achtergrondartikel
‘Je moet je stem laten horen, want een ander kan dat niet voor je doen’
24 - 07 - 2026
Redactie Kijk op Kennis

Wereldwijd gaan mensen de straat op wanneer zij het gevoel hebben dat
er niet naar hen geluisterd wordt. In Zuid-Korea groeide protest uit tot
meer dan alleen verzet tegen de macht. Demonstreren werd een manier om de democratie actief te beschermen.

Door Seán de Jong

December 2024, Seoel | Mensen gaan massaal de straat op. Uit luidsprekers klinken parodieën op kerstliedjes. Demonstranten zingen mee terwijl zij hun protestborden omhooghouden. Andere, vaak jongere demonstranten, gebruiken brandende lightsticks (Lightsticks worden doorgaans gebruikt om support te tonen voor K-pop groepen, red.) om de afzetting van de zittende president te eisen. Tegenover hen, lopend met Koreaanse en Amerikaanse vlaggen, verdedigt een menigte hem in grote getalen.

Recentelijk heeft Yoon Suk-yeol, de oud-president van Zuid-Korea, levenslang gekregen nadat de rechter hem schuldig bevond van het organiseren van een opstand. Laat in de avond op 3 december 2024 riep Yoon de noodtoestand uit. Volgens hem probeerde de oppositiepartij hem actief te blokkeren, en sympathiseerden zijn tegenstanders met Noord-Korea, wat een gevaar voor de nationale orde zou vormen. Hierdoor probeerde hij een staatsgreep te rechtvaardigen. Ondanks het late tijdstip wist het parlement diezelfde avond zijn beslissing te blokkeren. Als reactie hierop kwamen massale demonstraties. 

Remco Breuker, historicus aan de Universiteit Leiden en adviseur over onder meer Noord en Zuid-Koreaanse politiek, die voor zijn serie Big in Korea deze en andere demonstraties actief opzocht, merkte op dat juist oudere demonstranten het voortouw namen bij de anti-Yoon demonstraties. Veel van hen maakten eerder periodes van politieke onrust en autoritair bestuur zelf mee. ‘Ze weten dat vrijheid niet vrijblijvend is en juist daarom gaan mensen de straat op als ze zien dat hun vrijheid wordt afgepakt,’ stelt hij. In Zuid-Korea leeft het idee sterk dat burgers zelf verantwoordelijk zijn voor het beschermen van hun vrijheid. Maar wat maakt mensen bereid om daadwerkelijk de straat op te gaan, en waarom is Zuid-Korea hier een goed voorbeeld van? 

Autoritaire regimes 

In zijn boek, The Making of Korea, beschrijft Adrian Buzo, pionier op het vlak van Koreastudies in Australië aan de Monash Universiteit en de Universiteit van New South Wales, onder meer de democratisering van Zuid-Korea. Na de bevrijding van de Japanse bezetting, vormde Zuid-Korea in de decennia daarna zes verschillende republieken. Meerdere daarvan werden gekenmerkt door autoritaire, militaire dictators. Zo was er generaal Chun Doo-hwan, die in 1980 via een militaire staatsgreep aan de macht kwam. Toen militairen studenten in Gwangju mishandelden, stroomden steeds meer inwoners de straat op. Binnen enkele dagen veranderde de stad in het toneel van een bloedige opstand. ‘Duizenden doden en gewonden en dat direct tijdens de demonstraties’, vertelt Breuker. 

De opstand van Gwangju groeide uit tot een symbool van verzet tegen de militaire dictatuur en vormde de basis van een zeven jaar durende democratiseringsbeweging die uiteindelijk leidde tot de vorming van de huidige Zuid-Koreaanse democratie. Dat ging opnieuw gepaard met geweld. De dood van de studenten Park Jong-chul en Lee Han-yeol was de druppel die de emmer deed overlopen. Christopher Green, docent Koreastudies aan de Universiteit Leiden en specialist in Koreaanse politiek en inter-Koreaanse relaties: ‘Het waren studenten van goede universiteiten, die stierven op het campus. Eén van hen overleed door martelingen door de staat. De ander stierf doordat hij werd geraakt door een traangasgranaat,’ Zo’n 1,6 miljoen Koreanen gingen de straat op voor Lee Han-yeol’s begrafenis. Zijn gezicht verscheen op posters, spandoeken en krantenpagina’s door het hele land. 

‘We moeten wel erkennen dat niet alleen dankzij deze grote protesten democratisering plaatsvond. De naderende Olympische Spelen in Seoel en druk vanuit Amerika speelden ook een rol, en Chun kon zich niet veroorloven deze te verpesten door de demonstraties neer te slaan’, vertelt Green. Wél is het zo dat zonder eerdere demonstraties de democratisering niet zo zeer tot stand was gekomen. ‘Als je kijkt naar de jaren zestig, toen studentenprotesten hielpen om het bewind van Syngman Rhee ten val te brengen, gaf dat een impuls aan het idee dat protest verbonden was met democratie. Vervolgens waren er meer protesten, die uiteindelijk vergelijkbaar succesvol bleken, beginnend in de jaren zeventig. Deze droegen eraan bij dat het hoofd van de KCIA tot het inzicht kwam dat het regime van Park Chung-hee ten einde moest komen.’ 

Dit blijkt ook uit hoe Koreanen vroegere democratiseringsprotesten ervaren. Zo vertelt Jo Haejeong, een vriendin van Breuker uit zijn studietijd in Breukers documentaire het volgende, ‘Ons land is in zo’n korte tijd een democratie geworden, omdat de mensen zich gezamenlijk inspanden voor die democratie.’ Beide Green en Breuker zijn het er over eens dat door de eerdere succesvolle protestbewegingen mensen sneller bereid zijn om de straat op te gaan. Breuker: ‘Als jonge Koreaan heb je van je ouders geleerd, wat evident een succes is geweest. Je hoeft het niet mee te hebben gemaakt om te weten dat protest werkt.’ 

Nog steeds centraal 

Ook nu spelen politieke conflicten zich niet alleen af in het parlement. Regelmatig verplaatst de strijd zich naar de straten van Seoel. ‘Deels komt dat doordat het parlement niet altijd maatschappelijke onvrede democratisch op kan lossen. Mensen proberen daardoor het heft zelf in handen te nemen en gebruiken protest als middel voor politieke actie,’ vertelt Green. 

Dat werd zichtbaar tijdens de Candlelight protesten van 2016 en 2017, waarbij op een gegeven moment 2 miljoen mensen (ongeveer 1 op de 10 mensen binnen de directe omgeving van Seoel) met lichtjes de straat op gingen om het aftreden van president Park Geun-hye na een corruptieschandaal te eisen. Uiteindelijk leidde de protestbeweging tot haar afzetting. Net als tijdens eerdere crises, stroomden opnieuw mensen de straat op. Voor veel Zuid-Koreanen voelt demonstreren nog altijd als een directe manier om invloed uit te oefenen op de politiek. 

Die protesten tonen ook hoe sterk gepolariseerd de Zuid-Koreaanse samenleving is geworden. Niet alleen progressieve demonstranten stonden op straat, maar ook conservatieve groepen die Yoon, en na haar afzetting ook Park, juist verdedigden. Uit onderzoek van socioloog Yang Myungji blijkt dat conservatieve elites progressieve bewegingen regelmatig als een bedreiging voor de Zuid-Koreaanse liberale democratie neerzetten. Dit gebeurt op onder andere sociale media die veel gebruikt wordt door de oudere generatie. Daar komt bij dat veel oudere conservatieve Zuid-Koreanen gevormd zijn door de Koreaanse Oorlog en de economische groei onder conservatieve regeringen. Hier is Yang achter gekomen door onder meer het houden van diepte-interviews met prominente conservatieve figuren. 

Tegelijkertijd waren ook veel oudere progressieve demonstranten aanwezig bij de Candlelight demonstraties. Velen van hen maakten de democratiseringsbeweging van de jaren tachtig zelf mee. Voor hen voelt demonstreren als een noodzakelijke manier om de democratische vrijheid te beschermen. 

Onderzoeker Jaclyn Sakura Knitter beschrijft hoe Zuid-Koreaanse protestbewegingen voortdurend voortbouwen op symbolen en tactieken uit eerdere protesten. Tijdens de Gwangju-opstand werden nationale symbolen zoals de Koreaanse vlag (de Taegeukgi/태극기), protestliederen en leuzen gebruikt om burgers als één groep te verenigen. Decennia later keren vergelijkbare symbolen en tactieken nog steeds terug. 

De vorm van protesteren kan veranderen. Zo ziet het moderne tijdperk dat de traditionele protestliederen ingeruild worden voor door demonstranten politiek omgedoopte K-pop songs. Ook de Taegeukgi verandert van een symbool van democratisch verzet tijdens de Gwangju-opstand naar een breder nationaal symbool dat tegenwoordig door zowel progressieven als conservatieven wordt gebruikt. Maar het doel blijft hetzelfde: demonstranten willen druk uitoefenen op de politiek die volgens veel Zuid-Koreanen onvoldoende luistert. Deze symbolen laten volgens Knitter zien dat deze terugkerende maar veranderende protestsymbolen onderdeel zijn geworden van de herinnering aan de eerdere democratische strijd van Zuid-Korea. 

De Koreaanse identiteit 

De bereidheid van veel Zuid-Koreanen om de straat op te gaan, lijkt nauw verbonden met de lange protestgeschiedenis van het land. Door meerdere generaties van protestbewegingen en politieke crises is demonstreren voor veel burgers een vertrouwde manier geworden om politieke onvrede te uiten. Tijdens de Candlelight protesten van 2016 en 2017, waren niet alleen studenten en activisten aanwezig, maar ook gezinnen. Green: ‘Dat was een heel nieuw idee dat je niet vaak tegenkomt. Die protesten waren ontzettend goed georganiseerd door vakbonden en andere maatschappelijke organisaties. Zo creëerden ze de mogelijkheid voor vreedzame protesten, waarbij mensen uit alle lagen van de bevolking, uit alle sociale milieus, de straat op gingen om te protesteren.’ Ook de vorm van protest verandert mee met de nieuwe generatie. Tegenwoordig worden K-pop muziek en gedecoreerde lightsticks gebruikt tijdens demonstraties. 

Toch spelen oudere generaties nog steeds een belangrijke rol binnen de Zuid-Koreaanse protestcultuur. Volgens Breuker demonstreren zij juist makkelijker mee, ‘De oudere generaties hebben dit zelf eerder meegemaakt, die hebben zelf ook gedemonstreerd, dus die demonstreren makkelijk mee’, vertelt hij. Breuker vertelt ook over een groep vrouwen, nabestaanden van de Gwangju-opstand, die op 3 december opnieuw de straat op gingen, ‘Laat in de avond stonden ze daar met hun rollators en rolstoelen te demonstreren tegen de noodtoestand,’ vertelt hij. ‘Je zou denken dat juist zij, na alles wat ze hebben meegemaakt, thuis zouden blijven en het aan de jongere generatie zouden overlaten. Maar nee, juist zij stonden vooraan.’ 

Volgens Green laat dat zien hoe diep protest in de Zuid-Koreaanse samenleving geworteld is geraakt. ‘Demonstreren is nu een deel van de Zuid-Koreaanse identiteit, en dat verdwijnt niet zomaar.’

24 - 07 - 2026 |
Redactie Kijk op Kennis