Het beeld van de Joodse Raad herzien: ‘’meewerken leek het kleinste kwaad’’

Verklaring waaruit blijkt dat B.D. Hertzdahl te Nijmegen voor de Joodse Raad te Amsterdam als medisch adviseur optrad op 30 juli 1942. Regionaal Archief Nijmegen (CC BY-SA 4.0)
08 - 05 - 2022 ► 21:02



Onlangs verscheen het boek De politiek van het kleinste kwaad, waarin prijswinnend historicus Bart van der Boom het perspectief van de Joodse Raad reconstrueert. Hiermee doet hij een poging te begrijpen hoe goede bedoelingen naar de ondergang hebben geleid.

In 2012 kwam zijn vorige boek uit, Wij weten niets van hun lot. Deze publicatie leidde tot veel ophef. Aan de ene kant won Van der Boom de Libris Geschiedenis Prijs, aan de andere kant moest hij zich fel verdedigen tegenover een groot aantal critici. Nu, precies tien jaar later, spreek ik hem in zijn kantoor in het Johan Huizinga gebouw in Leiden, waar hij vertelt over de motieven achter het schrijven van zijn nieuwe boek.

Joodse Raad als verraders
De aanleiding voor het schrijven van een boek over de Joodse Raad heeft te maken met zijn vorige boek, waarin geconcludeerd wordt dat de Nederlanders niet wisten dat de meeste gedeporteerden bij aankomst werden gedood. “Het is belangrijk om te begrijpen dat het destijds niet duidelijk was wat er gebeurde’’, vertelt Van der Boom terwijl hij zijn nieuwe boek uit de kast pakt. “De Joodse Raad is eigenlijk een hele goede illustratie daarvan.’’

De Joodse Raad werd aan het begin van de bezetting door de Duitsers ingesteld als orgaan van de Joden, die de Joodse gemeenschap moest besturen. Een van de taken die hen werd opgelegd door de Duitsers was het opstellen van lijsten waarin de volgorde van personen die gedeporteerd zouden worden werd bepaald. Volgens Van der Boom wordt de Joodse Raad – mede daardoor – gezien als verraders. “Dat oordeel achteraf vellen, vanuit een desastreuze uitkomst, beneemt je het zicht op waarom de Joodse Raad deed wat het deed. Wanneer je het door de ogen van destijds bekijkt, snap je beter waarom de Joodse Raad zo handelde. Dan zie je dat het hele harde oordeel dat erover wordt geveild eigenlijk te simplistisch is.’’

Het negatieve beeld van de Joodse Raad is volgens Van der Boom meteen na de oorlog ontstaan en sinds die tijd onveranderd gebleven. “Dat de Joodse Raad altijd heeft samengewerkt met de Duitsers wordt hen erg kwalijk genomen, zeker in Joodse kringen’’. De vermaarde interviewer Ischa Meijer, die als peuter het Duitse concentratiekamp Bergen-Belsen overleefde, heeft weleens gezegd: we moesten accepteren dat we verkocht en verraden werden door onze eigen leiders.

Van der Boom: “Na de oorlog werd al snel gezegd: ‘de samenwerking met de Duitsers was evident verkeerd, dus de reden dat mensen het deden moet wel vanwege zelfbescherming zijn geweest, want als je in de Joodse Raad zat dan had je een Sperre’. Het idee dat die samenwerking ook te verdedigen was, gewoon op goede gronden, is ondergesneeuwd geraakt, terwijl dat volgens mij wel zo is als je kijkt door de ogen van destijds. Dan snap je wel waarom mensen dachten dat meewerken het kleinste kwaad was.’’

Verschil interpretatie
Vooraanstaande historici als Loe de Jong en Jacques Pressers waren niet milder in hun oordeel en beschreven de Joodse Raad als verraders die hun eigen hachje probeerden te redden. “Gij zijt de werktuigen geweest van onze doodsvijanden’’, schreef Presser over de Joodse Raad. Volgens Van der Boom is het verschil tussen deze opvattingen en zijn opvattingen vooral een gevolg van interpretatie.“Het is niet zozeer dat ik nu dingen weet die zij niet wisten. Ik heb mij grotendeels op hetzelfde materiaal geconcentreerd als zij deden destijds, zoals het archief van de Joodse Raad. Maar daar zit het hem niet in, het heeft te maken met interpretatie. Als historicus probeer je te snappen wat in het hoofd van mensen omgaat. Presser en De Jong waren er beide van overtuigd dat de medewerking met de Duitsers, zeker op het moment dat de deportaties begon, onverdedigbaar was. Volgens hen wist iedereen wel waar die deportaties naar toe leidde, en moest er dus wel sprake zijn van eigenbelang. Dat is naar mijn mening een misvatting. Zij hebben zich simpelweg onvoldoende verplaatst in de beweegreden van de Joodse Raad.’’

De titel De politiek van het kleinste kwaad  legt volgens Van der Boom het beste uit hoe de Joodse Raad heeft gehandeld. “Zij moesten kiezen tussen verschillende kwaden. Het liefst hadden ze natuurlijk helemaal niet samengewerkt met de Duitsers, dat is evident, alleen zagen zij dit als dé manier om erger te voorkomen. Het was  kiezen tussen het ene kwaad of het andere kwaad, en zij dachten dat gehoorzaamheid het kleinste kwaad was.’’

noavandeklundert



Geef een reactie

artikelen van noavandeklundert:
Het beeld van de Joodse Raad herzien: ‘’meewerken leek het kleinste kwaad’’