Twee Korea’s: een vanzelfsprekendheid met een vergeten achtergrond

Amerikaanse militairen in Korea (Foto: U.S. D.o.D.)
18 - 03 - 2021 ► 20:37



“30 tot 35 graden vorst. Soldaten beten hun vingers eraf omdat die bevroren waren,” zegt een Nederlandse veteraan in een aflevering van Zembla. “We zijn aan een oorlog mee gaan doen waar we helemaal niet blij van werden.” 70 jaar geleden was de Koreaanse oorlog op zijn hoogtepunt. In de drie jaar tussen 1950 en 1953 stierven drie miljoen mensen, naast Koreanen ook Amerikanen, Chinezen en 127 Nederlanders. Dit conflict, door historicus Odd Arne Westad bestempeld als misschien wel de grootste calamiteit van de Koude Oorlog, had verstrekkende gevolgen. Nog altijd hebben we een noordelijke en zuidelijke Koreaanse staat. Men noemt het conflict soms wel de ‘vergeten oorlog’. Het is een onderwerp dat in weinig schoolboeken staat. Dit is al voor zoveel generaties vanzelfsprekend dat de achtergrond van de tweedeling van Korea zelden besproken wordt.

In de 19e eeuw werkte Japan aan zijn machtspositie in Oost-Azië. Het land probeerde in veel opzichten een Aziatische tegenhanger te zijn van de Europese imperiums, en essentieel hiervoor was het bezitten van overzeese gebieden. Het Chinese rijk van de Qing was net gevallen en ook de macht van de bevriende Koreaanse staat werd hierdoor ernstig verzwakt. De weg lag open voor de Japanners om op het nabijgelegen schiereiland hun gebiedsuitbreiding te beginnen. Zo begon in 1910 de Japanse bezetting van Korea, die zou duren tot 1945. In dat jaar dwongen Fat Man en Little Boy, de Amerikaanse atoombommen die Hiroshima en Nagasaki vernietigden, het Japanse keizerrijk tot het beëindigen van hun overzeese bezettingen.  

Al in 1943 hadden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie afgesproken dat Korea na de oorlog weer een onafhankelijk land zou worden. Toen het moment er was overkwam Korea hetzelfde als Duitsland: de ene helft van het schiereiland werd bezet door de Sovjets, die het noorden in handen kregen, en de andere helft door de Amerikanen, die het voor het zeggen kregen in het zuiden. Niemand verwachtte dat dit een permanente opdeling was, schrijft Westad in zijn boek The Cold War: A World History uit 2017. De Koreanen nog allerminst.

Koreaanse hoofdpersonen
De bevrijders van het schiereiland hadden beiden hulp nodig van de Koreanen zelf om de administratie en bevoorrading van hun bezettingszone te organiseren. Zowel de Amerikanen als de Sovjets keerden zich tot mensen die ze kenden. De Amerikanen schakelden, met enige tegenzin, de hulp in van Syngman Rhee. Deze nationalistische Koreaan zou de voorlopige regering van het zuidelijke Korea gaan vormen. “Rhee was een lastige, strijdlustige en ideologisch onbeweegbare man met een lang verleden in de Koreaanse vrijheidsbeweging,” vertelt Koreakenner Christopher Green van de Universiteit van Leiden. ‘Hij was eerder dogmatisch dan praktisch, maar wel de harde man die nodig was tijdens de oorlog die snel zou volgen.’ Greens beschrijving past sluitend bij de man die in 1953 zou weigeren om de wapenstilstand met het noorden te tekenen omdat hij vond dat er maar één Korea kon zijn.

Syngman Rhee (Foto: Wikipedia, cco)

Syngman Rhee (Foto: Wikipedia, cco)

Waar Rhee een lang verleden had met Koreaans nationalisme, was noordelijk leider Kim Il-Sung een overtuigd communist. Het communisme was de Koreanen niet vreemd. In alle onwaarschijnlijkheid was er in het door de Japanners bezette Korea een communistische beweging ontstaan. Volgens Westad ontdekte de Komintern, het wereldwijde communistische samenwerkingsverband, dat veel Koreanen hoopten dat de Sovjet-Unie hen ooit zou bevrijden. Zo ook Kim, die na een legendarische guerrillaoorlog tegen de Japanse bezetters in Mantsjoerije de grens overstak en bij het Rode Leger ging, dat hem volgens sommige verhalen zelfs naar de slag om Stalingrad bracht. In 1945 keerde hij terug naar Korea als onderscheiden Sovjetofficier. Sovjetleider Jozef Stalin maakte hem de voorlopige leider van het door hun bezette gedeelte van het schiereiland, in de veronderstelling dat hij iemand was die goed mee zou werken. Ook Kim zou echter snel laten blijken dat hij zijn land niet wilden delen. Het onvermogen tot het maken van afspraken tussen hem en ideologische tegenpool Rhee, samen met de wereldwijde spanningen van de Koude Oorlog, bleek een unificatie van noord en zuid onmogelijk te maken.

Koreaanse Oorlog
Volgens Samuel F. Wells, in zijn boek Fearing The Worst: How Korea Transformed the Cold War uit 2019, was het de titanische Stalin die in januari 1950 de allesbepalende beslissing nam: hij zou Kim Il-Sung materiële steun bieden bij een invasie van het zuiden. Dit zou zijn positie in Azië enkel maar kunnen versterken zonder daarbij veel risico te lopen, dacht de Sovjetleider. Kim had het communistische noorden stevig in handen, terwijl de Koreaanse Republiek, die door Rhee in 1948 was uitgeroepen, politiek verdeeld was. Beide leiders beseften dat oorlog al enige tijd dreigde. Nu Stalin toestemming had gegeven verspilde Kim geen moment. Op 25 juni 1950 viel hij het zuiden binnen. Hij veroverde binnen drie dagen Seoul en verwachtte binnen twee weken de volledige overgave van zijn tegenstander. Enkel felle internationale kritiek op zijn invasie deed het tij keren.

Er zijn meerdere verklaringen voor het ontstaan van het grote bondgenootschap onder Amerikaanse leiding dat ontstond om te vechten tegen Noord-Korea. Westad wijst erop dat het hele conflict onmiddellijk gezien werd als een aspect van de Koude Oorlog, waar vele naties nauw aan verbonden waren. Green benadrukt dat de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) zeer recentelijk gevestigd was en lidstaten, waaronder Nederland, het nauwelijks konden maken om thuis te blijven nu er daadwerkelijk een conflict uitbrak. Beide punten sluiten aan aan bij wat Wells zegt: president Truman intervenieerde in de oorlog met grote steun van de Amerikaanse burgers om zich te weren tegen communistische agressie. Truman verwachtte een korte oorlog. Hij kreeg een conflict dat tot vandaag de dag bestaat.

Escalatie
Interventie door de Verenigde Naties (VN) zette de rem op Kims invasie. De gevechten aan het front waren fel, maar op 19 oktober 1950 viel Pyongyang in handen van het Amerikaanse VN-bondgenootschap. Hierbij negeerden ze dreigementen van Mao Zedong, de leider van de communistische Volksrepubliek van China, om zich met de oorlog te gaan bemoeien als de VN Noord-Korea binnen durfde te trekken. Mao, die Kim al voor het begin van de oorlog steun had beloofd in het geval van westerse bemoeienis, bleek een man van zijn woord. Op het moment dat de VN Pyongyang binnen trok verzamelden de Chinese militairen zich al aan de andere kant van de stad. De Amerikaanse generaal MacArthur maakte hierbij wat Westad ‘zijn grootste fout’ noemt. De generaal onderschat de Chinese tegenstand en geeft bevel tot een rampzalige aanval op de Chinezen. Op 4 december had China de soldaten van de VN uit Noord-Korea verdreven.

De periode die volgde werd gekenmerkt door groot leed, waarbij zinnige progressie voor beide kanten van het conflict grotendeels wegbleef. Nadat de VN Seoul driemaal verloren heeft ontstaat er pas in maart 1951 een stabiele frontlinie vlak bij de oorspronkelijke grens tussen Noord en Zuid-Korea. Tijdens hun offensieven van dat jaar verliezen de Chinezen soms tot tien keer zoveel soldaten als de VN. Mao was toe aan een staak-het-vuren, maar Stalin, die nog steeds geen grondtroepen leverde, weigerde hiermee in te stemmen. De oorlog in Azië gaf hem meer bewegingsruimte in Europa. Ook Kim en Rhee wensten te vechten tot het bittere einde. De Amerikanen hadden al besloten dat atoomwapens een optie waren, mocht de positie van de VN verslechteren. Overal heerste de vrees voor een Derde Wereldoorlog, schrijft Westad.

De vernietiging in Korea was ongekend. Steden waren ruïnes geworden, de helft van de bevolking was vluchteling. Honger heerste. Internationaal werd de oorlog steeds impopulairder. Twee derde van de Amerikanen was ervan overtuigd geraakt dat de Verenigde Staten zich terug moest trekken. Pas op 5 maart 1953 werd een wapenstilstand een optie. Het nieuws lekte uit dat Stalin onverwachts was gestorven. Het nieuwe leiderschap van de Sovjet-Unie kwam al snel tot een wapenstilstand, die er zou komen ondanks de wensen van Kim en Rhee.

Vergeten oorlog met onvergetelijke gevolgen
De vraag is hoe een conflict van deze omvang zo weinig kan leven in het algemene besef van de gemiddelde westerling. “De oorlog vond plaats in een land aan de andere kant van de wereld,” stelt Green. “En dan ook nog vlak na de Tweede Wereldoorlog.” Misschien kan het geschiedenisdocenten vergeven worden dat ze de Korea-oorlog geen aandacht geven, vlak na een les over de grootste oorlog in de geschiedenis. Toch leven we met de gevolgen van de Korea-oorlog, en dit zal voorlopig ook niet veranderen. Green wijst op vele jaren aan nation-building, die ervoor hebben gezorgd dat Noord en Zuid-Korea ondertussen een eigen staatsideologie hebben ontwikkeld. Ondanks dat Koreanen in het noorden en het zuiden veel overeenkomsten hebben, in hun manieren van eten, in hun liedjes en in hun cultuur, ontstaan er steeds meer verschillend tussen Noord en Zuid. Zelfs als de staten zich ooit zouden verenigen zou een verdeling blijven bestaan.

 

Tomas Doolaar



Geef een reactie

artikelen van Tomas Doolaar:
Twee Korea’s: een vanzelfsprekendheid met een vergeten achtergrond