Door Willemijn Muntinga
Het is nog altijd niet duidelijk wat er precies in het menselijk lichaam gebeurt tijdens een winterdip. Dat is schadelijk, ziet de Vlaamse arbeidsarts Wim van Hooste. ‘De winterdip wordt dikwijls weggelachen, maar het is een majeure depressie.’ Ook professor Johan Verbraecken benadrukt de complexiteit van het verschijnsel, de depressie uit zich op uiteenlopen manieren.
Een belangrijke factor van de winterdip is licht. En meer specifiek: het gebrek daaraan. Welke effecten van het gebrek aan licht ziet de wetenschap en waarom is de winterdip zo’n wetenschappelijk raadsel?
Dip of depressie
Maar weinig studies weten de winterdip te doorgronden. Door het gebrek aan harde studies en de complexiteit van ons biologisch systeem blijft die moeilijk grijpbaar. Niet elke winterdip is ook een winterdepressie zoals de Seasonal Affective Disorder. Professor Johan Verbraecken deed onderzoek naar deze specifieke vorm: licht speelt een cruciale rol in onze biologische
ritmes, maar het blijft onduidelijk waarom sommige mensen gevoeliger zijn voor donkere dagen en wat er precies in het lichaam gebeurt. De term “winterdip” is dan ook geen officiële medische diagnose, maar een verzamelnaam voor klachten als futloosheid, somberheid en een laag zelfbeeld in de donkere maanden. Bij een kleinere groep gaat het verder: ze zijn somber, vermoeid en de impact op het dagelijks leven is groot. Zij hebben last van de Seasonal Affective Disorder: een officiële diagnose die is vastgelegd in de DSM-5, de handleiding voor psychische stoornissen. Om de leesbaarheid te vergroten, wordt in dit artikel gebruik gemaakt van de term “winterdepressie”.
Hoe werkt ons slaapsysteem?
Slaap heeft grote invloed op ons energiesysteem. Het slaaphormoon “melatonine” speelt een belangrijke rol, maar dat gaat bij iedereen net even anders. Professor Verbraecken herkent deze verschillen tussen mensen. ‘De productie van hormonen verschilt tussen individuen. Ieder persoon maakt een andere hoeveelheid melatonine aan’, stelt hij. ‘Een paar uur voordat we gaan slapen maakt de epifyse in onze hersenen melatonine aan. De epifyse staat in verbinding met ons netvlies.’ Dat brengt ons bij de belangrijkste speler: licht. ‘Zodra er minder licht is, gaat die informatie via de oogzenuw naar de hersenen. Zij vertellen ons dat het donker wordt en dat het tijd is om te slapen.’
Andersom werkt het net zo, legt Verbraecken uit. ‘Door in de ochtend meteen de gordijnen te openen, krijgen de hersenen een signaal dat de dag begint. Dat heeft te maken met onze biologische klok: het circadiaans ritme. Dat ritme duurt niet exact 24 uur, maar ongeveer 24 uur en twintig minuten. Daarom moet het elke dag worden “bijgesteld”. Licht is daarvoor het belangrijkste signaal. Vooral blauw ochtendlicht vertelt onze hersenen dat het tijd is om wakker te worden. Maar omdat het in de winter ‘s ochtends pas laat licht wordt, is het lastig om met energie uit bed te komen.’ Zo bepaalt het licht en de lengte van de dag ons ritme en humeur.
Verschillende slaapprofielen
Waar Verbraecken het biologische mechanisme benadrukt, laat onderzoek uit Pittsburgh zien hoe verschillend dat mechanisme zich kan uiten. Onderzoekers van de University of Pittsburgh onderscheiden twee soorten “profielen” van de winterdepressie. Met een datagedreven clusteranalyse onderzochten ze slaap- en biologische klokpatronen bij mensen met een seizoensgebonden depressie. Ze maten de slaap met slaaphorloges. Mensen met een “disrupted sleep profile”, ofwel onderbroken slaap, slapen onregelmatig en vaak relatief kort. Ze herstellen niet als ze slapen en worden moe wakker, ondanks acht uur slaap. Daarentegen hebben personen met een “advanced” slaapprofiel een vroege biologische klok, waardoor ze eerder het slaaphormoon melatonine aanmaken. Deze groep is dus eerder moe en slaapt langer door. Dit maakt een natuurlijke compensatie voor het gebrek aan licht mogelijk, waardoor ze beter herstellen. Deze “advanced” winterdepressie is geen mildere variant, maar slechts een andere uiting: sommigen hebben last van slechte slaap, terwijl anderen juist langer slapen.
Dit zijn opvallende onderzoeksresultaten: de slaap van personen die last hebben van de winterdepressie is dus niet vertraagd, maar vervroegd. Eerder wetenschappelijk onderzoek suggereerde dat de interne biologische klok achterloopt op het slaap-waakritme, wat zou betekenen dat zij later inslapen en moeite hebben met opstaan. Het onderzoek van de University of Pittsburgh toont daarentegen aan dat een grote groep mensen juist een vervroegd ritme heeft: ze gaan eerder slapen, slapen langer door en compenseren hun vermoeidheid. Een individueel aangescherpte aanpak op basis van deze verschillen, kan dus de behandeling van de winterdip verbeteren.
Vroege vogels en nachtdieren
Arbeidsarts Van Hooste ziet die verschillen dagelijks in zijn praktijk. ‘Je hebt vroege vogels en nachtdieren. Daar kun je niks aan veranderen, want dat zit in ons DNA.’ Of je een vroege vogel of nachtdier bent, heeft te maken met het Dim Light Melatonin Onset, het DLMO. ‘Dat is het tijdstip in de avond waarop de aanmaak van melatonine begint’, licht Verbraecken toe. ‘Dan worden we slaperig.’
Toch verklaren onze hormonen en ons DNA nog niet waarom een winterdepressie zich bij iedereen anders manifesteert. Wetenschappelijk bewijs ontbreekt nog altijd, ziet Van Hooste. ‘De één wordt vooral heel erg moe, de ander ontzettend somber. Juist daarom zijn meer studies nodig. We moeten onze eigen mechanismen beter begrijpen, want we weten nog niet precies hoe de symptomen zich vertalen naar de winterdepressie.’
Verschillende profielen. Uiteenlopende symptomen. Unieke personen. De complexiteit van ons biologisch systeem maakt de winterdepressie moeilijk grijpbaar. De conclusies van het onderzoek van de Universiteit van Pittsburgh, professor Verbraecken en arbeidsarts Van Hooste zijn veelzeggend: de winterdepressie kent niet één duidelijk patroon. Volgens Verbraecken zorgt de winterdip voor een soort domino-effect: ‘Het ene effect geeft weer een volgend effect, dat kan snel gaan.’
Wetenschap of placebo: wat werkt echt tegen de winterdip?
Deze verschillen maken ook dat er niet één oplossing is. Vitamine D-tabletten, een daglichtlamp en slaaphorloges: maar al te graag worden ze gebruikt door mensen die lijden aan de winterdepressie. Begrijpelijk, maar het wetenschappelijk bewijs daarvoor is verrassend zwak, waarschuwen Verbraecken en Van Hooste. De steeds geavanceerdere en duurdere slaaphorloges kunnen namelijk ook een negatief effect hebben. Ze kunnen leiden tot orthosomnie: een hardnekkige obsessie met slaap. ‘Onze obsessie met goed slapen, maakt onze slaap juist slechter’, stelt Verbraecken. ‘We meten tegenwoordig alles. Ons aantal stappen, onze hartslag en zelfs onze slaap.’
Volgens het onderzoek uit Pittsburgh is er geen reden voor paniek. Ondanks dat mensen met een winterdepressie in de winter gemiddeld langer slapen dan in de zomer, is dat meestal niet zóveel langer dat het echte ‘hypersomnie’ is. Mensen slapen vaak wel meer, maar dat is geen extreem overmatige slaap. Er ontstaat dus een merkwaardige paradox: hoe meer slaap we meten, hoe slechter de kwaliteit van onze slaap lijkt te zijn. Maar wat als die slaaphorloges ons juist voor de gek houden? Professor Verbraecken deed onderzoek naar de werking van zes verschillende slaaphorloges. De resultaten zijn bedroevend: een meerderheid van de horloges misschatten de slaap flink. ‘Soms was het verschil wel twee uur’, waarschuwt Verbraecken.
Ook de behandeling met vitamine D ontkomt niet aan zijn kritische blik. ‘Er is weinig hard bewijs dat het werkt. Veel studies zijn te klein, gebruiken verschillende meetmethoden of duren slechts kort. Daardoor zijn resultaten lastig te vergelijken.’ Toch is het placebo-effect sterk, ziet Verbraecken. ‘Als mensen zich er beter van gaan voelen, kunnen ze het gewoon nemen. Een overschot aan vitamine D plas je toch weer uit.’ De winterdepressie kan ook behandeld worden met lichttherapie en melatonine. Lichttherapie helpt om wakker te worden, melatonine om goed te slapen. Lichttherapie met een lamp kan werken, maar buitenlicht is krachtiger. ‘Normale binnenverlichting produceert doorgaans zo’n 200 tot 500 lux, zo’n lamp produceert 10.000 lux
en buiten heb je te maken met 10.000 tot 100.000 lux’, licht Verbraecken toe. Van Hooste beaamt dat. ‘Naar buiten gaan werkt nog altijd het beste.’
De seizoenen veranderen, mensen verschillen. De wetenschap stelt winterdippers wellicht
gerust: ieder lichaam past zich aan, dat van vroege vogels én nachtdieren.