Door Robine Habes
Een plastic flesje water, een snijplank in de keuken of een synthetisch T-shirt. Voor de meeste mensen zijn het alledaagse voorwerpen waar we nauwelijks naar omkijken. Toch laten ze voortdurend microscopisch kleine plasticdeeltjes los. Die zogenaamde microplastics zijn inmiddels overal terug te vinden: in oceanen, landbouwgrond, drinkwater en zelfs in de lucht die we inademen. De afgelopen jaren ontdekten onderzoekers bovendien iets wat nog dichterbij komt. Microplastics blijken ook aanwezig te zijn in het menselijk lichaam. Wetenschappers vonden ze onder meer in bloed, placenta’s, longen en hersenweefsel. Dat roept een ongemakkelijke vraag op: wat doen die deeltjes daar eigenlijk? Hoewel het onderzoek naar microplastics enorm groeit, zijn de antwoorden nog lang niet duidelijk. Sommige wetenschappers waarschuwen voor mogelijke gezondheidsschade, terwijl anderen benadrukken dat de huidige kennis nog veel onzekerheden bevat. Waar staat de wetenschap in 2026 werkelijk?
Van vervuiling in de oceaan naar plastic in ons lichaam
Toen milieuwetenschapper Heather Leslie zich begon te verdiepen in microplastics, lag de focus vooral op vervuiling van oceanen en ecosystemen. Toch verschoof haar aandacht geleidelijk naar de mens. “Als je microplastics meet in een vis, moet je nog allerlei aannames doen over hoeveel daarvan uiteindelijk bij mensen terechtkomt”, vertelt Leslie. “Maar als je het direct in het menselijk lichaam meet, weet je zeker dat het daar is.”
Die gedachte leidde uiteindelijk tot een onderzoek dat wereldwijd aandacht trok. In 2022 publiceerde Leslie samen met collega’s de eerste studie waarin microplastics werden aangetoond in menselijk bloed. In het onderzoek werden bij 17 van de 22 onderzochte proefpersonen plasticdeeltjes aangetroffen, waaronder PET en polystyreen. Het onderzoek liet zien dat plasticdeeltjes daadwerkelijk door het lichaam kunnen circuleren. Volgens Leslie maakt dat het onderwerp voor veel mensen ineens persoonlijk.
“Wij zijn waarschijnlijk de soort op aarde die het meest intensief met plastic leeft. We dragen het, gebruiken het, slapen erop en eten en drinken ermee. Het is dus logisch om te onderzoeken wat dat met ons doet.”
Wat weten we inmiddels?
Dat microplastics het lichaam binnenkomen, staat tegenwoordig nauwelijks meer ter discussie. Via voedsel, drinkwater en ingeademde lucht worden mensen dagelijks blootgesteld aan kleine hoeveelheden plasticdeeltjes. Ook wetenschapper Bart Koelmans onderzoekt al jarenlang microplastics. Hij was betrokken bij rapporten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en adviseerde de Europese Commissie over het onderwerp. Volgens Koelmans is er inmiddels voldoende bewijs dat plasticdeeltjes in menselijke organen terecht kunnen komen. “Er zit waarschijnlijk plastic in organen, in bloed en mogelijk ook in hersenweefsel. Daar ben ik redelijk van overtuigd.” Toch plaatst hij direct een belangrijke kanttekening.
Het aantonen van microplastics blijkt technisch veel moeilijker dan veel mensen denken. “De metingen zijn ontzettend ingewikkeld. Plastic is overal aanwezig. Daardoor is het moeilijk om zeker te weten of wat je meet daadwerkelijk uit het monster komt of bijvoorbeeld uit de laboratoriumomgeving.” Onderzoekers moeten daarom uitgebreide controles uitvoeren om contaminatie te voorkomen. Zelfs dan blijven er onzekerheden bestaan.
De plastic lepel in het brein
Die onzekerheid werd zichtbaar toen begin 2024 een onderzoek, gepubliceerd in Nature Medicine, veel aandacht kreeg vanwege een opvallende conclusie: in menselijke hersenen zouden aanzienlijke hoeveelheden microplastics zijn aangetroffen. De onderzoekers rapporteerden hogere concentraties in hersenweefsel dan in lever- of nierweefsel, wat wereldwijd leidde tot discussies over mogelijke gezondheidseffecten. Maar volgens Koelmans is die conclusie waarschijnlijk te stellig. “Ik denk niet dat er een plastic lepel in je hersenen zit.” Het probleem zit volgens hem vooral in de meetmethode. Hersenweefsel bevat veel vetten, die in bepaalde analyses een vergelijkbaar signaal kunnen geven als sommige kunststoffen. “Wat onderzoekers meten zijn chemische signalen. Maar vetten kunnen soms hetzelfde signaal geven als bepaalde plastics. Daardoor ontstaat onzekerheid over hoeveel van het gemeten signaal werkelijk van plastic afkomstig is.” Dat betekent niet dat er geen microplastics in hersenen aanwezig zijn. Wel laat het zien hoe voorzichtig wetenschappers moeten zijn met spectaculaire conclusies.
Mogelijke risico’s voor de gezondheid
Hoewel de exacte blootstelling nog lastig te bepalen is, groeit de aandacht voor mogelijke gezondheidseffecten. Een belangrijke aanwijzing komt uit onderzoek naar medische implantaten. Die deeltjes kunnen ontstekingsreacties veroorzaken. “We weten dat losse plasticdeeltjes ontstekingen kunnen veroorzaken”, zegt Leslie. “Dat zien artsen al jarenlang bij bepaalde implantaten.” Ontstekingen zijn interessant omdat ze een rol spelen bij veel chronische aandoeningen, waaronder hart- en vaatziekten, kanker en neurodegeneratieve ziekten. Volgens Leslie is het daarom plausibel dat microplastics bijdragen aan gezondheidsproblemen, al is dat nog niet definitief bewezen.
“Het zou goed kunnen dat een deel van de ongezondheid in onze samenleving samenhangt met de enorme hoeveelheid kunststoffen en chemische stoffen waaraan we worden blootgesteld.” Koelmans benadrukt dat wetenschappers nog niet kunnen aantonen dat de hoeveelheden microplastics die mensen normaal binnenkrijgen daadwerkelijk ziekte veroorzaken. “Er is absoluut reden om verder onderzoek te doen. Maar hoe schadelijk het precies is, weten we nog niet.”
Kwetsbare groepen
Onderzoekers kijken ondertussen specifiek naar groepen die mogelijk gevoeliger zijn voor blootstelling. Zo blijkt uit verschillende studies dat de kleinste nanoplastics de placenta kunnen passeren. Ook suggereren modellen dat een klein deel van die deeltjes een ongeboren kind kan bereiken. Dat betekent niet automatisch dat er gezondheidsschade optreedt. Wel maakt het zwangere vrouwen en jonge kinderen tot een belangrijke onderzoeksgroep. “Een foetus is een systeem in ontwikkeling”, zegt Koelmans. “Als daar iets verstoord wordt, kan dat potentieel grotere gevolgen hebben dan bij een gezond volwassen lichaam.” Ook ouderen en mensen met bestaande chronische aandoeningen worden vaak genoemd als mogelijke risicogroepen.
Onderzoek in de steigers
Voor buitenstaanders kan het frustrerend lijken dat wetenschappers na jaren onderzoek nog steeds geen eenduidig antwoord geven op de vraag hoe gevaarlijk microplastics zijn.
Volgens Leslie komt dat doordat onderzoekers eigenlijk drie grote puzzels tegelijk proberen op te lossen. Ten eerste moet duidelijk worden hoeveel microplastics mensen daadwerkelijk binnenkrijgen. Vervolgens moet worden onderzocht welke effecten die blootstelling heeft op cellen, organen en biologische processen. Pas daarna kunnen epidemiologen kijken of mensen met hogere blootstelling ook daadwerkelijk vaker ziek worden. “Die drie lijnen van bewijs worden nu langzaam opgebouwd”, zegt Leslie. Koelmans vergelijkt het onderzoeksveld met een gebouw dat nog in de steigers staat. “We zijn aan het pionieren. De methodes worden steeds beter, maar we zijn er nog niet.” Dat betekent volgens hem niet dat eerdere onderzoeken waardeloos zijn. Integendeel: juist doordat onderzoekers nieuwe bevindingen publiceren, kunnen andere wetenschappers die resultaten controleren, verbeteren en verfijnen.
Wat betekent dit voor de gemiddelde Nederlander?
Wie op zoek is naar een simpel antwoord, komt bedrogen uit. De wetenschap biedt voorlopig geen harde uitspraak dat microplastics ernstige gezondheidsschade veroorzaken. Maar ze biedt ook geen geruststelling dat de deeltjes volledig onschuldig zijn.
Wat wel duidelijk is, is dat blootstelling vrijwel onvermijdelijk is. Plastic zit in verpakkingen, kleding, huishoudelijke producten en talloze andere voorwerpen die dagelijks worden gebruikt. Leslie pleit daarom voor het voorzorgsprincipe. Volgens haar kunnen mensen zonder grote moeite bepaalde bronnen van microplastics vermijden, bijvoorbeeld door minder wegwerpplastic te gebruiken of over te stappen op alternatieven voor plastic theezakjes en snijplanken. Koelmans benadrukt vooral het belang van nuchterheid.
“Je leest niet in de krant dat iemand overleden is door het drinken uit een plastic flesje.”
Volgens hem is het huidige bewijs vooral een reden om verder onderzoek te doen, niet om in paniek te raken.