Egels in de les: de toekomst van digitaal onderwijs

Foto: Steven Zwerink, Flickr
21 - 05 - 2020 ► 12:56



Op 2 juni gaan de middelbare scholen weer open. Leraren en leerlingen kunnen weer de klas in, weliswaar op 1,5 meter afstand van elkaar. Door de coronamaatregelen hebben we kennisgemaakt met een nog redelijk onbekende vorm van onderwijs: digitaal onderwijs. Is er een toekomst voor digitaal onderwijs in Nederland?

In de media wordt veel over thuisonderwijs gesproken, maar het digitaal onderwijs dat leerlingen nu thuis krijgen is niet hetzelfde als thuisonderwijs. Volgens de Nederlandse Vereniging voor Thuisonderwijs bedenken ouders die thuisonderwijs geven hun eigen methodes voor het lesgeven van hun kind zonder daarbij hulp te krijgen van een school. In digitaal onderwijs krijgen leerlingen schoolonderwijs, maar dan thuis. Dit betekent dat kinderen die normaal naar school gaan nu online lessen van hun docenten volgen en hun schoolopdrachten thuis maken.

Het onderwijs op één lijn

De stap van lesgeven op school naar lesgeven vanuit huis was voor veel leraren groot. Ze moesten op slag volledig digitaal onderwijs geven. Dit was volgens online-onderwijs expert Irene van der Spoel een grote uitdaging. “Het is een totaal andere manier van werken. Zo zei een leraar bijvoorbeeld dat alle leraren nu eigenlijk van baan zijn gewisseld.” Volgens Van der Spoel maakte de context waarin de verandering van fysiek onderwijs naar digitaal onderwijs plaatsvond het nog extra moeilijk. “Door de coronamaatregelen is de werkdruk hoog voor leraren. Er wordt van ze verwacht dat het onderwijs op niveau blijft, terwijl digitaal onderwijs voor veel leraren nieuw is.”

Docent Victor Elsinga geeft les aan klas 1a op de Berg en Bosch School in Houten. Hij beaamt dat de veranderingen die de coronamaatregelen meebrachten niet makkelijk waren. “In het begin was alles heel onduidelijk, iedereen was zijn eigen koers aan het varen. De school werkte voor de maatregelen ook bijna nooit met het internet, dus het was allemaal nieuw. Het heeft zeker drie weken geduurd voordat het lekker liep. Stap voor stap werd er een plan opgebouwd. Nu gaat het heel goed. Er is een vast rooster van twee vakken per dag en elke dag een mentorles.”

Voor leerlingen was de stap naar digitaal onderwijs iets makkelijker. Volgens Van der Spoel hadden zij meer ruimte om te leren werken met de digitale middelen en beschikken ze vaak al over digitale vaardigheden. “Wat het wel lastig voor ze maakte, zijn de verschillende manieren waarop de leraren te werk gingen. Zo werkte de ene leraar met Zoom en de ander weer met Google Classroom. Vanuit de schoolbesturen werd wel geprobeerd om het onderwijs op één lijn te brengen, maar door de snelle verandering wist niemand waar goed aan zou worden gedaan. Er is ook te weinig expertise op het gebied van digitaal onderwijs, omdat het tot nu toe niet nodig is geweest.”

Meer verantwoordelijkheid

Hoewel het digitale onderwijs dus niet altijd even goed verloopt, heeft het ook voordelen. Op de Berg en Bosch School wordt speciaal onderwijs gegeven aan leerlingen met een vorm van autisme. Elsinga merkt dat sommige leerlingen het fijn vinden om nu thuis te werken. “Sommige kinderen vinden de drukte van de klas en de school vervelend. Thuis is die drukte er niet, dus vooral de rust vinden ze fijn.” In de meeste gevallen zijn het de ouders die aangeven dat hun kind het fijn vindt om thuis te zijn. Maar volgens Elsinga is de kanttekening hierbij dat ouders het soms vooral zelf fijn vinden dat hun kind thuis is. In enkele gevallen geeft een kind zelf aan het aangenamer te vinden om thuis te leren.

Er is weinig onderzoek gedaan naar de effecten van digitaal onderwijs op een kind. De onderzoeken die er zijn, komen voornamelijk uit de Verenigde Staten, waar thuisonderwijs en digitaal onderwijs wel zijn toegestaan. In deze onderzoeken worden vooral de voordelen ervan benoemd. Zo kan je met digitaal onderwijs meer leerlingen bereiken dan met onderwijs in een klaslokaal. En geeft het de leerlingen de verantwoordelijkheid om de lessen bij te wonen en op te letten.

Verder blijkt uit wetenschappelijke onderzoeken naar thuisonderwijs dat kinderen die thuis les krijgen vaak een voorsprong hebben op hun leeftijdsgenoten die naar school gaan. Ook blijkt dat kinderen die thuisonderwijs krijgen op sociaal en emotioneel gebied gelijk of beter scoren dan kinderen die naar school gaan. Toch is er nog te weinig onderzoek gedaan om te kunnen zeggen dat digitaal onderwijs of thuisonderwijs beter is voor een kind dan schoolonderwijs.

Daarnaast voldoet thuisonderwijs en daarmee ook digitaal onderwijs volgens de Nederlandse wet niet aan de leerplicht. Minderjarige kinderen moeten bij een school ingeschreven staan. Ouders kunnen wel om een vrijstelling van het inschrijven vragen, maar deze wordt slechts in enkele gevallen gegeven. De leerlingen die thuis leren fijner vinden moeten na de maatregelen dus gewoon weer naar school.

Papa en mama ernaast

Volgens Van der Spoel zijn de digitale middelen op dit moment ook nog niet goed genoeg om het normale schoolonderwijs te vervangen. Ze sluit niet uit dat dit in de toekomst wel mogelijk zal zijn. Toch hoopt ze dat het nooit zal gebeuren. “Het persoonlijke contact in het onderwijs is zo belangrijk. Als je kijkt naar het doel van het onderwijs is een deel van het leren cognitief, maar het leggen van sociale contacten is ook heel belangrijk. Als je alleen naar het cognitieve kijkt kom je met digitaal onderwijs een heel eind, maar de andere doelen van het onderwijs bereik je niet online.”

Elsinga merkt dat hij online minder snel doorheeft of leerlingen de stof begrijpen. “Normaal loop ik door de klas en dan zie ik of ze het begrijpen, nu heb ik daar geen zicht op.” Daarnaast is het voor de leerlingen online moeilijker om een vraag te stellen. “Ze moeten dan eerst hun geluid weer aanzetten of ze moeten hun vraag typen, dat maakt het toch wat lastiger.” De resultaten die de leerlingen met de online lessen halen, verschillen gelukkig niet veel van de normale resultaten. “Het lijkt dat ze de stof wel begrijpen, maar je weet natuurlijk niet of dat door mijn uitleg komt of omdat papa en mama ernaast zitten.”

Ook zullen niet veel docenten het zien zitten om na de maatregelen digitaal les te blijven geven. Elsinga vertelt dat er enorm verschil is tussen voor de klas staan en het lesgeven via de computer. “Ik denk dat ik voor veel leraren spreek als ik zeg dat je geen docent bent geworden om de hele dag achter je computer te zitten.” Daarnaast mist hij de affectie met leerlingen. “Het online lesgeven is een stuk minder leuk en gezellig.” Gelukkig zijn er ook leuke momenten in het digitaal lesgeven. “Laatst kwam een leerling met een in een dekentje gewikkelde egel de les in. Hij wilde hem graag aan de klas laten zien, dat kan dan weer wel online.”

De schoolbanken in

Digitaal onderwijs volgen na de coronamaatregelen lijkt er dus in Nederland voorlopig nog niet in te zitten. Wel ziet Van der Spoel een mooie toekomst voor digitale middelen in het onderwijs. “Ik denk dat heel veel mensen nu de potentie van digitale leermiddelen zien. Leraren zullen weer genieten van het fysieke onderwijs, maar ze weten wat er mogelijk is. Alleen de situatie waarin ze ermee hebben moeten leren werken is niet ideaal geweest.”

Ook Elsinga verwacht dat er op de Berg en Bosch School meer digitaal gewerkt zal worden. “Het zal me niks verbazen als het werken met onlinemiddelen wordt doorgezet naar volgend jaar. Er zijn bijvoorbeeld methodes die nu tijdelijk online werkboeken aanbieden, die kunnen we nu proberen. Misschien stappen we na de zomer wel over zulke online werkboeken.” Daarnaast is het handig dat leraren en leerlingen van de school nu weten hoe digitaal onderwijs werkt. “Zo kunnen we het bijvoorbeeld inzetten als iemand door ziekte thuis moet blijven.” Voor nu zijn veel leraren en leerlingen in ieder geval blij dat ze op 2 juni de schoolbanken weer in mogen. En de ouders van de leerlingen misschien nog blijer.

 Foto: Steven Zwerink (Flickr, CC BY-SA 2.0)

Madeleine Voorhuis



Geef een reactie

artikelen van Madeleine Voorhuis:
Egels in de les: de toekomst van digitaal onderwijs