“Als er ergens koloniale verheerlijking is, is het in Coens standbeeld”

Tristan Mostert (eigen foto)
05 - 05 - 2022 ► 15:44



Er was de voorbije jaren veel discussie rondom het standbeeld van de zogenaamde VOC-held Jan Pieterszoon Coen, dat pronkt op het midden van het stadsplein in Hoorn. Historicus Tristan Mostert werd uitgenodigd door het Hoornse Westfries Museum om hierover te praten. “Activisten meldden zich bij het museum: het beeld moest weg. Daar moesten ze wat mee”. 

Het standbeeld van VOC gouverneur-generaal Jan Pieterszoon Coen, de man die in 1621 de Banda-eilanden ontvolkte, stond afgelopen tijd volop in het nieuws. “Hij staat op het dorsplein als de man die de eerste grote, koloniale misdaad heeft begaan”, zegt Tristan Mostert, docent en onderzoeker aan Universiteit Leiden. Hij doet promotieonderzoek naar de specerijenoorlogen in Oost-Indonesië, waar Coen deel van uitmaakte. “Dat beeld is het schoolvoorbeeld van koloniale verheerlijking. Het gaat niet eens meer om specifiek Banda, maar om de vraag waarom je anno 2021 zo’n figuur nog op een sokkel in de publieke ruimte wil hebben”.

Actiegroepen benaderden het museum voor een inhoudelijk gesprek, waar de historicus zelf bij betrokken was. Het gesprek dat het museum aanging, probeerde de noodzakelijke context bij het standbeeld te geven. “Wat ik fijn vind is dat het in Hoorn niet uitmondde in een Bijltjesdag, waarbij het beeld in het IJsselmeer werd gegooid”, beaamt Mostert.

Coen’s controverse

Het debat over Coen leeft in Nederland. Dat vindt ook Mostert. “Het is bekend dat Coen in 1621 op de Banda-eilanden aankwam om de nootmuskaathandel in handen te krijgen. Dat resulteerde in een vrijwel totale ontvolking van de eilanden. Dat weten mensen”.

“Het idee van de 15,000 doden op Banda is te herleiden uit één pamflet van Artus Gijsels’, zegt Mostert. “Daarop staat dat van de 15.000 mensen, er geen 1000 zijn overgebleven. Dat gebeurt niet in 1621. Er is al jaren oorlog. De VOC was verantwoordelijk voor een spectaculaire 2.500 doden. Meer dan 1.000 mensen werden tot slaaf gemaakt, en er ontkomen er ook een hoop.” Er zijn een aantal bronnen en schattingen, maar zeker weten we de aantallen niet. “Het eindresultaat blijft hetzelfde. De Bandanese samenleving en cultuur waren volledig uitgewist”.

‘Nieuwe’ ophef

De ophef over Coen’s standbeeld begon al veel eerder; namelijk bij de onthulling van het beeld in 1893. Dat was tijdens de Atjeh-oorlog.

Nederland poogde in 1873 het sultanaat Atjeh te veroveren. Dit leidde tot een lange koloniale oorlog waarbij Nederland hard optreedt. In 1904 werd Atjeh veroverd.

“De socialisten vonden het absurd dat Nederland al zo lang oorlog voerde, waar de koloniale voorstanders vonden dat de oorlog simpelweg gewonnen moest worden. Men ging op zoek naar eerdere koloniale helden die de orde op zaken hadden gesteld, zoals Coen. En die was al onderwerp van een verhitte discussie”, vertelt hij. “De koninklijke familie kwam al niet naar de onthulling van het standbeeld. Zij dachten ook: daar branden we onze handen niet aan”.

Museumstuk?

De boosheid over verheerlijking van oorlogshelden, hangt samen met de boosheid over de Gouden Koets. Ook deze was de laatste tijd onderwerp van discussie. “De beeldentaal van de Gouden Koets laat weinig aan de interpretatie over”, beaamt Mostert. “We zien de Nederlandse maagd, met schaars geklede mensen uit de koloniën die haar schatten brengen. Dát is het wereldbeeld waar activisten tegen strijden”.

Mostert is vóór verplaatsing van het standbeeld naar het Westfries Museum. Daarom is het belangrijk dat er wordt geluisterd naar de kritiek op het beeld.  “Het is waardevol om samen aan het verhaal te werken. Je hoeft het niet over alles eens te zijn. Maar we moeten inhoudelijk bruggen bouwen, en niet twee kampen laten bestaan die het nooit eens kunnen worden. Dat helpt niet. Het is belangrijk dat duidelijk wordt: wat is er nou eigenlijk gebeurd?”.

Na de zomer neemt de gemeenteraad van Hoorn een beslissing over het standbeeld. “Ik ben benieuwd naar het resultaat”, laat Mostert weten. “De partijen moeten gaan stemmen. Maar ik hoop dat er in de gemeente inmiddels het besef bestaat dat ze met de trots op de Gouden Eeuw en de VOC tegenwoordig een modderfiguur slaan”.

Voor meer over de online expositie over de Banda-eilanden, klik hier.

Maud Voets



Geef een reactie

artikelen van Maud Voets:
“Als er ergens koloniale verheerlijking is, is het in Coens standbeeld”