Door Marieke Moorman
Er heerst een beeld dat het Noorden haar talent zou verliezen aan de Randstad. Jongeren die in het Noorden wonen zouden massaal vertrekken en daarnaast zullen de studenten na hun tijd in het Noorden ook weer vertrekken richting de grotere steden. Uit verschillende onderzoeken die zijn gedaan naar dit fenomeen, blijkt dat de regionale binding groter is dan verwacht.
Geografisch onderzoek
Met steun van de overheid werd onderzoek gedaan naar de vraag waar jongeren uit Noord-Nederland uiteindelijk terechtkomen op de arbeidsmarkt. Uit de Talentmonitor van 2023: Verhalen op de Noordelijke Arbeidsmarkt van de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool blijkt dat ongeveer 80 procent van de jongeren die in het Noorden opgroeien, daar ook blijven wonen. Ook Harm-Jan Rouwendal, postdoctoraal onderzoeker Economische Geografie aan de Rijksuniversiteit Groningen, bevestigt deze cijfers. “In Groningen woont 84 procent van de mensen die er op hun zestiende woonden, op hun 28e nog altijd in dezelfde provincie. In Friesland geldt dat voor 83 procent en in Drenthe voor 79 procent.”
Niet alleen binnen de Talentmonitor kwam naar voren dat er een groot deel blijft. Onderzoek van Tialda Haartsen en Tineke Reitsma (Rijksuniversiteit Groningen) uit 2025 laat zien dat er een aanzienlijk deel van de jongeren in de regio blijft. Haartsen en Reitsma onderzochten verhuispatronen van jongeren uit landelijke gebieden over meerdere levensfasen. Daaruit blijkt dat van de jongeren die vertrekken, ruim de helft later terugkeert naar een landelijk gebied. Ruim de helft (52,6 procent) op 35-jarige leeftijd weer in een landelijk gebied woont. Naast de directe terugkeerders is er de groep ‘late leavers’, die pas rond hun 28e verhuizen, vaak over een korte afstand naar een nabijgelegen dorp. Hoewel zij formeel gezien de gemeente verlaten, blijven zij wel verbonden aan de regio.
Werk bepaalt waar jongeren blijven
Er zijn verschillende factoren die meespelen in de keuze waar mensen zich vestigen. Een daarvan is het opleidingsniveau. De meeste mbo-opleidingen zijn te volgen in de regio. Je hoeft als mbo-student vaak niet te verhuizen want de opleiding wordt meestal dichtbij aangeboden. Hoger opgeleiden zijn minder flexibel in de keuze van hun studielocatie, waardoor zij vaker naar een stad moeten verhuizen om een passende opleiding te kunnen volgen.
Ook is het vinden van een baan een belangrijke factor om te blijven of te vertrekken. “De kans dat hoogopgeleiden een baan vinden die past bij hun specifieke skillset, is veel groter in de stad dan op het platteland”, legt Rouwendal uit. “In Amsterdam heb je honderd verschillende werkgevers. Dan heb je veel meer mogelijkheden om van baan te wisselen en uiteindelijk terecht te komen op een plek die goed bij je past.” In Noord-Nederland zijn er ook sectoren waarin er gewoon praktisch minder banen zijn. Zo legt onderzoeker in Economische Geografie en Arbeidsmarktdynamiek Sierdjan Koster aan de Rijksuniversiteit Groningen uit: “Degenen die weggaan, dat zijn degenen die bijvoorbeeld wat meer in finance- achtige bedrijven terechtkomen, die we ook gewoon in Noord-Nederland wat minder hebben.”
Sociale binding weegt zwaar
Hoe komt het dan dat die percentages vrij hoog liggen? Naast dat er misschien weinig banen zijn die het Noorden te bieden heeft, zijn er andere factoren die meer mee spelen in de keuze om je ergens te vestigen. Deze factoren hebben vaak te maken met sociale relaties die mensen bezig houden. “Veel mensen zijn gewoon tevreden in de plek waar ze opgroeien. Dat is wat ze kennen. Familie, vrienden en bekende voorzieningen zorgen ervoor dat mensen zich verbonden voelen. “Sommige mensen hebben simpelweg geen reden om weg te gaan”, aldus Rouwendal. Dat herkent ook Anna (24), die na haar studie in Groningen bleef wonen. “Veel van mijn vrienden wonen hier nog steeds. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik naar de Randstad moest verhuizen.”
Het Noorden onderscheidt zich van de Randstad door de aanwezigheid van ruimere en rustigere woonomgevingen. “Er zijn zat mensen die het verschrikkelijk lijkt om in Amsterdam te gaan wonen, omdat het veel te druk is. Groningen en Drenthe bieden aantrekkelijke, wat rustige woonmilieus die voor sommige mensen heel aantrekkelijk zijn,” vertelt Koster.
Dit beeld staat niet op zichzelf. Uit hetzelfde onderzoek van Tialda Haartsen en Tineke Reitsma uit 2025 blijkt dat verhuizingen vaak geen definitieve keuze zijn. Veel mensen verlaten hun regio voor een studie of baan, maar overwegen later een terugkeer naar regio van herkomst. Bijvoorbeeld omdat zij een woning gaan zoeken of een gezin willen stichten.
Terug naar de regio van herkomst
De ervaring van Anna sluit aan bij het onderzoek van Haartsen en Reitsma. Uit hun onderzoek blijkt dat het ontmoeten van iemand uit dezelfde gemeente een belangrijke rol kan spelen bij de keuze om zich daar uiteindelijk te vestigen.
Ook ouderschap speelt een belangrijke rol. Veel ouders kiezen ervoor om dicht bij familie te wonen, zodat zij kunnen terugvallen op hun sociale netwerk en hun kinderen kunnen opgroeien in een vertrouwde omgeving. Een andere bevinding uit het onderzoek is dat opleidingsrichting invloed heeft op de keuze voor een woonplaats. Mensen die een studie binnen landbouw of diergeneeskunde hebben afgerond, keren vaker terug naar een landelijk gebied, mede doordat de regionale arbeidsmarkt daar meer kansen biedt.
Vertrekken betekent niet voorgoed wegblijven
Er zijn ook mensen die vertrekken naar de Randstad maar uiteindelijk toch hun wortels vinden in het Noorden. “Twintig procent van degenen die vertrekken, keert ook weer terug. Vaak op latere leeftijd”, vertelt Rouwendal. Daarnaast is vaak het idee dat er veel jongeren in Groningen gaan studeren en vervolgens vertrekken naar de Randstad voor de grotere bedrijven. “Veel studenten gaan studeren in Groningen en een heleboel gaan daarna weer weg. Maar uiteindelijk netto gezien blijven er meer hangen dan dat er weggaan uit de stad,” vertelt Koster. Hieruit blijkt ook dat er veel studenten zijn die het prettig vinden om in het Noorden te blijven wonen en niet vallen voor de grote bedrijven die vaak te vinden zijn in steden als Amsterdam en Rotterdam.
Ondernemers blijven vaker in de regio
Een andere brede ontwikkeling die het Noorden van Nederland kent zijn de ondernemers. “Ondernemerschap is ook wel een manier waarop je talent bindt aan een regio. En dat is in Groningen best wel goed ontwikkeld.” Groningen heeft de afgelopen jaren een groeiend startupklimaat ontwikkeld, onder meer rond de Rijksuniversiteit Groningen en de Hanzehogeschool.
Buiten dat heeft ook de zoektocht naar een baan te maken met de keuze waar je je uiteindelijk zal gaan vestigen. Zo vertelt Koster: “Misschien is die ene baan die goed bij je past er nog wel in de regio, maar de keuze uit andere banen of doorgroeimogelijkheden is vaak beperkter”.
Maar is het zo’n belangrijk onderdeel om de arbeidsmarkt heel aantrekkelijk te maken in het Noorden van het land? Soms is het ook goed voor de ontwikkeling van mensen om een tijdje op een andere plek te gaan wonen. “Het kan juist goed zijn voor de ontwikkeling van jongeren om een periode buiten hun regio te wonen,” aldus Koster.
Is braindrain een mythe?
“Mijn collega zei pas: braindrain is een mythe. Ik denk dat dat wel waar is. Het idee dat het Noorden massaal leegloopt, klopt simpelweg niet,” zo vertelt Rouwendal. Het valt allemaal wel mee. Zo hoor je in andere regio’s dat ze het nooit over braindrain hebben. Volgens Rouwendal wordt in sommige andere regio’s minder gesproken over braindrain, terwijl daar juist een lager aandeel jongeren blijft wonen dan in Noord-Nederland. “Ja het gebeurt, er gaan mensen weg. Maar het is niet zo erg als dat we het vaak voordoen. Het beeld is soms wat karikaturaal. Bovendien kun je je afvragen of het erg is dat jongeren een tijdje ergens anders wonen. Dat is vaak juist goed voor hun ontwikkeling”, zo legt hij uit.
Ook blijft het zo dat veel jongeren niet op de hoogte zijn van het aanbod in Noord-Nederland. Daar zit nog een uitdaging vertelt Koster. Ook zijn verschillende investeringen in economie belangrijk. “Het is belangrijk om in de regio ook economische investeringen te doen als je daar mensen aan het werk wil houden,” zo legt Rouwendal uit.
Een ander belangrijk punt dat Haartsen en Reitsema in hun onderzoek toelichten is het ‘mobiliteits-imperatief’. Dit beschrijven zij als het idee dat jongeren succesvol zijn als ze vertrekken naar een grotere stad wie blijft, wordt sneller gezien als iemand die kansen laat liggen.
Voor Anna is de keuze inmiddels duidelijk. Waar haar studiegenoten zich verspreiden over andere delen van het land, ziet zij haar toekomst juist in het hoge Noorden. “Misschien ga ik ooit nog ergens anders wonen,” zegt ze. “Maar uiteindelijk voel ik me hier thuis.”