Klare taal spreken

Foto: Michael Fleshman (Flickr, CC BY-NC 2.0)
07 - 04 - 2017 ► 07:46



Hoe dialect het verschil tussen levenslang en een vrij man kan betekenen

Dialectsprekers krijgen zowel in het klaslokaal als op de werkvloer vaak te maken met diepgewortelde vooroordelen tegenover hun dialect. Uit recent onderzoek blijkt dat deze vooroordelen grote gevolgen hebben: ze leiden tot dialectdiscriminatie in rechtbanken over de hele wereld.

De 16-jarige Rachel Jeantel was de belangrijkste getuige in de zaak tegen George Zimmerman. Zimmerman liep zijn ronde als buurtpreventie (‘neighborhood watch’) in een wijk in Sanford, Florida, toen hij op 26 februari 2012 de 17 jaar oude Trayvon Martin neerschoot. Twee dagen lang gaf Jeantel haar getuigenis in de rechtbank, een getuigenis die de zaak van de verdediging had moeten doen instorten. Maar Rachel Jeantel sprak in een dialect genaamd African American Vernacular English (AAVE), een variant van Amerikaans-Engels die vooral gesproken wordt door Afro-Amerikanen, en haar cruciale getuigenis werd door de rechters en jury afgedaan als onbegrijpelijk en ongeloofwaardig. Op 13 juli 2013 werd George Zimmerman vrijgesproken.

Uit onderzoek van John R. Rickford en Sharese King, linguïsten aan Stanford University, blijkt dat onbekendheid met bepaalde niet-standaarddialecten, zoals African American Vernacular English, een grote rol kunnen spelen in de rechtbank. Een van de voornaamste redenen dat Zimmerman werd vrijgesproken, was volgens Rickford en King omdat de jury Jeantels getuigenis “niet kon horen, begrijpen of geloven”. De zaak tegen George Zimmerman is één van de vele voorbeelden van juridische discriminatie gebaseerd op dialect. En deze gevallen van dialectdiscriminatie zijn niet alleen beperkt tot het strafrechtelijk systeem van Amerika: het onderzoek gaat ook in op soortgelijke juridische gevallen in rechtbanken in Engeland en Australië.

Als je een dialect spreekt dat niet de taalstandaard is, kan dat dus verstrekkende gevolgen hebben: in dit geval betekende dialect het verschil tussen levenslang of vrijgesproken. De maatschappij oordeelt op basis van diepgewortelde vooroordelen. Mensen zijn – bewust of onbewust – zeer gevoelig voor de informatie die een dialect overbrengt. Uit de manier waarop iemand praat kun je als luisteraar afleiden waar de spreker vandaan komt, wat zijn of haar etnische achtergrond is en waar hij of zij staat op de maatschappelijke ladder.

Taal als bindmiddel

Volgens Leonie Cornips, onderzoeker van variatielinguïstiek aan het Meertens Instituut, is de oorsprong van dialectdiscriminatie en de ontwikkeling van de taalstandaard terug te leiden tot de de negentiende eeuw. “Toen de Europeanen overgingen op de vorming van natiestaten, zochten zij naar iets wat alle mensen binnen de grenzen van de natie met elkaar kon verbinden en een gedeelde identiteit kon geven”, legt ze uit. “Filosofen en taalkundigen besloten dat dit taal zou zijn.” Maar om taal te laten werken als bindmiddel moest het eerst door een proces van standaardisering heen, een proces waar honderden jaren overheen gaan. “Hieruit is het idee van de taalstandaard als ideaal voortgekomen.”

Onze gedeelde taal is dus datgene wat ons al meer dan tweehonderd jaar tot burger, tot Nederlander maakt. Tegenwoordig weet men al lang niet meer dat de oorsprong van de taalstandaard terug is te vinden in de natiestaatvorming, maar de ideologie is blijven hangen. “Vanuit deze ideologie is mensen het idee opgelegd dat de standaard perfect is”, zegt Cornips. Het selecteren van een standaardtaal binnen een natie was een politiek proces en de keuze was dus eigenlijk arbitrair. “Maar als je wilt volhouden dat de standaard ook het ideaal is, dan kun je zoiets als een dialect, een afwijking, niet toestaan. En dus probeerde men de status van de dialecten af te zwakken en ervoor te zorgen dat het dialect hiërarchisch lager stond dan de taalstandaard.”

Intelligenter

Door de jaren heen zijn mensen de standaardvariant als superieur gaan beschouwen op vrijwel alle vlakken, onder andere op esthetisch gebied. Tegelijkertijd raakten de dialecten steeds meer in diskrediet. Uit het onderzoek van Stanford University blijkt nu zelfs dat deze vooroordelen dieper zijn doorgedrongen tot de maatschappij dan we ons wellicht realiseren. “Mensen die de standaard spreken worden vaak gezien als intelligenter en competenter dan mensen die een dialect spreken”, meent Dick Smakman, linguïst aan Universiteit Leiden.

Naast de rechtbank zijn dit soort vooroordelen vooral op de werkvloer en in klaslokalen erg problematisch. “Dialectsprekers zullen bijvoorbeeld minder gemakkelijk een baan kunnen krijgen”, zegt Smakman, “En dat terwijl de standaard gewoon arbitrair is gekozen en taalvariatie net zo arbitrair ‘dom’ is gelabeld.” Volgens Smakman klampen mensen zich zo vast aan een taalstandaard uit onzekerheid en angst voor diversiteit. “We leven in een wereld waarin alles zoveel verandert: de standaard bied houvast in een tijdperk waarin iedereen een ander geloof, een andere nationaliteit, een andere taal heeft.”

Tweetalig

Over dialectdiscriminatie in een Nederlandse rechtbank vergelijkbaar met de getuigenis van Rachel Jeantel hebben zowel Cornips als Smakman nog nooit gehoord. “Maar”, zegt Cornips, “het is belangrijk om je te realiseren dat ons rechtssysteem heel anders werkt dan in Amerika. In Amerika spreken getuigen rechtstreeks voor een jury: het kan natuurlijk zijn dat de jury meer vatbaar is voor vooroordelen. In Nederland daarentegen zijn vooral de advocaten aan het woord.” Ze meent dat er eerst gekeken zou moeten worden naar hoeveel en op wat voor manier een dialectspreker aan het woord komt in de rechtszaal, voordat de situaties in Amerika en Nederland vergeleken kunnen worden.

Bovendien is het in Nederland zo dat de meeste dialectsprekers “tweetalig” zijn. Daarmee wordt bedoeld dat zij naast hun regionale dialect ook de taalstandaard spreken, in dit geval Standaardnederlands. “Er bestaan in Nederland bijna geen eentalige dialectsprekers meer”, aldus Smakman. Tweetalige sprekers kunnen hun dialect aanpassen aan de sociale context waarin zij zich bevinden. “Deze mensen zijn heel actief en de hele dag bezig om functioneel met hun dialecten te spelen. Zo kunnen zij zichzelf in iedere sociale context een bepaalde houding geven: praten in de standaard krijgt dan bijvoorbeeld de extra betekenis van zakelijkheid of afstandelijkheid, praten in het regionale dialect krijgt juist de connotatie van intimiteit of samenhorigheid.”

Vertaler?

Rachel Jeantel is echter een voorbeeld van een eentalige dialectspreker. Zij was niet in staat om in de sociale context van de rechtszaal over te schakelen op de taalstandaard. De Zimmerman-zaak en de andere voorbeelden van dialectdiscriminatie die in het onderzoek van Stanford University aan het licht worden gebracht, roepen de vraag op of er bij eentalige dialectsprekers in de rechtszaal geen ‘vertaler’ aanwezig moet zijn, die de getuigenis van dialect naar taalstandaard kan ‘vertalen’ voor de rechter en de jury.

Ook in Nederland zijn er zeker mogelijkheden om de vooroordelen rondom dialecten zo veel mogelijk tegen te gaan. “Vaak worden dit soort dingen echter afgeschoven op de basisscholen”, meent Cornips. “We denken dat jong beginnen met voorlichting en uitleg de oplossing is. Maar op de basisscholen is er al zo weinig tijd om de kinderen alles mee te geven wat we ze willen meegeven.” Cornips vindt het dan ook belangrijker dat er aandacht wordt besteed aan dialectvariatie op pedagogische- en lerarenopleidingen. “Als je ervoor kan zorgen dat leraren geen vooroordelen meer hebben, dan zit je bij de kern van het probleem. Maar het blijft lastig. We hebben het hier over vooroordelen die al ruim tweehonderd jaar bestaan, die zijn moeilijk weg te halen.”

Macht

Smakman denkt dat het niet nodig is om in te grijpen: “Het oplossen van zulke stereotypen is gewoon een natuurlijk, organisch proces.” Hij benadrukt dat er niks inherent doms is aan een dialect en dat dialectsprekers daarom zelf de identiteit en associaties creëren die aan hun dialect verbonden worden. “Er is de laatste jaren ontwikkeling op gang gekomen dat dialectsprekers hoger opgeleid raken”, legt hij uit.

“Ze worden steeds meer tweetalig en zijn steeds bekwamer in het schakelen tussen hun dialect en de standaard. Ik denk dat je juist een bepaalde macht hebt als je functioneel kunt schakelen tussen je dialecten.” Naast de nadelen die aan dialecten kunnen kleven, hebben dialectsprekers dus ook de mogelijkheid er hun voordeel mee doen. Een advies voor alle dialectsprekers in Nederland en daarbuiten: “Je hebt ‘power’ als je kunt variëren, dus geef status aan je eigen dialect.”

KirstenBon



Geef een reactie