding heeft een link met miro-obesitas, diabetes type 2, etc.” Voeding speelt dus wel een rol in hoe we ons voelen, maar dat betekent nog niet dat we onze klachten kunnen verminderen door een bepaald dieet.
Wel hebben mensen behoefte aan een bredere benadering van de gezondheid, legt De Boevre uit. “Onze gezondheidszorg is momenteel gestructureerd in verschillende specialismes. Iedereen is sterk in zijn eigen specialisme, maar wat we missen in de huidige zorg is om het volledige plaatje van iemand te zien.” Volgens haar wordt er bij orthomoleculaire therapie wel gekeken naar het volledige plaatje en spreekt juist die holistische benadering veel mensen aan.
Risico’s
Deze verklaringen kunnen mogelijk bijdragen aan het ervaren van verbetering na orthomoleculaire therapie, maar het is niet vastgesteld of ze daadwerkelijk de succesverhalen verklaren. Bovendien zijn deze factoren niet altijd van toepassing. Orthomoleculaire therapie werkt niet bij iedereen en wetenschappelijk bewijs blijft uit. Klachten met een genetische oorzaak bijvoorbeeld kunnen niet met supplementen worden opgelost. Ook zitten er risico’s aan de therapie verbonden. Valse claims bijvoorbeeld, zoals een middel voor optimale slaap of iets om af te vallen. Of dat er bij ernstige gevallen te laat wordt gereageerd, vertelt De Boevre. Ook kunnen te veel supplementen juist een disbalans creëren. “Mensen die drie verschillende voedingssupplementen kopen en niet bezig zijn met de etikettering en waar in die producten ook drie keer vitamine D zit, krijgen zo een oversupplementatie van vitamine D. Zonder dat ze het doorhebben kunnen er zo nog meer klachten ontstaan”, aldus De Boevre.
Skvortsova vertelt ook dat alternatieve therapieën schadelijk kunnen zijn. Het wordt volgens haar problematisch wanneer mensen met serieuze gezondheidsproblemen niet meer naar de huisarts gaan. “Als je een ziekte hebt die echt behandeld moet worden met medicijnen, zoals kanker, dan zou dat ontzettend gevaarlijk zijn om dat met kruiden te behandelen”, vertelt ze. Daarom vinden beide onderzoekers het belangrijk dat we kritisch blijven. Skvortsova vertelt dat mensen moeten onthouden dat ze misschien geholpen worden door het placebo-effect. “Uit onderzoek weten we dat het placebo-effect hele sterke effecten kan hebben. Het kan wel degelijk helpen, maar dan vooral met symptomen die meer een psychologische link hebben.” Maar andere factoren kunnen dus ook een rol spelen.
Dat orthomoleculaire therapie klachten kan verminderen, klopt misschien. Maar dan niet vanwege de reden die mensen vaak denken. Skvortsova: “Het is belangrijk dat mensen begrijpen waarvoor ze kiezen en wat de gevaren zijn. Het is prima als mensen andere opties proberen, maar ze moeten snappen waarom het werkt of niet. Dit soort therapieën kunnen helpen, maar niet omdat ze echt werken.”