Samenleven met wolf vraagt om nieuwe mindset

Foto Mark Kent (Flickr, CC BY SA 2.0)
11 - 05 - 2021 ► 17:25



Na jaren zonder, delen we Nederland nu met de wolf. Daarvoor moeten we wel aanpassingen doen. Schapen kunnen beschermd worden door hekken of door ze ‘s avonds in de stal te zetten, maar we moeten ook anders nadenken over ons landschapsbeheer, ons ecosysteem en onderzoek doen. Afschieten is vaak niet de oplossing: “Bovendien mag dat meestal ook niet. Je moet ervoor zorgen dat mensen voorgelicht worden en boeren erop ingesteld zijn dat de wolf er is.”

In het muzikale sprookje van Prokofjev, Peter en de wolf, weet Peter door slim samen te werken met een vogel een wolf te vangen en beschermt hij hem tegen jagers. In Nederland hebben we sinds zes jaar ook te maken met de wolf, maar hoe we er het beste mee om kunnen gaan, is nog voer voor discussie. In het sprookje kan de wolf door Peters actie geen kwaad meer doen, wordt hij ook niet afgeschoten, maar belandt hij in de dierentuin. Helaas is dat geen duurzame oplossing voor alle wolven in Nederland, nu en in de toekomst. Daarom vroegen we experts die onderzoek doen in landen waar de wolf en de mens al langer samenleven, hoe er daar wordt omgegaan met deze grote vleeseter.

De comeback van de wolf
De wolf was sinds midden negentiende eeuw niet meer aanwezig in Nederland en stond onder druk in andere landen, maar Europese wetgeving zorgt er sinds de jaren tachtig voor dat de wolvenpopulatie in Europa beschermd is en kan groeien. Na de toename van hun aantallen in Duitsland, werd in 2015 de eerste wolf hier gezien en inmiddels zijn er in verschillende Nederlandse gebieden wolven (zo’n 10 à 15 in totaal) te vinden. Dat gaat niet zonder slag of stoot. Boeren zijn niet gelukkig dat wolven hun vee als prooi zien en ook onder andere delen van de bevolking leeft angst voor de wolf. De vraag: ‘moeten we de wolf eigenlijk wel willen in Nederland?’ wordt regelmatig gesteld. En zelfs als het antwoord ja is, hoe doen we dat dan op de beste manier?

Effect op het ecosysteem
Als je het aan ecoloog Dries Kuijper vraagt, verbonden aan het Mammal Research Institute in Polen, zou de wolf ook in Nederland moeten kunnen leven. Hij doet onderzoek naar de rol van wolven in het ecosysteem. Hij werkt in het oerbos van Białowieża in Polen en dat is in Europa een van de weinige plekken waar je dat kunt doen, aangezien dat ecosysteem vrijwel intact is. “In Nederland hebben we geen grote carnivoren meer, maar bootsen we de rol die zij hebben in het ecosysteem na via jacht en beheer, bijvoorbeeld door het afschieten van edelherten. Met het doden van edelherten bootsten we echter maar een heel klein deel na van de rol van een natuurlijke vijand. We proberen zo stil mogelijk te jagen, zodat de dieren niet bang worden. In de natuur geldt dat niet: als er wolven zijn, zijn herten op hun hoede, grazen ze minder (want ze kijken rond) en gaan ze op andere, minder gevaarlijke, plekken hun eten zoeken. Door de stille manier heeft de jacht dat effect niet. Het is een nobel motief, het vermijden van angst, maar het is belangrijk de natuurlijke dynamiek terug te krijgen in het ecosysteem. En daar zijn wolven uitermate geschikt voor.”

Ecoloog Joris Cromsigt, universitair docent aan de Universiteit Utrecht, doet onder andere in Zweden onderzoek naar het effect van wilde dieren op ecosystemen. Hij stelt dat er nog niet zozeer sprake is van de reductie van aantallen herten door introductie van de wolf, maar dat ze wel degelijk een grote rol spelen: “De zieke dieren worden er door de wolven uit gehaald, waardoor ziektes minder makkelijk kunnen circuleren onder de populatie. Bovendien zijn er als er roofdieren zijn minder knaagdieren, die ook grote ziekteverspreiders zijn.”

Cromsigt herkent de weerstand vanuit de landbouwgemeenschap op de komst van de wolf. “Ook in Zweden is er kritiek vanuit het platteland op de manier waarop de wolf beschermd wordt. Daar zit het dieper: de wolf vormt het symbool van een nationale overheid die geen oog heeft voor wat er op het platteland speelt. Bij boeren leeft het gevoel dat ze de controle verliezen over hun eigen land. Een provinciale ambtenaar die komt vertellen waarom de wolf belangrijk is, maakt weinig indruk. Meer begrip van de wolf gaat dat bredere probleem niet oplossen.”

Kritiek komt niet enkel uit de landbouwgemeenschap, vult Kuijper aan: “In Nederland is bijvoorbeeld een eeuw geleden de moeflon (een soort schaap) geïntroduceerd in het park de Hoge Veluwe. De natuurliefhebbers die de moeflon graag willen behouden, willen niet dat de wolf in het park komt. Er zijn zelfs ecoducten afgesloten om de wolf buiten te houden.” De klassieke tegenstelling tussen natuurliefhebbers en landbouw gaat wat betreft de wolf dus niet helemaal op.

Bescherming tegen wolven
In Polen is er door actief overheidsbeleid de afgelopen decennia een grote populatie wolven. Vooral in Oost-Polen, waar veel ongerept natuurgebied is en er weinig veehouders zijn, gaat  samenleven met de wolf vrij goed; mensen zijn gewend dat er wolven in de bossen zitten. Maar ook in Polen is er steeds meer discussie. Kuijper: “De wolf komt tegenwoordig ook in andere delen van Polen voor. Zeker de jonge dieren die op trektocht zijn, vallen vee lastig. Er is ook in Polen steeds meer negatieve aandacht voor de wolf.” In Polen zijn er desalniettemin veel manieren om ervoor te zorgen dat de wolf weinig kwaad kan. Dat kan door middel van elektrische hekken, zodat de wolven de schapen niet kunnen bereiken, maar ook door dieren ‘s nachts binnen te halen. Kuijper snapt niet zo goed waarom dat een bezwaar zou zijn: “Ik heb zelf ook kippen die ik ’s nachts binnenhaal om ze tegen vossen te beschermen. Maar er zijn ook andere manieren. Er wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van een omheining van touw met gekleurde, stoffen vlaggetjes (‘fladry’). De menselijke geur en het gefladder die daarin is gekomen door het ophangen, schrikt wolven af. Dat is een makkelijke manier om de wolf buiten de deur te houden.” Al erkent hij dat dat waarschijnlijk een tijdelijke oplossing is: “De wolf is slim. Als hij doorheeft dat hij van de vlaggetjes niets te vrezen heeft, zal het niet meer werken.”

In Zweden wordt er net als in Polen gebruik gemaakt van het omheinen van vee ter bescherming tegen wolven, maar vormen ze niet alleen een gevaar voor vee: ook jachthonden hebben er last van. “Daarom hebben die honden nu wolfwerende vestjes”, stelt Cromsigt. “Bovendien wordt de wolvenpopulatie in Zweden nauwkeurig gevolgd. Er zijn gebieden in Zweden waar wolven actief geweerd worden. In het noorden wonen de oorspronkelijke bewoners van Zweden, de Sami. Dat zijn rendierhouders die potentieel veel last hebben van de wolf. Daarom is vrijwel elke wolf die Zweden binnenkomt via Noorwegen of Finland in beeld. Ze onderzoeken, door analyse van de poep, of die wolf genetisch waardevol is (en dus belangrijk voor de rest van de populatie in Zweden) en beslissen dan of ze de wolf in leven houden in de hoop dat hij naar het zuiden trekt of doodschieten.”

Wolf tussen de mensen
Beide wetenschappers erkennen dat in Nederland de situatie anders is dan in Polen of Zweden, vanwege het dichtbevolkte land. Toch hoeft dat geen bezwaar te zijn. Cromsigt: “De wolf heeft geen ongerepte natuur nodig. Juist de wolvenroedel op de Veluwe bewijst dat het wel degelijk kan. Je moet er wel voor zorgen dat mensen voorgelicht worden en boeren erop ingesteld zijn dat de wolf er is.” Dat beaamt Kuijper: “Je moet slim met de wolf omgaan. Hij beperkt zich niet tot het gebied dat wij voor hem bedacht hebben, maar gaat snacken in de omgeving als hij daar smakelijke prooi kan vinden. Het nulstandenbeheer vormt daarbij een complicerende factor: we tolereren niet dat er edelherten en wilde zwijnen rondlopen vanwege de landbouw. Bij gebrek aan die natuurlijke prooien kun je het de wolf niet kwalijk nemen dat ze het vee aanvallen.”

Kuijper en Cromsigt zijn beide benieuwd hoe de situatie zich in Nederland ontwikkelt. Cromsigt: “We kunnen er juist van leren. Hoe kun je het beste omgaan met wolven in dichtbevolkte gebieden? Dat is ook in Zweden en Polen nog een uitdaging.” Het vervolgonderzoek gaat zich bovendien richten op wat de wolf doet als hij meer in aanraking komt met mensen. Kuijper: “Het is goed mogelijk dat door het vele contact met mensen, de wolf zijn angst ervoor verliest. We zien dat mogelijk nu al in Polen, waar wolven ’s nachts vaker door een dorp lopen. Dat heet habituatie. Als het plaatsvindt, is dat zeer onwenselijk, want het vergroot de kans dat er ongelukken gebeuren tussen wolven en mensen.” Cromsigt voegt toe: “We willen ook niet dat het proces van een paar eeuwen geleden zich herhaalt, waarbij de wolf door het voederen uiteindelijk is verworden tot onze hond. Er is volgens mij geen nieuwe hybride vorm, een wolfhond, nodig.” Overigens is er nog geen bewijs dat habituatie ook daadwerkelijk plaatsvindt. Daar moet verder onderzoek naar worden gedaan.

Nieuwe mindset
Beide wetenschappers benadrukken dat de wolf een positief effect kan hebben op ons ecosysteem en kan helpen bij duurzaam beheer van bijvoorbeeld edelherten. Maar dan moeten we wel goed nadenken over hoe we willen samenleven met de wolf en ervoor zorgen dat het afschieten van wolven die problemen veroorzaken niet het standaardbeleid wordt. Kuijper: “Er is een verandering van de mindset nodig, anders wordt het een lastig verhaal.”

Foto: Mark Kent (Flickr, CC BY SA 2.0)

Lottie van Kelle



Geen reacties mogelijk.

meer natuur:
Nu in de aanbieding: wandelpad
artikelen van Lottie van Kelle:
Samenleven met wolf vraagt om nieuwe mindset
CO2 meten boven het Amazonewoud
Aanpak na brand tropisch regenwoud moet anders