Op zoek naar mijn Joodse familie

Joods Kindermonument, Rotterdam (foto Hanno Lans, CC0)
04 - 05 - 2020 ► 09:02



Op de boekenplank van mijn oma vond ik ongeveer een jaar geleden een boek met alle namen van de Rotterdamse Joden die zijn vermoord tijdens de Tweede Wereldoorlog. Toen ik het opensloeg viel er een briefje uit, met daarop, in haar keurige  handschrift, vier namen met daarbij een datum genoteerd. Deze vier mensen waren Joods en vermoord in Auschwitz, maar nog belangrijker, zij waren familie. 

Iedereen die op zoek gaat naar een Joods verleden komt al snel terecht op het Joods Monument, een online-monument voor de herdenking van alle Nederlandse Joodse slachtoffers van de Holocaust. Elk van de 102.000 namen is hier te vinden, compleet met geboorte- en overlijdensdatum. Maar ook zie je dat nabestaanden soms foto’s of verhalen bij de slachtoffers hebben toegevoegd op de website. Ik voerde de eerste naam van het briefje in en ik kreeg het gezin van Willem Abraham Pakkedrager op mijn beeldscherm te zien. Hij was getrouwd geweest met Sara Pakkedrager de Wit, en zij hadden twee zoontjes gekregen, Maurits en Rudolf. Het hele gezin is tijdens de Duitse bezetting op transport gezet en uiteindelijk vermoord. Het gezin van Pakkedrager is in oktober 1942, eerst via Westerbork, naar Auschwitz-Birkenau getransporteerd. Sara (38), Maurits (10) en Rudolf (6), werden direct bij aankomst vermoord in de gaskamers, en Willem (42) overleed tijdens de dodenmarsen in 1944 in Silezië, waarbij de precieze plaats van overlijden onbekend is.

Ik kwam erachter dat Sara de zus van mijn overgrootvader is geweest. Binnen mijn familie is de naam Sara nooit genoemd en mijn vader had ook nog nooit van haar naam gehoord. Het feit dat wij mogelijk Joodse familie zouden hebben, was een grote schok. Aan mijn oma kon ik het niet meer vragen, dus ik besloot zelf op onderzoek uit te gaan en te kijken wat ik te weten kon komen. Op het gemeentearchief van Amsterdam zou een zogeheten Jokos-dossier, nummer 16378, te vinden zijn met verdere informatie over dit gezin.

Vergelding

De kaft van Jokos dossier 16378

De kaft van Jokos dossier 16378

Na even te googelen kwam ik erachter dat een Jokos-dossier een reeks notariële documenten en verklaringen is die in de jaren zestig van de 20e eeuw is opgebouwd rondom de oorlogsschadeclaims die na de oorlogwerden ingediend bij Bondsrepubliek Duitsland. Hierbij ging het om schadeclaims voor de inboedels die Joden tijdens de oorlog verplicht moesten inleveren bij de bezetter.  Historica Regina Grüter publiceerde in 2015 Strijd om gerechtigheid: Joodse verzekeringstegoeden en de Tweede Wereldoorlog, waarin zij onderzoek heeft gedaan naar onder andere het verloop van het naoorlogse rechtsherstel voor Joodse slachtoffers.

Uit haar onderzoek blijkt dat vlak voordat de deportaties van de Nederlandse Joden van start gingen, zij alles wat zij nog in bezit hadden, maar ook de rechten op nog te ontvangen betalingen moesten overdragen aan de bank Lippman, Rosenthal & Co., afgekort Liro, ook wel de ‘Duitse roofbank’ genoemd. Deze bank was door de Duitse bezetter opgericht in Amsterdam om het Joodse bezit systematisch op te eisen voor de Duitse staat. Joden dienden alles wat zij bezaten te laten registreren en zo kon de bezitter heel systematisch te werk gaan.

Toen de oorlog in mei 1945 voorbij was, werden al aan het einde van van dat jaar verzoeken ingediend voor herstel van hun gestolen bezit, voor de afdeling Rechtspraak van de Raad voor Rechtsherstel. Joodse overlevenden, maar ook Joodse nabestaanden eisten vergelding. Nederland, met het hoogste percentage Joodse slachtoffers, had spijtig genoeg ook veel compleet uitgemoorde families. Er was niemand om hun vermogens op te eisen. Later werd besloten dat dit op één grote hoop gegooid zou worden, om dit vervolgens uit te keren aan alle overlevende Joodse Nederlanders en hun nabestaanden.

Erfschade

Ik vroeg mij af wat er precies met de leden van mijn familie was gebeurd. Ik diende een verzoek in om Jokos dossier 16378 in te zien, waarbij ik in een formulier mijn persoonlijke gegevens en relatie tot gezin Pakkedrager moest aangeven. En jawel, zes weken later kreeg ik te horen dat ik mijn verzoek was goedgekeurd door de medewerkers van het Joods Maatschappelijk werk (JMW).

Uit het dossier bleek dat er in 1959 een claim tot erfschade was ingediend bij de Duitse autoriteiten door Emanuel en Judith, de broer en zus van Willem Abraham Pakkedrager. Met de hulp van een notaris verkregen zij een zogenaamde Verklaring van Erfrecht. De gegevens van de erfgenamen werden verzameld, en vervolgens werd het bedrag van de schade vastgesteld. De notaris ging hierbij heel nauwkeurig te werk. Allereerst wordt een bedrag aan gestolen goederen vastgesteld. Hierbij wordt bijvoorbeeld genoteerd dat er voor 225 gulden aan boeken en voor 23 gulden aan sieraden is gestolen.  Alles bij elkaar zou er voor 3.736 gulden aan goederen gestolen van zijn van het gezin. Hierbij wordt  nog 5.559 gulden bij opgeteld: het bedrag dat op de bankrekening van Willem Abraham zou hebben gestaan, voordat de bezetter dit innam. Dit alles bij elkaar opgeteld, betekent dat er een enorm bedrag van 9.130,29 is uitgerekend aan erfschade aan Emanuel en Judith. Na een lang proces verkregen zij een Verklaring tot Erfrecht waarin werd vermeld dat zij ‘tezamen gerechtigd zijn tot de ontvangst van een beschikking over alle goederen, gelden en geldswaarden, behorende tot de nalatenschap van Willem Abraham Pakkedrager voornoemd en tot het geven van kwijting daarvoor.’

Moeilijkheden

Uit het onderzoek van Regina Grüter blijkt dat het verkrijgen van erfrechtverklaringen soms een moeizaam proces was. Van veel Joodse slachtoffers stond de precieze datum of plek van overlijden namelijk niet vast. Grüter: ‘Was de begunstigde eerder overleden dan de erflater, dan viel de erfenis aan de erfgenamen van de erflater. Overleed de erflater eerder dan de begunstigde, dan erfden de erfgenamen van de begunstigde.’ Kortom, wie als laatste kwam te overlijden van het gezin, naar diens erfgenamen ging de erfschade. Om erfschade te kunnen krijgen voor het overlijden van gedeporteerde familieleden, moest bovendien op een of andere manier aangetoond kunnen worden dat diegene was overleden. Hierbij ging het Rode Kruis aan de slag om er aan de hand van verklaringen van overlevenden of  deportatielijsten achter te komen wat er precies was gebeurd. Dat vervolgonderzoek naar erfgenamen, schrijft Grüter, was heel moeilijk, tijdrovend maar ook heel pijnlijk voor nabestaanden.

De medewerkster van het Joods Maatschappelijk Werk die mij te woord stond toen ik het Jokos-dossier kwam inzien, vertelde mij dat om deze reden de broer en zus van Willem Abraham het vermogen hadden geërfd, en niet mijn overgrootvader. Omdat Sara al in 1942 is overleden, en Willem Abraham pas in 1944, erfde eerst Willem het hele vermogen van hun gezin. Toen Willem Abraham vervolgens overleed, werd zijn vermogen automatisch geërfd door zijn nabestaanden.

Het eeuwige zwijgen

Bruidegom Willem Abraham met bruid Sara in het midden

Bruidegom Willem Abraham met bruid Sara in het midden

Ik bekende aan de medewerkster van het JMW die mij hielp bij deze inzage dat dit allemaal heel veel informatie was, maar dat niet het helemaal was waarop ik had gehoopt. Ik wist dat ik alles te weten zou komen over de erfschade met betrekking tot dit gezin, maar ik had gehoopt dat er meer was dan alleen notariële regelingen. Ze toonde veel begrip  voor mijn teleurstelling bij het JMW en verzekerde me dat dit vaker voorkomt. Datgene waar mensen meestal naar op zoek zijn, het persoonlijke verhaal, is vaak moeilijk te vinden. Foto’s of brieven, iets waardoor een naam tastbaar wordt, vind je nu eenmaal niet in zo’n dossier. Binnen mijn familie is het Joodse verleden nog enigszins een taboe en er wordt moeilijk over gepraat, maar het deed mij goed om te weten dat er toch enige mate van vergelding is verkregen. Ook al zal dit nooit opgaan voor wat verloren is gegaan.

Later toen ik weer voor de boekenkast van mijn oma stond, trok ik een fotoboek uit de kast. Hierin vond ik talloze foto’s van allerlei mensen die ik niet kende. Ik probeerde informatie te achterhalen door een aantal foto’s om te draaien en misschien een datum of een naam te bespeuren, en jawel, uiteindelijk had ik beet. Achterop de foto van een pasgetrouwd stel, met daarnaast twee bruidsmeisjes lijkt het, stond in hetzelfde keurige handschrift als op het kleine briefje met de namen: bruiloft Willem en Sara. Plotseling vond ik eindelijk de gezichten bij de namen van Willem Abraham en Sara. Zo zie je maar weer, de zoektocht en de daarmee hopelijk gepaarde vondsten naar het Joodse verleden bevinden zich soms dichterbij huis dan we aanvankelijk denken.

 

Foto boven dit artikel: Joods Kindermonument, Rotterdam.  Op het monument staan de namen van Maurits (10) en Rudolf Pakkedrager (6). (Foto Hanno Lans, Wikipedia, CC0)

Jasmijn Boonacker



Geef een reactie

artikelen van Jasmijn Boonacker:
MRI is geen babymartelpraktijk
Op zoek naar mijn Joodse familie