Hoe we met voedselverspilling meer dan alleen eten dumpen

Foto: Stefan Szczelkun
26 - 04 - 2019 ► 12:45



In 2016 hebben we met heel Nederland 2 miljard kilo aan voedsel verspild. Hiermee mogen we ons één van de grootste verspillers van Europa noemen, met huishoudens als grootste boosdoener; de helft van alle verspilling zit bij de consument zelf in de vuilnisbak. Het is niet alleen zonde, het heeft ook weerslag op het milieu: door te verspillen vergroot de consument zijn ecologische voetafdruk en staat er meer op het spel dan we in de eerste instantie denken.

De Volkskrant rekende onlangs uit dat we in Nederland jaarlijks 80 duizend vrachtwagens kunnen vullen met verspild voedsel. Samen hebben deze een lengte van 1.440 kilometer, de weg van Utrecht naar Barcelona. De cijfers liegen er niet om: voedselverspilling is een probleem en blijkt bovendien moeilijk op te lossen. In de periode 2009-2016 is de hoeveelheid verspild voedsel ongeveer constant gebleven. Consumenten kunnen hun gedrag rondom voedselverspilling dan ook maar moeilijk veranderen.

Voedselverspilling is iets wat soms niet vermeden kan worden en komt dan ook voor in de gehele productie- en distributieketen. Voor bijvoorbeeld veel soorten groenten bestaat deze keten uit zaaien, oogsten, verwerken in fabrieken, inpakken, opslaan, koelen en transporteren naar de supermarkt, met de consument als eindbestemming. De verspilling doet zich voor in alle onderdelen van deze keten, maar is het grootst bij de consument zelf. Het Voedingscentrum berekende dat in 2016 Nederlanders gemiddeld 41 kilo verspilden. Dit komt neer op €145,- aan verspild voedsel per persoon per jaar.

Misvatting
Hilke Bos-Brouwers is Senior Onderzoeker Duurzame Ketens bij Wageningen Food & Biobased Research en heeft meegewerkt aan meerdere rapporten over voedselverspilling door de consument. Zelf spreekt ze hierbij liever niet over de consument als enige of grootste boosdoener. ‘Er zijn genoeg oorzaken die eerder in de keten liggen waardoor consumenten verspillen. Wel weten we dat bij consumenten de grootste hoeveelheden verspilling ontstaan ten opzichte van de rest van de keten. De consument is het eindstadium van deze voedselketen, waardoor er veel zaken tegelijkertijd bij elkaar komen.’

Gert Spaargaren is professor voor ‘duurzame leefstijlen en consumptiepatronen’ in de groep Mileubeleid van de Universiteit van Wageningen en ook hij wijst het idee van consument als ‘zondaar’ in de verspillingskwestie af. ‘Het ligt vaak genuanceerder dan mensen denken. Ja, een groot deel van de voedselverspilling zit aan de kant van de consument, maar dat is niet omdat hij er bewust voor kiest om te verspillen.’ Spaargaren wijst erop dat goede intenties niet kunnen voorkomen dat in de praktijk toch problemen optreden. ‘Het is algemeen bekend dat voedselverspilling ook verspilling is van geld en van middelen waarmee dat eten is geproduceerd. Niemand wíl natuurlijk geld weggooien of energie verspillen en zo het klimaat belasten. Verspilling zit hem niet alleen in de intentie van de consument, maar moet ook gezien worden in het licht van andere factoren. Bijvoorbeeld hoe sociaal iemand is: mensen die gastvrij zijn en vaker mensen over de vloer hebben, zorgen er altijd voor voldoende voedsel in huis te hebben. Dit kan een te grote inkoop van voedsel tot gevolg hebben, wat gemakkelijk tot verspilling leidt. Dit wordt ook wel het oversizen van de voorraad genoemd.’

‘Een andere factor die een rol speelt is de over-de-datum-cultuur,’ benoemt Spaargaren. ‘Dit risico-bewustzijn is een culturele factor die je vaak bij gezinnen met jonge kinderen erg belangrijk ziet worden; zij zijn voorzichtiger als het op vers, veilig en gezond eten aankomt omdat ze extra gevoelig zijn voor risico’s voor hun kinderen. Hoewel we rationeel best weten dat je, althans in Nederland, niet zo snel ziek wordt van eten dat tegen of net over de datum is, gooit deze groep al snel eten weg dat in veel gevallen nog oké is.’

Intiem
De consument mag dan geen boosdoener zijn, wel is het juist bij deze groep moeilijk om voedselverspilling terug te dringen. Bos-Brouwers: ‘Consumenten zijn geen homogene groep, er zijn veel verschillende drijfveren. Hun gedrag rondom eten en verspilling ervan is voor het grootste deel onbewuste routine.’ Volgens Bos-Brouwers is de consument zich er dus vaak niet eens van bewust hoeveel hij weggooit. ‘Het wordt pas ‘veel’ wanneer men ziet wat het op jaarbasis doet. Reken maar na: als je per dag zo’n 100 gram weggooit – bijvoorbeeld een halve rotte appel, twee sneetjes brood die je niet meer opat en een beetje teveel gekookte pasta – dan tikt dat met een jaar al bijna die 40 kilo aan. En dan heb ik het nog niet eens over dat pak melk over de datum, die halve bak beschimmelde yoghurt of die tweede zak andijvie uit de bonus waar je de volgende dag geen zin meer in had.’

Volgens Spaargaren is het niet simpel om verandering bij de consument teweeg te brengen omdat eten niet alleen functioneel is. Het is juist vaak emotioneel beladen. ‘Het idee van voedsel is niet alleen rationeel inkopen en consumeren; voedsel is plezier, een beleving, een gewaardeerd onderdeel van het leven. Er zijn zeker momenten waarop de consument beslissingen neemt die van invloed zijn op verspilling, zoals het inkopen, het bewaren en het bereiden van voedsel. Maar al deze handelingen zijn onderdeel van een diep ingesleten en meestal gekoesterde eet-cultuur van de persoon of het gezin in kwestie’.

De directe relatie die we met voedsel hebben maakt volgens Spaargaren de consumptie ervan bijzonder. ‘Voedsel is immissie; je neemt het tot je, het gaat ‘naar binnen’. Daardoor is onze band met eten veel sterker en dieper dan met bijvoorbeeld een bankstel of de televisie. Eten is intiem.’ Daarom kunnen we volgens Spaargaren niet zo makkelijk tegen de consument zeggen dat hij moet veranderen. ‘Zeggen dat we moeten stoppen met voedsel verspillen werkt niet. De consument moet actief ondersteund worden in het ombuigen van voedselgedrag dat tot vermijdbare verspilling leidt’.

Milieusporen
Maar welke weerslag heeft deze voedselverspilling, behalve op onze portemonnee, op het milieu? Volgens het Europees Parlement komt er voor elke kilogram geproduceerd voedsel 4,5 kilogram CO2 in de atmosfeer terecht. Dit komt omdat voor voedselproductie verschillende handelingen nodig zijn die energie kosten; denk aan verhitten, invriezen, vervoeren, etc. Elke kilogram verspild voedsel staat dus gelijk aan 4,5 kilogram onnodige uitstoot van CO2. Volgens het Voedingscentrum zorgt de productie van voedingsmiddelen zelfs voor 20 tot 35% van de totale uitstoot van broeikasgassen, wat de voedingsmiddelenindustrie één van de meest energie-intensieve sectors maakt. Voedselproductie levert bovendien niet alleen broeikasgassen; het speelt ook een grote rol in milieubelasting als het gaat om onder andere een lage visstand, vermesting en land- en watergebruik. Spaargaren: ‘Lange tijd werd gedacht dat de rol van voedsel in milieubelasting niet zo significant was. Dat is het dus juist wel.’

Volgens Bos-Brouwers zit de milieubelasting hem inderdaad voornamelijk in de productie van voedsel. ‘Vanaf het begin van de productie zijn er veel grondstoffen en energie gebruikt om het uiteindelijk op jouw bord te krijgen. Dat heeft een impact op het milieu die inderdaad vaak wordt uitgedrukt in broeikasgassen. Daarnaast is er ook invloed op het water, landgebruik, biodiversiteit en nog een heel aantal andere milieuparameters.’ Echter, ook puur en alleen verspild voedsel laat zijn milieusporen na. Cijfers van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) tonen aan dat voedselafval goed is voor 8% van de wereldwijde, door mensen veroorzaakte, broeikasgasuitstoot.

Meters maken
Spaargaren ziet dus weinig perspectief in voorlichtingscampagnes die de consument simpelweg aansporen om het anders te doen. ‘Ons eetpatroon is diepgeworteld en cultureel bepaald, dat kan je niet per decreet veranderen, maar moet je zeer geleidelijk ombouwen. In ons onderzoek proberen we meer inzicht te krijgen in de rol van voedsel en voedselverspilling in verschillende sociale omstandigheden. Dit doen we door consumenten zelf uit te nodigen en met hen in gesprek te gaan over veranderingen die aansluiten bij hun eetcultuur. Ook vragen we ze op welk vlak zij vinden dat supermarkten en boeren beter hun best kunnen doen om voedselverspilling door de hele keten heen tegen te gaan. Zo hopen we uiteindelijk te komen tot verbeteringen die al eerder in de voedselproductieketen doorgevoerd kunnen worden.’

Eén van de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties is om tussen 2015 en 2030 voedselverspilling met de helft terug te dringen. Volgens Bos-Brouwers moet er veel veranderen wil dit realiteit worden. ‘Nog elf jaar te gaan. Het is haalbaar, maar er moeten meters gemaakt worden.’ Wel geeft ze aan dat zo’n doel niet vast te pinnen is. ‘Het punt met dit doel is dat het een ambitie is, geen afdwingbaar iets. Wel werkt het als aanmoediging en dat helpt ook.’

Voedselverspilling terugdringen bij de consument begint volgens Bos-Brouwers vooral bij realisatie van het probleem. ‘Alles begint met bewustwording, probleemperceptie, gelegenheid, kennis en vaardigheden. Als je iets niet als een probleem of kans ervaart, is de kans erg klein dat je iets gaat veranderen.’ Zo dus ook met voedselverspilling: ‘Je moet het willen en kunnen en je omgeving moet je in staat stellen om het te doen. Wat je inkoopt moet bij je consumptie passen en goed bewaard worden. Helemaal niets weggooien lijkt een utopie, maar het kan wel veel beter.’

Nieuwswaardig
Als het gaat om bewustwording van voedselverspilling en haar milieueffecten is er volgens Bos-Brouwers dus nog ruimte voor verbetering. Ook als het gaat om belichting van het onderwerp in de media. ‘De grote vraagstukken in het klimaatdebat die in de media terugkomen gaan voornamelijk over energie of energietransitie. Je ziet het onderwerp ‘voedselverspilling’ op zichzelf weleens voorbijkomen, maar omdat het voedselsysteem zo’n 1/3e deel uitmaakt van ons energieverbruik en transport, is het eigenlijk best raar dat het terugdringen van verspilling los wordt geplaatst.’

Bos-Brouwers denkt dat nieuwswaardigheid hierbij de belangrijkste rol speelt. ‘Dingen worden door de media onder de aandacht gebracht wanneer ze nieuwswaardig zijn. Het zoveelste bericht over: “er is zo veel voedselverspilling”, daar gaan journalisten inmiddels van geeuwen. Daarom is het belangrijk dat de community die bezig is met het terugdringen van verspilling, zelf duidelijk laat weten wanneer er nieuwe stappen en overwinningen gemaakt worden en wanneer er nieuwe bevindingen gedaan worden. Op die manier houden we het onderwerp nieuwswaardig.’

Tekst: Lianne Deunhouwer
Foto: Stefan Szczelkun, licentie

Lianne Deunhouwer



Geef een reactie

artikelen van Lianne Deunhouwer:
Hoe we met voedselverspilling meer dan alleen eten dumpen