‘Blaming the victim is oneerlijk’ – sextingfoto’s doorsturen is fout

Jonge vrouwen lijken vaker slachtoffer te worden van sexting-misbruik dan jonge mannen (Foto: lyndawaybi3, CC BY 1.0)
20 - 05 - 2020 ► 09:43



Je bent jong en verliefd. ’s Avonds lig je in bed en je ontvangt een berichtje: ‘Wil je me een sexy foto sturen?’ Niet alleen jongeren doen aan sexting, ook volwassenen maken gebruik van deze vrij nieuwe flirt-mogelijkheid. Alleen leidt het bij jongeren het vaakst tot misbruik. De schuld wordt in de schoenen geschoven van de maker van het beeld, maar is dat wel eerlijk?

In 2017 deed kenniscentrum seksualiteit Rutgers onderzoek naar de ongewenste verspreiding van sexy beeldmateriaal onder jongeren tussen de twaalf en vijfentwintig jaar in Nederland. De resultaten lieten zien dat van ruim drie procent van de geïnterviewden wel eens een naaktfoto of seksfilmpje was getoond aan een ander. Voor één procent van hen gold dat het materiaal ook was doorgestuurd. Seksueel getint materiaal dat niet van jou is delen of laten zien, kan een enorme impact hebben. Als iemand ervoor kiest om op grote schaal materiaal van een ander te verspreiden, kan dit leiden tot ernstige pesterijen en intimidaties. Met soms dramatische consequenties.

Trui omhoog
Neem bijvoorbeeld de zaak van Amanda Todd. De Canadese tiener chatte al een jaar met een man toen hij haar vroeg of ze haar trui omhoog wilde doen. Dit deed ze, omdat ze dacht dat hij haar echt leuk vond. In de periode die volgde, begon hij haar te chanteren. Ze moest vaker haar kleding uittrekken voor de webcam. Ook al deed zij wat hij van haar vroeg, hij lekte de foto’s toch uit. Iedereen op school had ze gezien. Ze verhuisde, maar de naaktfoto bleef haar achtervolgen. Na jaren van kwelling op verschillende scholen wilde ze niet meer. Amanda Todd hing zichzelf op in oktober 2012.

Deze zaak leverde een storm aan reacties op in de media. Hoewel de conclusie zou kunnen zijn dat sexting schadelijk is, is dat vaak niet zo. Uit onderzoek blijkt dat zowel jongeren als volwassenen vaker positieve dan negatieve sexting-ervaringen hebben.

Heersende gedachte
Verschillende instanties bieden gastlessen aan op middelbare scholen. Daten, sexting, grooming, schuren, (groeps)druk; alles wat met jongeren en seksualiteit te maken heeft, komt hierin aan bod. Vaak ligt de focus in de voorlichting over sexting op het slachtoffer, omdat het niet verstandig zou zijn om een seksueel getinte foto of video van jezelf te verspreiden. Aan de andere kant, het probleem ontstaat pas als de ontvanger die foto doorstuurt. Maar als dit probleem niet ontstaat bij het slachtoffer, waarom ligt de focus daar dan?

Volgens Marijke Naezer, onderzoekster aan de Radboud Universiteit, zijn er verschillende redenen te noemen waarom dit zo is. ‘Wat er niet is, kan ook niet verspreid worden.’ Dat is de heersende gedachte. “Het lijkt makkelijker om mensen ervan te weerhouden sexy beeldmateriaal van zichzelf te maken dan om anderen zo ver te krijgen dat materiaal niet te verspreiden”, aldus Naezer.

Vanuit criminologisch en psychologisch oogpunt is een andere verklaring mogelijk: “Een focus op het slachtoffer zorgt ervoor dat mensen kunnen blijven geloven in een veilige en rechtvaardige wereld, waarin niks je zal overkomen zolang je je maar ‘goed’ gedraagt.” Marianne Cense, onderzoekster en interventie-ontwikkelaar bij kenniscentrum seksualiteit Rutgers, deelt het standpunt van Naezer. “Ons overheidsbeleid heeft als basis dat ieder mens zelf verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen gezondheid en welzijn.” Er ligt daarom meer nadruk op ‘wat kun je doen om geen slachtoffer te worden?’ dan op ‘wat kun je doen om geen slachtoffer te maken?’

Beperking seksuele vrijheid
Beide onderzoeksters zijn het erover eens dat de focus verlegd moet worden van het slachtoffer naar de pleger. Cense: “Blaming the victim is oneerlijk. Het slachtoffer deed niks fout en stuurde de foto in vertrouwen.” Zodra we de focus verplaatsen, zal dit een positieve invloed hebben op hoe we omgaan met sociale gedragsregels. Die sociale verandering is nodig om onderliggende oorzaken aan te pakken, stelt ze. Ook moet er volgens Cense meer aandacht uitgaan naar de sociale interactie tussen jongeren, omdat het dan zichtbaar wordt hoe zij dat seksueel getinte materiaal gebruiken. “Op die manier wordt het duidelijker dat het niet gaat over slachtoffers die onverstandig zijn, maar om plegers die grensoverschrijdend gedrag vertonen. Nu zijn we nog vaak geneigd om het gedrag van de pleger te accepteren als onderdeel van de jongerencultuur.”

Als we het slachtoffer centraal blijven stellen, perken we de seksuele vrijheid van jongeren mogelijk in, voegt Naezer hieraan toe. “Sexting biedt jongeren mogelijkheden om vorm te geven aan seksualiteit. Het is niet alleen negatief, vaak ervaren ze het juist positief. Mijn onderzoek liet dit zien. Die kans ontnemen we ze als we sexting gaan verbieden. Bovendien, als we dat zouden doen, neemt victim-blaming toe en worden de plegers onzichtbaar.”

Seksuele vorming
Om grensoverschrijdend gedrag tegen te gaan is een aanpak nodig die meerdere kanten heeft, vindt Cense. Op zowel individueel als op sociaal niveau moeten we ingrijpen. Ouders zouden kinderen een goede seksuele opvoeding moeten geven en scholen moeten vanaf de basisschool uitgebreide seksuele vorming bieden. Dat het hieraan soms ontbreekt, blijkt ook uit het onderzoek. Een van de respondenten zei bijvoorbeeld in het interview: “Ik denk dat ouders beter ingelicht moeten zijn. Ouders moeten beter op de hoogte zijn dat sexting gewoon normaal is, dat het onderdeel is van je seksuele ontwikkeling.”

Ook benadrukt Cense dat docenten een cruciale invloed hebben op sociale normen door op een juiste manier te reageren op seksueel getint materiaal. Zij zouden ervoor moeten zorgen dat er een veilige sfeer is in de klas en ze moeten de jongeren die de grens overschrijden, kunnen aanpakken. “En, last but not least, het is belangrijk dat professionals uitstralen dat degenen die foto’s van anderen doorsturen fout zitten en niet het slachtoffer.”

Naezer denkt ook dat een gecombineerde aanpak het beste is. Of dit haalbaar is, weet zij niet: “Ik kan mij voorstellen dat iedereen een invalshoek en strategie kiest die aansluit bij zijn of haar eigen expertise.” Het startpunt is volgens haar een positievere benadering van het fenomeen sexting. “We moeten erkennen dat sexting een positief onderdeel kan zijn van het seksleven van jongeren en volwassenen. Als die erkenning er eenmaal is, wordt het een stuk lastiger om slachtoffers te veroordelen op het moment dat iemand misbruik maakt van hun materiaal.”

Meerdere invalshoeken
Naezer pleit ervoor dat iedere interventie een duidelijk onderscheid maakt tussen sexting en sexting-misbruik. Er bestaan al een aantal veelbelovende initiatieven die op dat onderscheid ingaan, zoals lespakketten, campagnes, theaterstukken en zelfs een escape-room. Veel van deze initiatieven, zoals de escape-room, zijn interactief. Binnen één lesuur leren de scholieren spelenderwijs dat het belangrijk is dat sexting stopt op het moment dat je het beeld ontvangt.

Deze initiatieven zijn, voor zover Naezer weet, nog niet geëvalueerd. Daar komt bij dat de effectiviteit hiervan lastig te meten is, omdat dit afhangt van hoe je ‘effectief’ definieert. “Een interventie kan heel ‘effectief’ zijn in het ontmoedigen van sexting, maar dat is dus een uitkomst die we liever niet willen zien.” Ze vindt het belangrijk om te kijken naar het totaalaanbod: “Er mag best een interventie zijn die zich richt op potentiële slachtoffers, maar dan moeten daar wel voldoende interventies tegenover staan die zich richten op potentiële plegers.”

Ook Cense geeft aan dat het lastig is om te evalueren wat wel en niet werkt. Dit komt volgens haar doordat er geen controlegroep is, er is geen groep waar ‘niks gebeurt’. Iedereen heeft te maken met sociale media, het overheidsbeleid en campagnes. Een groep creëren die daar niet aan blootstaat, is onhaalbaar. Hierdoor is het niet mogelijk om vast te stellen hoe effectief de interventies zijn. De deskundigen zijn het erover eens dat een strategie met meerdere invalshoeken vaak beter werkt dat een eenzijdige strategie.

Entertainment education
Bepaalde vormen van interventies spreken jongeren meer aan dan andere. Het onderzoek van Naezer en Van Oosterhout liet zien dat jongeren aan vormen als film, theater, spellen en presentaties de voorkeur geven. Uit ander onderzoek bleek al eerder dat ‘entertainment education’ een aantrekkelijke voorlichtingsvorm is voor jongeren. Dit toont aan dat een breed aanbod van interventies noodzakelijk is om jongeren te bereiken.

Foto: Linda A (Flickr, CC0 1.0)  

Eline Bouma



Geef een reactie

artikelen van Eline Bouma:
De complexiteit van een GHB-verslaving
‘Blaming the victim is oneerlijk’ – sextingfoto’s doorsturen is fout