Hoe de coronacrisis nieuwe impuls geeft aan het basisinkomen

Foto: Pexels
10 - 07 - 2020 ► 12:44



Voor Chris en honderden andere daklozen zorgt de coronacrisis voor een positieve wending. Hij mag nu in driesterrenhotel het Schimmelpenninck Huys in Groningen slapen, omdat de daklozenopvang te krap is om anderhalve meter afstand te kunnen houden. In de talkshow Op1 vertelt Chris hoe het is om daar te mogen overnachten. Los van de luxe die hij nu ervaart, ervaart hij vooral rust. Terwijl hij normaal gesproken alleen de nacht mag doorbrengen in de opvang, is hij de hele dag door welkom in het hotel. Dat betekent niet meer over straat zwerven en drie maaltijden per dag. Aan de presentatoren vertelt dat hij dat hij hierdoor aan meer dingen toekomt en nu de tijd heeft om aan zichzelf te werken. Chris en andere daklozen kunnen misschien na de coronacrisis de draad van hun leven weer oppakken.

De daklozen die in hotels mogen slapen, ervaren hoe een basisinkomen kan zijn. Ze hebben onvoorwaardelijke vrijheid om te doen wat ze willen, zonder zich zorgen te hoeven maken over de financiering van hun basisbehoeften. Een recent Fins onderzoek laat zelfs zien dat mensen er gelukkiger van worden. De crisis zorgt ervoor dat de politiek en organisaties meer gaan denken vanuit de mensen: ze verkiezen nationale gezondheid boven de economie en geven huisvesting aan mensen die anders op straat staan. Volgens Vivan Storlund, onafhankelijk onderzoeker en auteur van een boek over het basisinkomen, is deze manier van denken de eerste stap richting een basisinkomen voor iedereen. Op papier kan een basisinkomen de oplossing zijn voor veel problemen van onze tijd.  Het is alleen een enorme gok om te wagen, zeker in tijden van een naderende economische crisis.

Nood-basisinkomen

De overheid deelt noodfondsen uit aan freelancers, horecamedewerkers en ZZP’ers die door de crisis geen inkomen meer hebben. Eigenlijk is dit een soort nood-basisinkomen, maar dan niet voor iedereen en op voorwaarde dat het crisis is. “De verzorgingsstaat zoals we die nu kennen, is een resultaat van eerdere crises”, aldus Philippe van Parijs, oprichter van Basic Income Earth Network en onderzoeker aan de Universiteit van Leuven, in een interview met Artforum. Het zou kunnen dat deze crisis het begin is voor de introductie van het basisinkomen. Eerder in de geschiedenis zijn er natuurlijk gebeurtenissen geweest die een grote impact hadden op de politiek. Annelien van Dijn, hoogleraar moderne politieke geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en auteur van Freedom: An Unruly History, vertelt dat het einde van de 19e eeuw (tijdens de industriële revolutie) het begin was van grote veranderingen in de maatschappij. Burgers zagen in dat zij dingen konden veranderen. Van Dijn: “Eigenlijk is de wereld tussen 500 v Chr. en 1800 bijna hetzelfde gebleven, maar door de industriële revolutie is de wereld zo enorm veranderd.” Voor de 19e eeuw waren er wel al denkers die boeken schreven over utopieën met daarin vormen van het basisinkomen.

Onbereikbare utopieën

Een van die denkers is filosoof Thomas More. In het boek Utopia uit 1516 schrijft More voor het eerst over een soort minimuminkomen. More verwijst in Utopia veel naar Kallipolis, de utopische stadsstaat die Plato beschrijft in zijn boek Republiek. In More’s boek vindt een gesprek plaats tussen een Portugese reiziger en de aartsbisschop van Canterbury over het bestrijden van diefstal: “‘We hangen ze overal op’, zei hij, ‘ik heb er maar liefst twintig aan een enkele galg zien hangen.’” Het straffen van stelende burgers werkt niet als afschrikmiddel en is te streng. More beredeneert dat een mens niet van stelen weerhouden wordt als dat zijn enige manier is om te overleven: “In plaats van deze gruwelijke straffen op te leggen, zou het immers veel beter zijn om iedereen van enige middelen van bestaan te voorzien, zodat niemand voor de huiveringwekkende noodzaak komt te staan om eerst een dief te worden en dan een lijk.” Dit idee van een minimuminkomen komt dus voort uit het in het gareel houden van burgers. Het gaat uit van belonen in plaats van straffen.

Thomas More beschrijft in zijn Utopia gesprekken tussen mensen die in en uit zijn huis lopen. Volgens Van Dijn is er een omslag te zien binnen het utopische genre in de industriële revolutie: “In plaats van gesprekken en onbereikbare eilanden, worden in utopische boeken, utopieën als toekomstbeeld geschetst. Dit betekent dat mensen erin gaan geloven dat ze echt invloed kunnen uitoefenen op de toekomst”. More heeft het woord utopie bedacht en betekent waarschijnlijk “nergensland”, hij zet het dus ook neer als iets onbereikbaars.

Jaren na Thomas More, in 1796, schrijft Thomas Paine over een basisgift. Dit heeft al iets meer de vorm van ons huidige idee van het basisinkomen. In zijn boek Agrarian Justice beschrijft Paine een systeem waarin iedereen van 21 jaar en ouder elk jaar een vast bedrag krijgt van de staat. Dit geld komt van belastingen op landbouwgrond, zodat iedereen die geen grond bezit niet benadeeld wordt. Volgens Paine is de aarde een gemeenschappelijk bezit van de mens en in zijn systeem zou iedere burger mee kunnen liften op de voordelen van grondbezit. Paines basisgift komt dus voort uit gelijkheid voor iedereen, want de aarde is van iedereen. Volgens Storlund lijkt dit idee erg op het systeem wat Alaska nu heeft. Het geld wat de staat verdient aan olie, wordt gelijk verdeeld over alle burgers. Het is gemeenschappelijk geld, want iedereen die daar woont en belasting betaalt, heeft evenveel recht op dat oliegeld. Dit laat zien dat sommige utopische ideeën dus toch niet zo onbereikbaar zijn.

Een Family Assistance Plan zonder families

In de recente geschiedenis is het Amerika bijna gelukt om een basisinkomen in te voeren: eind jaren ‘60 is het debat aangewakkerd door een aantal belangrijke publicaties. Eén daarvan is Capitalism and Freedom door Milton Friedman uit 1962. Hij stelt een vereenvoudiging van de verzorgingsstaat voor door een ‘negatieve inkomstenbelasting’ in te voeren. Volgens Friedman kan je pas politieke vrijheid bereiken als je economische vrijheid hebt. Hij concludeert dat de overheid vaak het tegenovergestelde bereikt van wat het wil en dat alle goede ontwikkelingen komen van de vrijemarkteconomie. De overheid moet zich daar niet mee bemoeien. Andere publicaties zijn artikelen van James Tobin in 1967, waarin hij het idee van een minimuminkomen verdedigt. In tegenstelling tot Friedman vindt Tobin juist dat de overheid zich moet bemoeien met de economie, om recessies te voorkomen.

Friedman en Tobin hebben precies tegenovergestelde meningen, maar dezelfde uitgangspunten. Dit laat zien, dat hoewel hun politieke voorkeuren anders zijn, het idee van een basisinkomen door zowel links als rechts kan worden verdedigd. Deze aandacht voor het basisinkomen leidt in 1969 tot een voorstel: Nixon’s Family Assistance Plan (FAP). Nixon’s FAP betekent dat alle arme families met kinderen geld krijgen van de overheid, waarvan de hoeveelheid afhankelijk is van hoeveel ze al verdienen. Dit plan is niet doorgegaan omdat er opeens een heel hoog echtscheidingspercentage was, wat het plan onhaalbaar maakte. Later bleek gesjoemeld te zijn met de cijfers. “Als de politiek het echt wil, dan kan ze een basisinkomen invoeren”, aldus Storlund. Een basisinkomen kan verdedigd worden vanuit elke politieke kleur. Blijkbaar was de Amerikaanse overheid er op dat moment nog niet klaar voor.

Hoe graag?

De coronacrisis laat ons een nieuwe kant van de politiek zien. Volgens Van Dijn is de situatie die we nu meemaken ongeveer gelijk aan de situatie aan het einde van de 19e eeuw. Er heerst grote sociale onrust en mensen hebben wilde ideeën. Als je kijkt naar de utopische boeken die toen werden geschreven en wat daarvan werkelijkheid is geworden, laat dit zien dat we daadwerkelijk dingen kunnen veranderen. Dingen die we nu voor lief nemen waren toen ondenkbaar. Zo hadden we ons waarschijnlijk weinig voor kunnen stellen bij een staat die de hele economie plat legt om de bevolking te beschermen tegen een onbekend virus, en waarin zowel werknemers als ondernemers gecompenseerd worden voor hun inkomensverlies. We weten dat we de toekomst kunnen veranderen als we daar hard genoeg voor strijden. De coronacrisis laat ons een kant zien van de politiek die we nog nooit gezien hebben. Ze is ertoe in staat om mensen te helpen als we maar graag genoeg willen willen veranderen. En op hun beurt laten mensen, zoals Chris, zien dat zij ook kunnen veranderen. Een basisinkomen kan de werkelijkheid worden, als we dat maar graag genoeg willen.

Wies van Wetten



Geef een reactie

artikelen van Wies van Wetten:
Hoe de coronacrisis nieuwe impuls geeft aan het basisinkomen
Groen begraven: klimaatverandering bestrijden met compost