Studenten drinken te veel, maar zijn niet gedoemd verslaafd te raken

10 - 05 - 2022 ► 10:02



Van de club tot de studentenvereniging en van de studentenkamer tot de sportkantine. Van alle alcoholgebruikers in Nederland drinken jongeren tussen de 18 en 25 het vaakst excessief. Dat blijkt uit cijfers van Het Trimbosinstituut. Volgens wetenschapper Heidi Lesscher betekent dat niet meteen dat jongeren alcoholist zijn: “Ze gebruiken veel alcohol, maar als je kijkt naar wat daar aan verslavingsproblematiek van overblijft, valt het reuze mee.”

Of je overmatig drinker bent, kan je afleiden uit geldende richtlijnen. Vrouwen drinken te veel als ze meer dan 14 glazen alcohol in een week drinken. Bij mannen ligt die grens iets hoger met 21 glazen in een week. Misschien stelt dat je gerust: twee à drie glazen alcohol per dag kan geen kwaad. Maar De Gezondheisraad adviseert mensen om helemaal niet te drinken, of het te beperken tot maximaal één glas per dag. En drink je minimaal een keer in de week meer dan vier tot zes glazen, ben je volgens de richtlijn toch echt een zware alcoholgebruiker.

Die grens tikken jongeren relatief gezien het meeste aan. Zo dronk bijna vier vijfde (78%) van de Nederlanders in 2021 alcohol. Van hen is 8,3 procent volgens Het Trimbosinstituut een zware gebruiker. Onder jongeren tussen de 20 en 25 ligt dat percentage met 18,5 procent een stuk hoger dan de landelijke score. En ook de groep 18- tot 20-jarigen steekt er met 19,3 procent met kop en schouders boven uit.

Verslaafd of niet?

Toch is niet iedere zware alcoholgebruiker meteen verslaafd, stelt neurobioloog Heidi Lesscher, onderzoeker aan Universiteit Utrecht. Zij richt zich al jaren op de neurobiologische mechanismen van verslavingen, oftewel processen in de hersenen. Volgens haar gaat er aan het krijgen van een verslaving een geleidelijk proces vooraf. “Een verslaving is een heel complexe aandoening. Het begint altijd met het gecontroleerd gebruiken van middelen”, vertelt Lesscher. “Als iemand verslaafd raakt, zie je dat diegene steeds meer gaat gebruiken.” Dat geldt niet alleen voor alcohol, maar ook voor andere middelen. “Geleidelijk aan ontstaan er dan problemen.”

Er is daarnaast vaak nóg iets aan de hand waardoor je verslaafd raakt, voegt de neurobioloog hieraan toe. “Iemand kan bijvoorbeeld genetisch gevoeliger zijn om een verslaving te ontwikkelen. Maar het kan ook gaan om omgevingscondities zoals trauma en hoge stress.”

Heidi Lesscher

Heidi Lesscher (Beeld: UMCU Design and Productions)

Verslaving herkennen

Een alcoholist herken je – ongeacht de leeftijd – dus niet alleen aan veel drinken. Er zijn verschillende andere symptomen waaraan te zien is of iemand afhankelijk is van middelengebruik. Die komen samen in de Diagnostic and Statistical Manual (DSM).

“Je ziet vaak dat mensen sociale activiteiten of de mogelijkheid om hun werk goed uit te voeren verliezen”, schetst Lesscher. “En er zijn criteria zoals wel willen stoppen en niet kunnen stoppen. Of verslaafden die een heftige zucht ervaren naar een middel. Voor iemand met een alcoholprobleem kan het bijvoorbeeld een hels karwei zijn om door de supermarkt te komen zonder een fles drank in het mandje te stoppen.”

“Het beeld van verslaving is dan ook heel divers, omdat er allerlei combinaties van deze criteria mogelijk zijn. Dus de een kan bijvoorbeeld heel fysiek afhankelijk worden en die zucht ervaren, terwijl iemand anders leven meer wordt overgenomen door middelengebruik en moeite heeft met de controle erop.” Alcoholmisbruik in de omgeving kan je dus aan de hand van de genoemde kenmerken signaleren. “Tegelijkertijd zijn verslaafden de beste manipulatoren. Ze kunnen hun gebruik ontzettend goed verbloemen tot op hoog niveau.”

Over de Diagnostic and Statistical Manual (DSM)
In totaal bestaat de DSM uit elf punten die duiden op een verslaving. Iemand is mild verslaafd als diegene aan twee of meer criteria van de DSM voldoet. Van een matige vorm is sprake als er aan vier criteria voldaan wordt, en van een ernstige verslaving als iemand aan zes of meer criteria voldoet.
  • Vaker en in grotere hoeveelheden gebruiken dan het plan was.
  • Meerdere mislukte pogingen gedaan om te minderen of te stoppen.
  • Veel tijd nodig hebben voor het gebruik en herstel.
  • Sterk verlangen voelen om te gebruiken.
  • Door gebruik tekortschieten op werk, tijdens studie of thuis.
  • Blijven gebruiken ondanks dat het problemen meebrengt op het relationele vlak.
  • Hobby’s, sociale activiteiten of werk opgeven door gebruik.
  • Voortdurend gebruiken, zelfs als iemand daardoor in gevaar komt.
  • Voortdurend gebruiken, ondanks dat iemand weet dat het gebruik lichamelijke of psychische problemen met zich meebrengt of verergert.
  • Grotere hoeveelheden nodig hebben om het effect nog te voelen (tolerantie).
  • Onthoudingsverschijnselen ervaren, die minder hevig worden door meer te gebruiken

 

De studentenparadox

Jongeren – en daarmee studenten – blijken een vreemde eend in de bijt. Onder hen is er een paradox als het op alcoholgebruik en -verslaving aankomt. “Je ziet dat jongeren veel alcohol gebruiken, maar als je kijkt naar wat daar aan verslavingsproblematiek van overblijft, valt het reuze mee. Er blijkt een bepaalde weerbaarheid te zijn.”

Ondanks dat bekend is dat studenten zwaar gebruik opgeven voor verantwoordelijkheden die komen kijken in het leven van volwassenen, besloot Lesscher het gebruik met een aantal collega’s te onderzoeken. In een experiment met ratten wierpen ze een blik op het verband tussen leeftijd, alcoholinname en de controle daarop. De keuze om dat met dieren te doen was een bewuste. “De meeste mensen beginnen al op jongere leeftijd met drinken, dus kan je nauwelijks iemand vinden die niet heeft gedronken in de adolescentie en wel in de volwassenheid. Maar dierexperimenteel konden we dat wel testen, omdat we daar controle hadden op de experimentele condities.”

Het onderzoek resulteerde in iets opmerkelijks. “De dieren die tijdens de adolescentie begonnen met drinken, hadden later veel meer controle over hun alcoholgebruik. Terwijl de ratten die begonnen in de volwassenheid moeite hadden dat gedrag te controleren”, vertelt de neurobioloog. “Dat is opmerkelijk, want het suggereert dat er een bepaalde mate van ervaring is die je opdoet tijdens de adolescentie die ervoor zorgt dat je er later goed mee om kan gaan.”

Jong geleerd, is…

Iets wat Ninette van Hasselt (53) herkent. “Een gezonde verhouding met alcohol opbouwen in je studententijd is van belang. Niet alleen omdat het mogelijk verslaving veroorzaakt, maar ook omdat het voor andere problemen kan zorgen”, vertelt ze. Van Hasselt is hoofd van het expertisecentrum voor alcohol bij Het Trimbosinstituut en stelt de nodige kritische vragen bij het rattenonderzoek. “De vraag is daarnaast in hoeverre ratten vergelijkbaar zijn met mensen. Zij worden namelijk niet blootgesteld aan een samenleving waarin marketing- en prijsmechanismen gelden. Ook spelen ze geen drankspelletjes.”

Volgens de Van Hasselt en Lesscher is het onderzoek dan ook geen vrijbrief voor jongeren om excessief te drinken. “Alcoholproblematiek ziet er een stuk breder uit dan alleen het oplopen van een verslaving”, vertelt Van Hasselt. Alcohol blijft namelijk bewezen schadelijk voor de ontwikkeling van het jonge brein. Daar voegt de alcoholexpert aan toe dat het mogelijk de kans op dementie vergroot, waarna ze nog een aantal gevolgen opsomt die in onderstaande video voorbijkomen. “Juist voor studenten zijn veel andere problemen dan verslaving een stuk relevanter als het om zwaar alcoholgebruik gaat. Denk bijvoorbeeld aan seksueel geweld, letsel door geweld of andere ongevallen.”

Werkt onderstaande video niet? Kijk hem dan hier

Controleren en monitoren

Jong beginnen zorgt dan misschien wel voor weerbaarheid, maar uit een ander onderzoek blijkt dat hoe jonger iemand begint met drinken, hoe groter de kans op een ernstige verslaving is. Voorkomen dat jonge tieners onnodig veel alcohol gaan drinken, is een belangrijk agendapunt volgens Van Hasselt. En hoe eerder die preventie begint, hoe beter. Opvoeders spelen hierin volgens de alcoholexpert een belangrijke rol. “We weten dat kinderen die regels opgelegd krijgen, later beginnen met gebruiken en minder problematiek hebben.”

Maar met enkel grenzen stellen zijn we er volgens haar nog niet. “Als opvoeder is het ook belangrijk om te weten met wie je kind omgaat, afspraken te maken over tot hoe laat stappen oké is en er voor ze te zijn als ze terugkomen van zo’n avond uit.” Daarnaast noemt ze de IJslandse aanpak – die inmiddels in Nederland wordt uitgerold – als voorbeeld. Hierbij wordt er gekeken naar hoe omgevingsfactoren van jonge kinderen een rol kunnen spelen in het verminderen van hun behoefte naar alcohol. “Kinderen krijgen op een bepaalde leeftijd zin om te drinken, om dingen samen te doen, kicks te beleven en grenzen te verkennen. Bij de IJslandse aanpak kijk je hoe je de context zo inricht dat ze ook andere manieren leren kennen waarmee ze dat beleven.” Zo neemt de behoefte om dat met drank te doen op zijn beurt verder af.

Ninette-van-Hasselt-scaled

Ninette van Hasselt (Beeld: Steven Snoep)

Studenten kunnen zich voor excessief alcoholgebruik dus beter behoeden. Al helemaal gezien de risico’s die zij zelf en anderen erdoor lopen. Uitspraken als “Ik ben geen alcoholist, want ik ben nog een student” zijn volgens Lesscher niet gek. Toch moet de jeugd er volgens haar niet aan vasthouden. “Het is belangrijk om te beseffen dat verslaving door de hele maatschappij voorkomt en kan voorkomen”, licht ze toe. “Dus het risico dat een student loopt is even groot als bij iedere andere Nederlander.” Op jonge leeftijd een gezonde relatie met alcohol opbouwen, lijkt daarom ook een stuk verstandiger.

Beeld: Pexels

Alexander Duivenvoorden



Geef een reactie

artikelen van Alexander Duivenvoorden:
Studenten drinken te veel, maar zijn niet gedoemd verslaafd te raken