achtergrondartikel
Neurodiversiteit in het hoger onderwijs: “Te veel voor mijn capaciteit” 
24 - 07 - 2026
Redactie Kijk op Kennis

Volgens de Nationale Studenten Enquête 2025 heeft één op de drie studenten in het hoger onderwijs een functiebeperking of chronische aandoening. Wo-studenten met een beperking hebben in hun eerste jaar 50 procent meer kans om uit te vallen. Een belangrijke oorzaak is dat de inrichting van het hoger onderwijs onvoldoende aansluit bij hun behoeften. Daardoor lopen studenten met een beperking of neurodiversiteit relatief vaak vast. 

Door Ilona Woud

Op een dinsdagmorgen, net voor elf uur, zat Meike* in de kantine om haar dag voor te bereiden. Voor haar lag een planning voor de dag. Ze had haar koptelefoon op en probeerde nog een boek te lezen, terwijl ze zich voorbereidde op haar volgende hoorcollege. Meike ervaarde vooral problemen met het combineren van meerdere vakken tegelijk en het behouden van overzicht. “Ik vond het soms erg moeilijk om overzicht te houden”, zei Meike. “Als ik meerdere vakken tegelijk had, deed ik uiteindelijk alles half. Een semester haalde ik zelfs geen enkel vak. Dat zorgde voor wat vertraging.” Meike heeft autisme en een non-verbale leerstoornis. 

Langs Meike kwam Niels* voorbij rennen. Hij had zijn notities onder zijn arm en oogde gehaast. In zijn eerste jaar van de studie natuurkunde ervaarde hij vooral een hoge studielast en weinig ruimte om informatie te verwerken. Later dat jaar zou hij stoppen met zijn studie natuurkunde. Niels: “Ik zat van negen tot zes op de universiteit. Ik luisterde de hele dag naar hoorcolleges en maakte notities op papier waar ik uiteindelijk weinig aan had. Tijdens de lunch zat ik vaak alleen te eten. Ik kon niet echt connecties maken met klasgenoten.” Niels heeft autisme. 

Meike en Niels studeerden allebei aan de universiteit en behoorden tot de groep studenten die universiteiten vaak aanduiden als neurodivergent, zoals studenten met autisme, ADHD of dyslexie. 

Druk op zelfstandigheid 

Bij neurodiverse studenten zoals Meike en Niels staan executieve functies onder druk. Executieve functies zijn mentale vaardigheden die helpen bij het plannen, organiseren en controleren van gedrag om doelen te bereiken. Het hoger onderwijs verwacht dat studenten hun leerproces grotendeels zelfstandig organiseren: vaardigheden die leunen op deze functies. “Wanneer we iets doen met een doel dat verder in de tijd ligt, doen we een beroep op die functies”, zegt Dieter Baeyens, hoogleraar aan de KU Leuven, die onderzoek doet naar executieve functies en ADHD. “Als die functies minder efficiënt werken, kan studeren sneller te complex worden. “ Bij ADHD uiten die moeilijkheden zich niet bij iedereen op dezelfde manier. “ADHD komt niet voort uit één oorzaak”, legt Baeyens uit. “Er zijn verschillende mechanismen die tot vergelijkbaar gedrag kunnen leiden.” Naast planning en organisatie spelen daarbij ook impulscontrole, beloningsgevoeligheid en tijdsbeleving een rol. 

Theo Bakker, onderzoeker en docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam, analyseerde in zijn promotieonderzoek de studievoortgang van studenten met autisme in exacte studies. Volgens Bakker zijn er binnen een studie vaak meerdere manieren om tot een eindproduct te komen. “Als een strategie niet werkt, moet je kunnen schakelen.” Juist dat schakelen kan voor studenten met autisme lastiger zijn. 

Het probleem van Niels lag deels in de zelfstandigheid die het universitaire onderwijs vraagt. Voordat hij aan een opleiding bij de universiteit begon, zat hij op een middelbare school voor leerlingen met autisme. “Van een school voor autisten naar een universiteit was een enorme sprong. Zo’n mate van volwassenheid had ik nog niet.” Daarnaast speelden de prikkels op de universiteit een grote rol. “Tussen de colleges door was het vooral rennen van lokaal naar lokaal. Voor de dag begon was ik vaak al bezig met uitzoeken waar ik moest zijn en wanneer. Als ik thuiskwam, was ik vaak te moe om nog huiswerk te maken. Het werd gewoon te veel voor mijn capaciteit.” 

Volgens Dieter Baeyens draait het niet alleen om studievaardigheden, maar ook om de impact daarvan op studenten. Hij spreekt van ‘lijdensdruk’: de opeenstapeling van stress, mislukte ervaringen en negatieve reacties uit de omgeving. Ook Meike herkent deze uitdagingen. Voor haar zat de grootste uitdaging niet in de inhoud van haar studie, maar in de structuur eromheen. Deadlines, werkcolleges en sociale interacties konden veel druk geven. “Tijdens werkcolleges voelde ik vaak spanning, omdat ik het gevoel had dat ik snel een antwoord moest geven. Dat maakte me onzeker”, zei Meike. 

Strategieën om het vol te houden 

Om hun studie toch vol te houden, ontwikkelen veel studenten hun eigen strategieën, zoals het zoeken van steun bij medestudenten met vergelijkbare ervaringen. Dit blijkt ook uit een overzichtsstudie van onderzoeker Samara M. Wolpe uit 2024. In deze paper werden 22 studies naar autistische studenten in het hoger onderwijs geanalyseerd. Daaruit komt een breed beeld naar voren van factoren die samenhangen met studiesucces, waaronder persoonlijke vaardigheden zoals zelfregulatie, planning en flexibiliteit, maar ook externe 

steun vanuit familie, medestudenten, docenten en universitaire voorzieningen. Volgens de studie spelen juist de combinatie van deze interne en externe factoren een belangrijke rol. 

Meike gebruikte bijvoorbeeld een combinatie van planning en vaste routines. “Met mijn begeleider van Villa Abel, een organisatie die neurodivergente studenten begeleidt, besprak ik elke week waar ik tegenaan liep en hoe mijn planning eruit moest zien”, zegt ze. “Dat gaf veel meer overzicht. Later bespraken we mijn planning nog maar eens in de zoveel weken.” Andere strategieën zijn bijvoorbeeld het opdelen van grote opdrachten in kleinere, behapbare stappen of het stellen van prioriteiten. Die strategieën helpen sommige studenten om hun studie vol te houden. 

Volgens Baeyens werken zulke strategieën niet voor iedereen hetzelfde, omdat de oorzaken achter studieproblemen verschillen. “Wat werkt, hangt af van het onderliggende mechanisme”, legt hij uit. Zo kan een student moeite hebben met tijdsbeleving en structureel onderschatten hoe lang taken duren, waardoor planningen steeds mislopen. In dat geval helpt het om taken actief te timen en realistisch in te plannen. “Bij andere studenten speelt juist motivatie een grotere rol. Omdat resultaten pas op lange termijn zichtbaar zijn, ervaren zij studeren als minder belonend. Voor hen kan het helpen om die toekomstige beloning concreter te maken, bijvoorbeeld door zich voor te stellen hoe het voelt om een tentamen te halen.”

Extra voorzieningen 

Nederlandse universiteiten bieden verschillende voorzieningen voor studenten met een functiebeperking, maar die sluiten niet altijd goed aan bij de behoeften van neurodiverse studenten. Veel studenten twijfelen bovendien of ze hun diagnose moeten delen, uit angst voor stigma. Toen Meike geen enkel vak haalde, vroeg ze niet om hulp. “Ik schaamde me ook.” 

Niels vertelt dat de begeleiding die hij kreeg weinig aansloot op zijn situatie. Niels: “Mijn studiebuddy, een oud-student, gaf me vooral advies over plannen en de verdeling van studiepunten over het jaar. Dat hielp echter niet.” Andere hulp die de universiteit aanbood, zoals een studiebegeleider, was geen positieve toevoeging. “Ook van mijn medestudenten hoorde ik niks goeds over haar.” 

Meike maakte ook gebruik van een aantal faciliteiten. “Ik kon tentamens maken in een rustigere ruimte en kreeg extra tijd”, zegt ze. “Ook had ik een aangepaste BSA-norm, waardoor ik met minder studiepunten door kon naar het tweede jaar.” Toch vond ze een groot deel van haar ondersteuning buiten de universiteit. “Bij Villa Abel was ook een prikkelarme studiezaal waar ik vaak ging zitten om te werken.” Steeds vaker kijken universiteiten naar structurele veranderingen, zoals inclusief onderwijs en het principe van Universal Design for Learning (UDL). Daarbij krijgen studenten flexibele leer- en beoordelingsvormen aangeboden. “Een presentatie voor de klas is voor de ene student veel makkelijker dan voor de andere”, zegt Bakker. “Als je dat al weet, waarom zou je dan niet zeggen: neem een filmpje op, of maak een animatie?” Volgens Baeyens gaat het daarbij niet om het verlagen van de lat, maar om toegankelijker onderwijs. Studenten krijgen meer manieren om leerstof tot zich te nemen en te laten zien wat ze kunnen. 

Voor Niels kwam die verandering te laat: na dat studiejaar begon hij aan een nieuwe opleiding, hbo-informatica. “Ik denk dat mijn concentratie en werktempo een universitaire studie onmogelijk maakten.” Inmiddels heeft Meike haar diploma gehaald. Structuur, duidelijke planningen en de juiste ondersteuning hielpen haar om haar studie stap voor stap af te ronden. Meike hoopt dat universiteiten in de toekomst meer rekening houden met verschillende manieren van leren. “Het zou helpen als universiteiten beter zichtbaar maken welke ondersteuning er is, zoals plekken voor studiehulp en sociale ontmoeting. Ik denk dat een fijne sociale omgeving leidt tot een positievere ervaring van de studententijd en uiteindelijk ook tot meer studiesucces.” 

*Vanwege hun privacy zijn Meike en Niels niet hun echte namen. De echte namen zijn bij de auteur bekend. 

24 - 07 - 2026 |
Redactie Kijk op Kennis