Door Machiel Wiegand
Het is vrijdagavond in Amsterdam. De stad bruist van de aangeschoten studenten en jongeren in de binnenstad. Een jongen op een fatbike fietst langs en kort daarna overhandigt een dronken student hem 50 euro. Als hij even later naar het toilet gaat en weer terugkomt weet men genoeg. De dag erna gaat de student ’s ochtends vroeg naar het toilet. Een paar uur later en een aantal kilometers verderop in Amsterdam-West wordt een meting gedaan en zal duidelijk worden hoeveel cocaïne gisteren gebruikt is in Amsterdam. Die meting sluit aan bij een breder trend, het gebruik van en de handel in cocaïne groeit in Nederland. “Het interessante aan de Nederlandse drugshandel is dat het natuurlijk heel erg lokaal ingebed is. In heel Nederland, elk dorp, elke wijk, elke zuipkeet, elke voetbalkantine kan je via Telegram of een ander kanaal drugs bestellen en dan wordt het geleverd. En als je één keer drugs hebt besteld dan blijf je ongevraagd reclamemateriaal krijgen”, zegt Edward van der Torre, bestuurskundige, criminoloog en lector Bestuur, Veiligheid en Ondermijning bij de Thorbecke Academie. De dalende drugsonderscheppingen lijken haaks in te spelen op de groei in gebruik en handel van cocaïne in Nederland.
Rioolwateronderzoek
“Sinds 2015 zien we dat het gebruik van cocaïne per duizend inwoners is gestegen in Amsterdam. Met uitzondering van een kleine dip gedurende lockdowns van de coronapandemie… Rioolwateronderzoek is één van de weinige manieren om erachter te komen hoeveel illegale drugs mensen gebruiken”, zegt Thomas ter Laak, senior onderzoeker voor het Wateronderzoeksinstituut KWR en docent milieuchemie aan de Universiteit van Amsterdam. Onderzoekers gebruiken rioolwater voordat waterzuiveringsinstallaties het zuiveren. Over minimaal een week nemen zij duizenden sub-monsters, die zij vervolgens weer samenvoegen. “Dat noemen we composietmonsters van 24 uur. Die bestaan meestal uit ongeveer 200 tot 300 sub-monsters”, aldus Ter Laak. Op deze manier zijn de monsters representatief voor het gebruik per dag en per week, zonder dat variaties in de hoeveelheid rioolwater en het drugsgebruik gedurende de dag de resultaten beïnvloeden. Ter Laak vervolgt: “Als er veel rioolwater is dan nemen we vaker een monster af. We stellen de apparatuur zo in dat hij bijvoorbeeld elke duizend, tienduizend of honderdduizend liter een monster afneemt. In de ochtend kan dat elke vijf minuten zijn en in de nacht dan elk kwartier of halfuur.” Ten slotte houdt hij rekening met de bevolkingsgroei. Hij deelt de gevonden hoeveelheid drugsresten door het aantal inwoners van het voorzieningsgebied, in plaats van alleen de absolute stijging te meten.
Rioolwateronderzoek geeft goed inzicht in de cocaïneconsumptie van Nederland. Wetenschappers van de Universiteit Leiden lieten met een studie uit 2024 zien dat in de periode 2011 tot 2024 het gebruik van cocaïne in Amsterdam bijna verdubbeld is. Daarnaast beweren zij dat de zuiverheid van de drug ook gestegen is. Ze concludeerden dat Amsterdam en Nederland het begin van de distributielijn vormt, omdat handelaren cocaïne in Nederland erg puur verkopen. De wetenschappers laten zien dat de zuiverheid van cocaïne in Denemarken en Zweden een stuk lager ligt dan in Nederland. Uit dit gegeven valt op te maken dat Nederland met een gemiddeld hogere puurheid, over de periode van 2007 tot 2023, gezien kan worden als doorvoerland. Ter Laak beaamt dit: “We zitten dicht bij het distributiepunt, dus we staan vooraan in de rij. Als je de prijzen en zuiverheid vergelijkt met plekken verder van de havens af, bijvoorbeeld in Oost-Europa, dan is de prijs relatief laag en heeft het product een hogere zuiverheid.”
Rioolwater en marktwaarde
Wetenschappers van het KWR Water Research Institute lieten met een studie uit 2022 zien dat zij tussen 2015 en 2022 drugsresten gemeten in dertig Nederlandse rioolwaterzuiveringsinstallaties. Deze dertig installaties waren goed voor ongeveer twintig procent van de Nederlandse bevolking. Door middel van zeven stappen wisten zij een inschatting te maken van de Nederlandse markt voor cocaïne, amfetamine en MDMA. De uitkomst hiervan was een jaarlijkse markt van naar schatting 903 miljoen euro.
Nederland doorvoerland
Wat opmerkelijk is aan de ontwikkelingen op het gebied van de cocaïnehandel in Nederland, is de groeiende rol van de Nederlandse havens. De wetenschappers van de Universiteit Leiden beweren dat waar eerder een groot deel van de drugs in Europa binnenkwam via havens in Zuid-Europese landen, deze ladingen steeds vaker via Antwerpen of Rotterdam binnenkomen. Volgens het rapport van het European Union Drugs Agency (EUDA) uit 2025 onderschepten België, Nederland en Spanje de grootste hoeveelheden aan cocaïne in 2023. Voor Nederland was dit bijna 60.000 kilogram, terwijl Noorwegen en Zweden minder dan 3000 kilogram onderschepten. Beide landen onderschepten minder dan één twintigste van de Nederlandse hoeveelheid. Uit dezelfde studie blijkt dat in Kopenhagen ongeveer 0,5 gram en in Stockholm ongeveer 0,3 gram cocaïne per dag gebruikt werd, tegenover ongeveer 1,2 gram in Amsterdam. Deze tegenstelling toont aan dat een groot deel van de cocaïne in Zweden en Denemarken via binnenlandse routes wordt aangevoerd, hoogstwaarschijnlijk dus ook vanuit Nederland.
Na een piek van 60.000 kilogram in 2023 daalde dat naar 38.000 kilogram in 2024 en 24.500 kilogram in 2025. Een extreme daling ten opzichte van 2023. Hoe kan deze daling tot stand komen als de markt groeit en het gebruik van drugs juist lijkt te stijgen? De afname van onderscheppingen kan het gevolg zijn van meerdere aspecten. Ter Laak zegt: “Er zijn veel manieren waarop cocaïne vervoerd wordt en je ziet recent dat het soms beter gemaskeerd of in producten verwerkt wordt. Het kan ook zijn dat je een dalende trend in de Rotterdamse haven ziet, omdat er een succesvollere manier van het verstoppen en vervoeren is gevonden. In die zin is dat gewoon de evolutie van de smokkelaar.” Die veranderde smokkelroutes passen in een bredere verschuiving. “Het is ook niet zo drugs per se door de havens gaan, maar dat bootjes vanuit de haven, bijvoorbeeld vissersboten, dan de drugs ophalen bij wachtplekken op zee. Ze kunnen het bij een vrachtschip ophalen of vastmaken aan een boei, het kan overal onder geplakt worden”, zegt Van der Torre.
De dalende onderscheppingscijfers doelen ook niet op dat de markt krimpt. In tegenstelling verkeert de Nederlandse cocaïnemarkt in een stadium van verzadiging. “Er zijn zoveel mensen naartoe getrokken, dat de winstmarges onder druk staan. Je ziet ook in een hoop gemeenten dat de zuiverheidsgraad toeneemt, terwijl die prijzen zijn ingezakt”, zegt Van der Torre. De toevoer van en handel in cocaïne lijkt ongestoord door te gaan, met meer en meer spelers op de markt. Dit sluit ook aan bij het beeld wat Ter Laak constateert uit het rioolwater. Er wordt niet alleen meer gebruikt, maar wat gebruikt wordt is ook steeds puurder.
Statistieken van de Rijksoverheid maken het nog duidelijker. Nederland is een cruciaal knooppunt voor de cocaïnehandel in Europa. Tot wel negentig procent van de cocaïne die binnenkomt in ons land exporteren criminele netwerken het daarna naar landen in het noorden en oosten. Van der Torre verklaart: “Als jij als buitenlandse groothandelaar, drugs wil bestellen, dan kun je in Nederland alle populaire drugssoorten bestellen, ook tegelijk. Dan wordt dat geleverd in alle denkbare hoeveelheden, van kleine postpakketten tot hele grote leveranties. Het is van een goede kwaliteit, het is een scherpe prijs en het wordt doorgaans betrouwbaar geleverd. Dat is een hele bijzondere marktpositie.”
Een verkeerd beleid?
Duidelijk is dat de import, export en het gebruik van cocaïne groeien in Nederland, hierdoor dringt de vraag zich op wat beleidsmakers daartegen doen. Voor het meten van consumptie hebben we een goede indicatie in het rioolwateronderzoek, zo zegt Ter Laak: “Als je wil weten wat er lokaal geconsumeerd wordt, is rioolwateronderzoek een heel sterk instrument. Als je wil weten hoe het met de handel zit, is dat eigenlijk geen sterk instrument.” Ook de Leidse wetenschappers concluderen dat de gebrekkige data over handel binnen de Europese Unie tot problemen kan leiden met de bestrijding van de drugscriminaliteit. Daarmee sluiten zij aan bij het standpunt van de EUDA en Europol, die al geruime tijd pleiten voor een strenger en secuurder beleid voor de bestrijding van de criminele markt. “Criminelen zijn lokaal ingebed en mondiaal aanwezig. Dat moet je met de opsporing van criminelen ook doen. Het grootste probleem is het geld wat ermee verdiend wordt, de macht, invloedsposities en de schade die wordt aangericht. Dat is het probleem. Ik zou niet zeggen dat het snel effectief is. Ik zou wel zeggen dat het noodzakelijk is. Het is een pijnlijke combinatie”, zegt Van der Torre.