achtergrondartikel
Angst als hoofdrolspeler in een kinderleven
12 - 04 - 2024
Renée Smeets
Pre-masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media

Constant bang zijn en gevoelens van onmacht: wanneer je leeft in angst is het de dagelijkse realiteit. Angststoornissen zijn een van de meest voorkomende psychische aandoeningen bij kinderen. Angstklachten openlijk bespreekbaar maken en vroegtijdige hulp inschakelen is essentieel om psychische problematiek in de toekomst te voorkomen. Toch zijn juist dit knelpunten: ‘’Angst blijft een onderbelicht onderwerp.’’

De angststoornis kan zich in het rijtje plaatsen van meest problematische aandoeningen. De stoornis staat bij 0- tot en met 14-jarigen namelijk op plek acht van aandoeningen met de meeste ziektelast in Nederland. Het RIVM stelde deze lijst in 2018 samen op basis van het aantal levensjaren dat door de aandoening verloren gaat, het aantal geleefde jaren met gezondheidsproblemen en de ernst hiervan.

Deze ernst van de stoornis schreeuwt om aandacht vanuit de wetenschap. In maart 2024 werd daarom het interviewschema voor angststoornissen bij kinderen aangepast in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM-5), het handboek voor psychische diagnostiek. Vragen naar de psychische voorgeschiedenis van een kind zijn toegevoegd aan dit schema. Hierdoor ontstaat duidelijkheid of een kind, ook wanneer het niet voldoet aan de minimumcriteria van de diagnose angststoornis, in zijn vroegere leven kenmerken hiervan vertoonde; alles om angstklachten zo vroeg en goed mogelijk te behandelen.

Lichamelijk waarschuwingssysteem
Toch is angst in de basis een nuttige emotie, zegt Inge Serkel, klinisch psycholoog bij Herlaarhof, een expertisecentrum voor kinder- en jeugdpsychiatrie. Serkel: ‘’Het is fijn dat mensen deze emotie hebben, want angst is eigenlijk een basaal waarschuwingssysteem van je lijf. We hebben dat systeem nodig om in leven te blijven.’’ Bij gevaar komt je lichaam namelijk direct in actie om te vechten, vluchten of bevriezen. Er ontstaat een probleem als het waarschuwingssysteem voortdurend aanstaat, ook wanneer er geen sprake is van een levensbedreigende situatie. ‘’Dan gaat het systeem op termijn namelijk overreageren’’, aldus Serkel.

Wanneer dit gebeurt, en angsten ervoor zorgen dat kinderen dagelijks belemmerd zijn in hun functioneren, is er sprake van een angststoornis. Serkel: ‘’Kinderen met sociale angst willen dan bijvoorbeeld niet meer naar school, of durven niet te praten met leeftijdsgenoten.’’ Naast dit vermijdingsgedrag, brengt een angststoornis in veel gevallen ook fysieke klachten met zich mee. Serkel: ‘’Als je waarschuwingssysteem continu aanstaat heb je onder andere een  te hoge hartslag, verkeerde ademhaling en hoge spierspanning. Daardoor ontstaan bijvoorbeeld hoofdpijnklachten, maar ook buikpijn en paniekaanvallen komen voor.’’

– Inge Serkel, klinisch psycholoog

Het verraderlijke aan angststoornissen is dat ieder kind zijn klachten op een andere manier uit, waardoor de aandoening lastig te herkennen is. Serkel: ‘’Waar het ene kind enorm piekert en dat niet aan de buitenwereld laat zien, wordt een ander bijvoorbeeld boos. Mensen zeggen dan snel dat een kind dwars is, terwijl het eigenlijk een heel angstig kind is dat het niet lukt om te delen wat er in zijn hoofd gebeurt.’’

Om angstklachten bij kinderen zo vroeg mogelijk te herkennen, werd in 2020 het Kenniscentrum Angst & Stress bij Jeugd opgericht als onderdeel van Universiteit Leiden. Dit centrum faciliteert onderzoek over angst en verspreidt kennis hierover. Coördinator Ilja Mensonides: ‘’Juist doordat angst lastig te herkennen is, streven wij naar betere kennis in de samenleving over wat angst precies is en hoe iemand dit kan signaleren bij een kind.’’

Automatische beschermingsreactie
De omgeving van een kind speelt hierin een belangrijke rol. Serkel merkt dat veel ouders de angsten van hun kind bij zichzelf herkennen: ‘’Ik zie vaak dat ouders enorm geraakt zijn wanneer hun kind heel angstig is. Dat roept een natuurlijke beschermingsreactie op die heel logisch is.’’ Mensonides herkent dit: ‘’Alleen, je kind weghouden bij een situatie helpt niet. Het gaat erom dat je als ouder je kind het vertrouwen geeft om zijn angst te overwinnen, zonder te pushen.’’

Therapie leert kinderen daarom met angsten om te gaan. Mensonides: ‘’Cognitieve gedragstherapie met exposure is een belangrijke methode in de behandeling van angststoornissen. Hierbij gaan kinderen in op gedachten die bepaalde gevoelens en gedrag veroorzaken. Daarnaast wordt een kind blootgesteld aan zijn angsten door deze echt aan te gaan.’’ Het voorhouden van deze spiegel is belangrijk, omdat terechtkomen in een vicieuze cirkel op de loer ligt. Serkel: ‘’Wanneer kinderen hun angst vermijden, gaat het rotgevoel weg dat de angst geeft. Daardoor ontstaat het idee dat dit vermijdingsgedrag effectief is. Zo leert een kind niet zijn angst te overwinnen.’’   

– Ilja Mensonides, Coördinator Kenniscentrum Angst & Stress bij Jeugd

Vicieuze angstcirkel
Juist die vicieuze angstcirkel moeten kinderen op jonge leeftijd doorbreken, zeker omdat hardnekkigheid een kenmerk is van angststoornissen. Laura (27) heeft een angststoornis en herkent dit: ‘’Ik was vroeger al gevoelig voor stress. Ik denk niet dat het ooit helemaal overgaat.’’ Acht jaar geleden kampte Laura met continue paniekaanvallen: ‘’Vanaf het moment dat ik opstond, totdat ik ging slapen was ik de hele tijd bang terwijl er niets gebeurde. Ik was kapot aan het einde van de dag.’’ Tot op de dag van vandaag is Laura dagelijks met haar angst bezig: ‘’Ik heb door ademhalingsoefeningen geleerd hoe ik minder snel hyperventileer. Toch ben ik nog steeds bang om bang te worden. Het is een vicieuze cirkel.’’

Het toekomstbeeld van een kind met een angststoornis dat geen tijdige hulp zoekt, is dan ook niet rooskleurig. Mensonides: ‘’Doordat een angststoornis enorm beperkend en belastend is, kan bijvoorbeeld een depressie ontstaan. De stoornis is dan ook vaak een voorloper van psychische problematiek op latere leeftijd.’’ Dit geldt ook andersom: angst komt ook voort uit andersoortige problematiek. Serkel: ‘’Ik behandel nu bijvoorbeeld een zesjarig jongetje. Hij heeft problemen met zijn ontwikkeling en is zich daar heel bewust van. Ik vroeg hem laatst: ‘Heb jij het gevoel dat je zó hard je best doet om leeftijdgenootjes bij te houden, maar dat het niet lukt?’ Toen knikte hij. Dat zorgt voor faalangstklachten.’’ 

Ondergeschoven kindje
Ondanks de massa kinderen die lijden onder de hardnekkige aandoening, is er maatschappelijk gezien relatief weinig aandacht voor angststoornissen. Mensonides: ‘’Sinds de coronatijd is er meer aandacht voor mentaal welzijn. Toch blijft angst een onderbelicht onderwerp, ondanks dat het zoveel voorkomt.’’ Dit leidt tot onbegrip en herhaling van het eeuwenoude advies: ‘Verman jezelf, het zit alleen in je hoofd.’ De hulpvraag voor angstige kinderen komt daardoor vaak pas wanneer angstklachten gevorderd zijn, volgens Mensonides: ‘’De scheidslijn tussen normale en abnormale angst kan vaag zijn. Daarnaast is vermijdingsgedrag op korte termijn vaak een oplossing om angst te onderdrukken. Mede hierdoor twijfelen veel mensen om hulp te zoeken bij klachten.’’

Een belangrijke oplossing hiervoor is angst bespreekbaarder maken in de samenleving. Toch blijkt juist dit een knelpunt: ‘’Net zoals iedere psychische aandoening, zijn angstklachten een taboeonderwerp’’, aldus Mensonides. Ook Serkel herkent dit bij cliënten: ‘’Hele kleine kinderen hebben nog geen last van schaamte. Bij adolescenten, zeker met dwangmatige gedachten, zie ik dit wel terug. Die jongeren zijn zich zeer bewust van het feit dat ze anders zijn dan leeftijdsgenoten zonder angststoornis. Dat maakt onzeker.’’

Normaliseer bespreekbaarheid
Het Kenniscentrum Angst & Stress bij Jeugd streeft daarom naar een samenleving waarin deze onzekerheid naar de achtergrond verschuift en angst openlijk bespreekbaar is. De eerste stap om dit te bereiken: praten over angstgevoelens vanaf jonge leeftijd normaliseren. Volgens Serkel spelen scholen hierin een sleutelrol: ‘’Ik vind het jammer dat basisscholen weinig aandacht besteden aan praten over gevoelens. Ik denk dat dit kinderen juist handvatten kan geven om met angst te leren omgaan.’’ 

Volgens Mensonides is het belangrijk dat betrokken partijen openstaan voor samenwerking en het gesprek over angst gaande houden: ‘’Het zou mooi zijn als alle partijen elkaar weten te vinden en kennis met elkaar delen. Denk hierbij aan leerkrachten, wetenschappers, ouders en jeugdhulp.’’ Hierdoor ontstaat in de maatschappij meer kennis over wat angst precies is, hoe een kind hiermee kan omgaan en wanneer ouders hulp moeten zoeken. Wanneer deze kennis hand in hand gaat met de normalisering van praten over angst, verlaagt dit de drempel voor vragen om hulp bij klachten. ‘’Dat is het belangrijkste; wacht niet met hulp zoeken. Want voor veel klachten geldt: hoe eerder je ingrijpt, hoe beter behandelbaar klachten zijn’’, aldus Mensonides.

Voor een toekomst zonder angststoornissen op het ziektelast-lijstje van het RIVM, is er dus maar één optie: een open klimaat creëren voor het gesprek over angst. Alleen dit verkleint het risico op een hoofdrol voor de slechte raadgever in een kinderleven. 

*Laura is een pseudoniem. De echte naam is bekend bij de redactie.

12 - 04 - 2024 |
Renée Smeets
Pre-masterstudent Journalistiek en Nieuwe Media