Uncategorized
Pesten stoppen? Laat die sociale status!

Waarom pesten mensen en hoe wordt het tegengehouden? Pesten aanpakken is het doel voor Maud Hensums. Vanuit de UvA, doet orthopedagoog onderzoek naar pesten en ontwikkelt anti-pest programma’s. Wat voor de een werkt, werkt voor de ander juist niet, daarom kijkt Hensums naar een one size does not fit all-strategie om gerichter in te grijpen.

Wat maakt het pesten, en niet plagen? ‘Er is echt duidelijk verschil tussen pesten en plagen. Dan Olweus heeft in de jaren negentig een officiële definitie gekoppeld aan pesten. Pestgedrag moet aan drie eisen voldoen om het te onderscheiden van plagen bijvoorbeeld. De eerste is agressief gedrag waarbij het ook intentioneel is. De tweede eis houdt in dat het gedrag en het pesten herhaaldelijk is, het komt dus niet één keer voor, maar meerdere keren over een langere periode. Een onevenredige verhouding in macht tussen twee personen is de derde, en laatste eis’, legt Hensums uit.

Liever een insider

Veel mensen die zelf noch dader noch slachtoffer zijn van pesten begrijpen het bestaan ervan niet. Waarom zou iemand een ander zoveel pijn doen, en met opzet gemeen zijn? Uit de onderzoeken van Hensums blijkt het behouden van de sociale status een van de voornaamste redenen. Hensums: ‘Evolutionair gezien is dat ook heel voordelig. Het hebben van een hogere status creëert ook toegang tot bepaalde middelen. Het sociale-status-mechanisme is niet alleen te zien bij scholen, maar ook bij verpleeghuizen en in de politiek. Een hogere sociale status is toch vaak een effectieve manier om machtiger te worden.’ Zodra kinderen ouder worden beginnen zij meer waarde te hechten aan een bepaalde sociale status. Erbij horen en populair worden wordt belangrijk. ‘Als jongeren de keuze krijgen om erbij te horen of voor de gepeste op te komen met daarmee zelf gepest te kunnen worden, kiezen ze sneller voor de eerste optie’, meent Hensums. Sociale vaardigheden spelen ook een rol in Hensums haar onderzoek. Vanwege een bepaalde sociale status hebben kinderen of jongeren soms niet de vaardigheden om situaties te onderdrukken of op bepaalde dingen te reageren. ‘In een situatie waarin iemand gepest wordt, voelen de anderen zich niet in staat er wat van te zeggen, laat staan het daadwerkelijk tegenhouden.’

Maar als we kijken naar de twee partijen binnen pesten, de dader en het slachtoffer, waar moet meer aandacht aan worden gegeven? De intentie van de pester of het gevoel van het slachtoffer? Volgens Hensums kan het effect van pesten op het slachtoffer enorm veel invloed hebben op de mentale gezondheid. ‘Voor die langere termijneffecten die het teweeg kan brengen denk ik persoonlijk dat de ervaring van de gepeste belangrijker is. Zij krijgen last van bijvoorbeeld angst, depressie en/of suïcidale gedachtes.’

Andere regels

Op basis van het onderzoek dat Hensums hanteert worden zowel op basis- als middelbare scholen anti-pest programma’s uitgevoerd. Meer gerichter ingrijpen blijkt cruciaal. Op middelbare scholen is het betrekken van jongeren, meer verantwoordelijkheid en autonomie geven van belang. Terwijl op basisscholen staat vóór de kinderen werken meer op de voorgrond. Aan kinderen kan meer verteld en uitgelegd worden, bij jongeren is participeren effectiever.

Helaas zijn de anti-pest programma’s op middelbare scholen niet efficiënt genoeg kan Hensums concluderen. ‘We spelen niet goed genoeg in op de motieven die spelen bij pesten onder jongeren. Het meeste onderzoek dat al gedaan is, is meer op basisonderwijs verricht.’ Zoals al eerder benoemd, jongeren streven enorm naar dominantie en een bepaalde status binnen een groep. Veel sterker dan kinderen, voelen jongeren de drang om populair te worden en groepsdruk wordt alsmaar groter. Om pesten dan effectief aan te kunnen pakken, moeten de normen binnen groepen op, vooral, middelbare scholen veranderd worden.  Zodra de norm van pesten switcht van normaal naar onacceptabel kan het pestgedrag verminderd worden. Sociale status speelt dus een belangrijke rol binnen pesten. Dit is sterker bij jongeren dan bij kinderen, vandaar dat one size does not fit all om het anti-pest sentiment op scholen te verminderen.

08 - 05 - 2024 |
Anna Schaafsma