Jongeren worden steeds vaker via sociale media geronseld voor criminele activiteiten. Onderzoekers zien platforms als Telegram, Snapchat en Discord niet als directe oorzaak van jeugdcriminaliteit, maar wel als een versneller ervan. Vooral jongeren blijken gevoelig voor de combinatie van online groepsdruk, status en de belofte van snel geld.
Door Claire van der Lee
‘Snel geld verdienen? Stuur me een bericht.’Dit soort berichten verschijnen dagelijks in Telegramgroepen, Snapchatverhalen en Discordservers waar duizenden jongeren actief zijn. Soms gaat het om een pakketje ophalen. Soms om het bezorgen van drugs of het intimideren van iemand. De stap van online contact naar offline criminaliteit blijkt voor jongeren sneller gemaakt dan veel volwassenen denken.
Europol waarschuwde vorig jaar november al dat minderjarigen in heel Europa via sociale media en gameplatforms worden geronseld voor geweldsdelicten. De Europese politiedienst laat zien hoe criminele netwerken apps als Telegram, Snapchat en Discord gebruiken om jongeren te benaderen voor zogenoemde ‘violence as a service’. Vooral de snelheid en anonimiteit van online platforms maken jongeren hier kwetsbaar voor. Jongeren worden daarbij niet alleen ingezet voor drugshandel of intimidatie, maar soms ook voor ernstig geweld. Europol spreekt van een ontwikkeling waarbij criminele netwerken steeds professioneler gebruikmaken van sociale media om jonge slachtoffers te werven.
Ook in Nederland groeit de zorg. Politie en Openbaar Ministerie signaleren dat minderjarigen via sociale media steeds vaker betrokken raken bij drugshandel, intimidatie en geweld. Toch ligt het volgens onderzoekers genuanceerder dan vaak wordt gedacht. Sociale media zijn meestal niet de directe oorzaak van jeugdcriminaliteit, maar functioneren vooral als versneller van bestaande problemen.
Criminoloog Fallon Cooper ziet in haar onderzoek hoe eenvoudig het voor criminelen is geworden om jongeren online te bereiken. Voor haar onderzoek sprak zij met politie, gemeenten en hulpinstanties over online ronseling. Daaruit kwam steeds hetzelfde beeld naar voren: jongeren zijn gevoelig voor geld, status en groepsdruk, terwijl sociale media precies die elementen versterken. Volgens Cooper kunnen jongeren de gevolgen van hun keuzes minder goed overzien dan volwassenen. Daardoor zijn ze makkelijker te beïnvloeden en sneller geneigd risico’s te nemen. Sociale media maken dat proces bovendien laagdrempeliger. Waar criminelen vroeger iemand op straat moesten aanspreken, kunnen zij nu met één bericht honderden mensen tegelijk bereiken. In besloten groepen verschijnen oproepen voor jongeren die ‘snel geld’ willen verdienen. Vaak begint het klein zoals het ophalen van een pakketje of iemand ergens afzetten. “Je kunt heel makkelijk een groot net uitgooien,” zegt Cooper. “Vrijwel iedere jongere heeft een telefoon en zit online.”
Onderzoeker Bergers beschrijft sociale media in zijn onderzoek uit 2026 daarom niet als directe oorzaak van criminaliteit, maar als facilitator. Het is een omgeving die bestaande criminele processen versnelt en vergroot. Volgens hem maken online platforms het makkelijker om jongeren snel en anoniem te benaderen, terwijl sociale media tegelijkertijd helpen om status en succes zichtbaar te maken.
Dat maakt online ronseling ook moeilijk zichtbaar. Veel communicatie verloopt via versleutelde apps of privéaccounts, buiten het zicht van ouders, scholen en hulpverleners. Volgens Cooper weten jongeren bovendien vaak niet precies waar ze in terechtkomen. “Als ze eenmaal iets strafbaars hebben gedaan, bijvoorbeeld iets hebben gefilmd, ontstaat er meteen bewijsmateriaal,” zegt ze. “Dat kan vervolgens gebruikt worden als drukmiddel.” Daardoor raken sommige jongeren steeds verder verstrikt in criminele netwerken. Wie eenmaal betrokken is geraakt, kan onder druk worden gezet om opnieuw mee te doen. Dat gebeurt soms met dreigementen, maar ook via sociale druk of de belofte van meer geld.
Dat jongeren vatbaar zijn voor online beïnvloeding heeft niet alleen met criminaliteit te maken, maar ook met hun leeftijd. Uit onderzoek van onder andere psycholoog Jacqueline Nesi blijkt dat sociale media de al bestaande sociale druk verder versterken. Status, populariteit en groepsacceptatie zijn online voortdurend zichtbaar. Wie door TikTok of Instagram scrollt, ziet een constante stroom van luxe kleding, dure sneakers en snelle auto’s. Ook Cooper dat de aantrekkingskracht meespeelt bij het plegen van snelle criminaliteit. “Jongeren willen erbij horen,” zegt ze. “Online worden ze constant geconfronteerd met wat anderen hebben.”
Thomas Frissen, universitair docent digitale media aan de Universiteit Maastricht, ziet ook hoe sociale media bestaande sociale processen versterken. Online draait het voortdurend om zichtbaarheid en erkenning. “Sociale media vergroten processen die offline ook al bestaan,” zegt Frissen. “Maar online worden die processen continu zichtbaar en versterkt.” Daardoor ontstaat sneller druk om mee te doen of jezelf te bewijzen. Volgens Frissen verklaart dat deels waarom jongeren gevoelig zijn voor online beïnvloeding en snelle vormen van erkenning. Beelden van luxe, rijkdom en succes zijn online constant aanwezig, terwijl de risico’s van criminaliteit veel minder zichtbaar zijn.
Tegelijkertijd benadrukt hij dat sociale media niet los gezien kunnen worden van de omgeving van jongeren. Factoren zoals thuissituatie en sociale omgeving blijven minstens zo belangrijk. Volgens Frissen gaat het daarom niet alleen om wat jongeren online zien, maar ook om de vraag hoeveel stabiliteit en begeleiding zij offline ervaren.
Dat online ronseling steeds vaker voorkomt, betekent niet dat iedere jongere automatisch kwetsbaar is. Volgens Cooper en Bergers speelt vooral de combinatie van online beïnvloeding en persoonlijke omstandigheden een rol. Jongeren die op zoek zijn naar erkenning, geld of een gevoel van erbij horen, lopen meer risico om benaderd te worden door criminele netwerken.
Tegelijkertijd voelt online contact voor veel tieners vanzelfsprekend. Waar oudere generaties onbekende berichten sneller wantrouwen, zijn jongeren gewend geraakt aan contact via Snapchat, Instagram en gamingplatforms. Nieuwe online contacten voelen daardoor minder vreemd of verdacht. Volgens Cooper maken criminelen daar bewust gebruik van. Jongeren krijgen eerst kleine, onschuldige opdrachten om vertrouwen op te bouwen. Pas later worden de risico’s duidelijk. Wat online begint, blijft zelden online. Jongeren die via sociale media worden benaderd, raken uiteindelijk vaak betrokken bij fysieke criminaliteit. Dat varieert van drugshandel en intimidatie tot geweldsdelicten. Dat maakt het probleem ingewikkeld, zegt Cooper. Jongeren die strafbare feiten plegen, zijn niet altijd alleen dader. “Als jongeren onder dwang strafbare feiten plegen, kun je ook spreken van criminele uitbuiting,” zegt ze. “Dan zijn ze tegelijkertijd slachtoffer.”
Dat dubbele karakter zorgt voor discussie binnen politie en justitie. Wanneer is een minderjarige volledig verantwoordelijk voor zijn daden? En wanneer overheerst de rol van manipulatie of dwang? Tegelijkertijd blijft voorkomen lastig. Een verbod op sociale media zien zowel Cooper als Frissen niet als oplossing. Jongeren vinden volgens haar meestal toch manieren om leeftijdsgrenzen te omzeilen. De nadruk moet volgens haar daarom vooral liggen op bewustwording en begeleiding. Niet alleen jongeren moeten begrijpen hoe online beïnvloeding werkt, maar ook ouders, scholen en sportverenigingen moeten beter zicht krijgen op wat zich online afspeelt. Volgens Cooper ontbreekt het volwassenen vaak aan kennis over de online wereld waarin jongeren zich bewegen. Veel volwassenen weten simpelweg niet wat er online gebeurt.
En juist daarin schuilt mogelijk de grootste verandering. Waar ouders vroeger konden zien met wie hun kinderen buiten omgingen, speelt een groot deel van het sociale leven zich nu af achter een scherm. De wereld waarin jongeren kunnen worden verleid, geronseld of onder druk gezet, past inmiddels in een broekzak.