Nieuwe taal slachtoffer van ‘genderneutrale flauwekul’

Pixabay CC0
29 - 03 - 2018 ► 10:13



‘Genderneutrale taal gevonden in Maleisië’. Als je deze kop boven een artikel zet, ben je er zeker van dat veel mensen het willen lezen. Genderneutraal is een trigger-woord: hartstikke hip en iedereen heeft er wel een mening over. Toen de Zweedse onderzoekers Niclas Burenhult en Joanne Yager in oktober 2017 hun onderzoek over de door hen ontdekte taal Jedek publiceerden, brachten verschillende media dit in het nieuws als ‘genderneutrale taal gevonden in Maleisië’. Als taalwetenschapper neem je dit nieuws met een flinke schep zout, want onderzoek naar nieuwe talen is erg tijdrovend en intensief en de resultaten zijn dus meestal complexer dan het label ‘genderneutraal’.

Zwetend in de snikhete jungle van Noordoost-Maleisië hebben Niclas Burenhult en Joanne Yager van de Universiteit van Lund dagenlang opnames gemaakt van gesprekken met en tussen sprekers van het Jedek. De reden dat Burenhult en Yager de rimboe trotseerden voor deze taal is opmerkelijk: het Jedek is door hen ontdekt in een dorp waar al eerder antropologisch onderzoek is gedaan. Deze antropologen hebben in eerste instantie niet opgemerkt dat het Jedek een aparte taal is; pas nadat taalwetenschappers verschillende woordenlijsten uit hetzelfde gebied met elkaar gingen vergelijken, kwamen ze tot de conclusie dat er sprake was van een aparte taal, die door maar 280 mensen wordt gesproken.

Wanneer er in een krantenkop staat ‘nieuwe taal ontdekt’, zie je meteen voor je dat er ergens een of andere stam is gevonden die nog nooit eerder contact heeft gehad met de buitenwereld. Je verwacht beelden van een wilde indianenstam ergens in het oerwoud. Je denkt dat deze mensen ‘puur’ zijn, nog nooit een mobieltje hebben gezien en alleen traditionele kleding dragen. Hierdoor lijkt het raar dat het Jedek is ontdekt in een gebied waar al eerder onderzoek is gedaan.

Toch is er van de meeste talen wel iéts bekend, stelt taalkundige Milly Crevels, taalwetenschapper verbonden aan het Leiden University Center for Linguistics (LUCL). Van de meer dan 6000 talen die de wereld rijk is, bestaan vaak wel woordenlijsten, ook al is er verder geen onderzoek gedaan. Missionarissen van het Summer Institute of Linguistics (SIL) hebben sinds begin twintigste eeuw woordenlijsten samengesteld. Deze veelal basale woordenlijsten maken ze om de bijbel in elke taal ter wereld te vertalen, maar blijken vooral een goed begin te zijn voor onderzoek naar taal: deze lijsten zorgen ervoor dat eerste contacten met nieuwe informanten soepeler verlopen.

Nut van taalonderzoek
Veel van de 6000 talen van de wereld hebben weinig sprekers en taalkundigen verwachten daarom dat binnen 100 jaar ongeveer de helft van deze talen uitgestorven zal zijn. Hoewel deze talen zullen uitsterven, zijn er veel taalwetenschappers die het belangrijk vinden om af te reizen naar de gebieden waar ze gesproken worden en ze vast te leggen. Crevels legt het nut van onderzoek naar talen met weinig sprekers als volgt uit: ‘Mensen maken zich druk om het uitsterven van dieren, maar het uitsterven van talen is minstens zo erg. We kunnen zoveel leren van de diversiteit in de wereld wanneer we kijken naar talen.’

Een voorbeeld hiervan geeft Crevels uit haar eigen onderzoek eind jaren negentig in Bolivia: ‘Ik had maar twee stokoude informanten, die ik vaak opzocht om hun taal vast te kunnen leggen. Ik liep een keer vanuit het nabijgelegen dorp naar hen toe op mijn slippertjes en kreeg enorme last van mierenbeten. Toen ik bij de oudjes aankwam en mijn voeten liet zien, smeerde een van hen meteen een olie op mijn voeten. De volgende dag was het al bijna weg! Dit soort kennis gaat allemaal verloren als een taal uitsterft, want wanneer er geen sprekers meer zijn van een taal, kan dit soort unieke kennis niet meer doorgegeven worden.’

Burenhult is het hiermee eens: ‘Wij in de Westerse wereld focussen ons zo op onze waarden en normen en onze manier van leven, dat we de rest van de wereld door onze Westerse bril zien’, zegt hij in in het persbericht van de Universiteit van Lund. ‘We kunnen zoveel leren van bedreigde talen als het Jedek, dus het is leerzaam om dit vast te leggen.’

Het onderzoeksproces
Onderzoek naar nieuwe talen – dat zal inmiddels duidelijk zijn – is vaak heel intensief. Vaak zijn de onderzoekers maandenlang te vinden in de dorpjes waar de sprekers van hun taal wonen. Ze tonen plaatjes en vragen ze die in hun taal te beschrijven, ze laten hen woorden uitspreken en als ze al wat verder zijn proberen ze ook natuurlijke gesprekken te volgen. Dit allemaal met één doel: de taal vastleggen.

Het tonen van foto’s of tekeningen kan overigens ook voor problemen zorgen. Er zijn volken die 2D-plaatjes niet herkennen en voorwerpen die ze dagelijks gebruiken toch niet kunnen identificeren op een foto. Dit gebeurde ook tijdens het onderzoek van Crevels. ‘Ik had een prachtig boek gekocht, vol met fantastische tekeningen van dieren. Dit nam ik mee naar mijn informanten om ze de namen van de dieren te laten opnoemen, maar ze herkenden de dieren op de plaatjes niet. Dit terwijl ze er dagelijks mee te maken hadden. Uiteindelijk had ik dus weinig aan het mooie boek.’

Wanneer de onderzoekers blocnote na blocnote vol hebben gekrabbeld met aantekeningen, begint het tweede deel van hun taak: ordenen en vastleggen. Elke taal is complex en dit zorgt ervoor dat ook dit proces lang duurt. Bedenk maar eens wat er allemaal is vastgelegd van het Nederlands: we hebben bijvoorbeeld de Dikke Van Dale en het Groene Boekje. Stel je voor dat je dit vanuit het niets zou moeten opschrijven. Behoorlijk veel werk!

Het Jedek
In het persbericht over het onderzoek naar Jedek zegt Burenhult dat er voor onderzoek naar een nieuwe taal toegewijde wetenschappers nodig zijn, omdat het zo’n tijdrovend proces is. Naast het afnemen van interviews hadden Burenhult en Yager maandenlang contact nodig met de sprekers van het Jedek om op die manier zoveel mogelijk van de taal vast te leggen. Taalonderzoek is dus geen kwestie van even snel wat opschrijven: voor één aspect van de taal is soms maanden onderzoek nodig.

Voor het Zweedse onderzoek hebben de taalwetenschappers alle aspecten van de taal vastgelegd: de klanken die Jedek kent, de woordconstructies, de woordsoorten en de structuren van zinnen. Wat hierdoor naar voren kwam, is dat de grammatica van het Jedek veel overeenkomsten heeft met het Maleisisch en de andere talen die in Noordoost-Maleisië gesproken worden. Dit is niet verrassend, want de meeste mensen in dit gebied spreken meerdere talen en veel van de talen worden dus door elkaar beïnvloed.

Om de kennis van de grammatica in het Jedek vervolgens toe te kunnen passen, zijn uiteraard ook woorden nodig. Die hebben  Burenhult en Yager dus eveneens vastgelegd. Ook hier waren veel overeenkomsten te zien met andere talen in Noordoost-Maleisië. In bijna 40 pagina’s hebben ze in hun artikel al de kennis die ze door hun onderzoek hebben opgedaan samengevat en gestructureerd.

Gek genoeg hebben journalisten uit dat hele stuk zo ongeveer alleen het stukje overgenomen waar in staat dat het gender in voornaamwoorden niet genoemd wordt in het Jedek. Niet heel gek als je bedenkt dat gender de laatste tijd een erg populair onderwerp is, wel als je weet dat dit ook het geval is in andere talen, zo ook een taal die ons al heel lang bekend is: het Fins. ‘Genderneutrale taal ontdekt in Maleisië’ is wel waar, maar niet bijzonder. Doen alsof dit wel zo is, is dus gek, of zoals Crevels het noemt: ‘flauwekul’.

Roosmarijn Stout



Geef een reactie

artikelen van Roosmarijn Stout:
Nieuwe taal slachtoffer van ‘genderneutrale flauwekul’