Door Floor Jansen
Mijn ervaring met hormonale anticonceptie is begonnen op een manier die veel vrouwen zullen herkennen. Op jonge leeftijd ben ik gestart met de hormonale anticonceptiepil. In de jaren daarna merkte ik negatieve veranderingen in mijn humeur en gedrag. Ik was snel op mijn teentjes getrapt en kon erg fel in discussie gaan. Destijds wist ik dat ik onredelijk kon zijn, maar dat was gewoon hoe ik nu eenmaal was. Dacht ik. Tot ik na jaren gedachteloos de anticonceptiepil te hebben geslikt, bedacht wat de pil eigenlijk met mij kon doen. Ik besloot te stoppen met de pil. Na een tijdje merkte ik dat mijn persoonlijkheid in positieve zin was verbeterd. Ik reageerde minder fel, en veel rationeler op de mensen om mij heen. Daardoor bleef de vraag in mijn hoofd hangen: ‘wat doet hormonale anticonceptie nou precies met je brein?’.
Effecten van hormonale anticonceptie op het brein en gedrag
Hormonen zijn signaalstoffen in je lichaam die allerlei processen in het lichaam in evenwicht houden. Het menselijk lichaam maakt hormonen van nature aan. Hormonale anticonceptie beïnvloedt dat systeem door de natuurlijke hormonale cyclus te onderdrukken. Maar die ingreep blijft niet beperkt tot de voortplantingsorganen, waarvoor hormonale anticonceptie in de eerste plaats bedoeld is. Onderzoek van de afgelopen jaren laat zien dat synthetische hormonen ook invloed kunnen hebben op de hersenen.
Onderzoek uit 2024 laat zien dat hormonale anticonceptie samenhangt met veranderingen in de structuur, activiteit en de chemische processen van het brein. Pilgebruik gaat gepaard met afwijkingen van volume in verschillende hersengebieden. Sommige regio’s zijn groter, andere juist kleiner. De invloed op het dagelijks leven is niet wetenschappelijk aangetoond. Mogelijk zorgt het voor een verandering van je stemming, verwerking van negatieve prikkels of sociale herkenning.
Hormonale anticonceptie zorgt voor verschillen in hersenactiviteit ten opzichte van vrouwen met een natuurlijke cyclus. Bepaalde netwerken in het brein lijken in rust minder sterk met elkaar te communiceren. Dat geldt vooral voor de hersennetwerken die betrokken zijn bij plannen, beslissingen nemen en doelgericht denken. Vrouwen die de pil slikken, hebben hier dus wat meer moeite mee.
Daarnaast wordt in het onderzoek gekeken naar hoe het brein reageert op taken. Sommige studies suggereren dat hormonale anticonceptie invloed kan hebben op stressverwerking, je humeur en informatieverwerking. Dit zorgt er ook voor dat de natuurlijke reactie van het beloningssysteem wordt onderdrukt. Mogelijk leidt dit ertoe dat we minder positieve gevoelens ervaren.
Naast stemming en cognitie kan ook je slaap worden beïnvloed door het gebruiken van hormonale anticonceptie. Uit het onderzoek bleek dat vrouwen die de pil slikken minder REM-slaap hebben. Dat is de slaapfase waarin de hersenen relatief actief zijn en waarin dromen vaak voorkomen. REM-slaap speelt bovendien een rol bij het verwerken van emoties en het opslaan van herinneringen. Toch is er geen eenduidig bewijs dat dit leidt tot meetbare verschillen in geheugenprestaties of dagelijks functioneren.
Onderzoek van de Universiteit Utrecht laat zien dat pilgebruikers over het algemeen minder variatie van dag tot dag op het gebied van prikkelbaarheid, risicogedrag, energieniveau en gevoel van aantrekkelijkheid vertonen. De onderzoekers beschrijven dit als een afvlakking van emoties en psychologische reacties. Dat wil niet zeggen dat pilgebruikers zich per definitie slechter voelen, maar eerder dat positieve en negatieve emoties minder sterk schommelen.
Deze waslijst aan invloeden van hormonale anticonceptie op het brein komt wel met een kanttekening. De gevonden verschillen zijn minimaal en verschillen erg van persoon tot persoon. Ook is het lastig om oorzaak en gevolg vast te stellen. Niet iedereen reageert hetzelfde op hormonale anticonceptie, en andere factoren spelen waarschijnlijk ook een rol.
Natuurlijke hormonen hebben ook invloed
Ik stop met de pil, en merk al snel dat mijn onredelijke gedrag verdwijnt. Mijn natuurlijke cyclus komt weer op gang en mijn lichaam gaat de hormoonhuishouding zelf weer reguleren. En die hormonen blijken ook erg veel met je lichaam en hersenen te doen. “Hormonen zorgen er onder andere voor dat je die cyclus hebt. Maar die hormonen kunnen ook een effect hebben op de hersenen”, vertelt Anne Nijboer, derdejaars PhD-kandidaat Klinische Psychologie aan de Universiteit Leiden. “Estradiol is een hormoon dat piekt vlak voordat je ovuleert. Dit kan zorgen voor het gevoel dat je er wat meer erop uit wil en meer energie hebt. Maar ook dat je wat impulsiever bent rond de ovulatie. We denken dat dat toch wat te maken heeft met die piek in estradiol”, stelt Nijboer voorzichtig. “Progesteron piekt vooral in de periode daarna. De dagen voordat je ongesteld wordt, waarin vrouwen soms wat meer last hebben van bijvoorbeeld stemmingsklachten, komt waarschijnlijk doordat progesteron juist daalt.”
Naast progesteron en estradiol is er nog een belangrijk hormoon dat invloed heeft op onze hersenen: testosteron. “Testosteron is bijvoorbeeld een hormoon dat een grote invloed heeft op de ontwikkeling van de hersenen, en op hoe hersencircuits georganiseerd worden”, vertelt Anna Tyborowska, onderzoeker aan de Radboud Universiteit. “Als het testosterongehalte iets hoger is, vermindert het gevoel van angst. Dit kan het toenaderingsgedrag vergemakkelijken, ook in sociale situaties.”
“De rol van testosteron verandert met de leeftijd. Dat maakt het een interessant hormoon voor de wetenschap”, legt Tyborowska uit. “Tijdens de puberteit lijkt testosteron vooral ontwikkeling te stimuleren, maar in de jongvolwassenheid kan het juist minder gunstig zijn voor controle over gedrag en emoties.”
Ervaringen verschillen
Het onderzoek van Tyborowsa kijkt ook naar verschillen tussen mensen. Waarom ervaart de één bijvoorbeeld meer angst dan de ander, terwijl iedereen hormonen heeft? “Ik zou willen dat ik het antwoord had, maar dat is er nog niet”, zegt ze eerlijk. “Mogelijk speelt een combinatie van factoren een rol, zoals verschillen in hersenstructuren of in hoe hormonen in het lichaam worden verwerkt. Maar harde antwoorden ontbreken nog.” PhD-kandidate Anne heeft wel een idee: “Er is nu een vrij sterke hypothese dat het verschil in ervaringen niet ligt aan het hormoonniveau, maar waarschijnlijk aan de sensitiviteit van de hersenen voor die hormonen”. Een definitief antwoord laat nog op zich wachten.
Veel vraagtekens
Als het gaat om kennis over hormonen wordt er vaak gesproken over ‘waarschijnlijk’ en ‘we denken’. “Wat we keer op keer tegenkomen in het veld is dat studies niet altijd hetzelfde vinden”, zegt Nijboer. “Veel studies meten net op een andere manier de cyclus, waardoor het lastig is direct te vergelijken. Maar wat ook bijdraagt aan de inconsistentie tussen resultaten, is dat deze uitkomsten niet voor iedereen gelden. Bepaalde vrouwen hebben erg veel symptomen, terwijl andere vrouwen daar geen last van hebben.”
“Er is nu meer aandacht voor deze tak van wetenschap dan bijvoorbeeld tien jaar geleden”, vertelt Nijboer. Ook Tyborowska kan zich hierin vinden: “Historisch gezien heeft dit onderwerp minder aandacht gekregen in studies. We hebben veel meer onderzoek nodig. Ieder onderzoek is één stap in een groter proces”. Onderzoek doen op dit gebied is erg belangrijk. “Vrouwen zijn de helft van de wereldbevolking. En we missen toch wel bepaalde basiskennis. Het is wel heel belangrijk dat goed onderzoek wordt gedaan omdat vrouwen net zoveel recht hebben op goede zorg”, sluit Nijboer af.