Hoe meer talen, hoe meer vreugd?

Foto: United Nations Photo (Flickr: CC BY-NC-ND 2.0)
31 - 03 - 2017 ► 10:24



Taalwetenschappers stellen dat over honderd jaar 6000 van de 7000 talen verdwenen zullen zijn. Dit betekent dat er gemiddeld elke twee weken één taal verloren gaat. Zonde, zou de linguïst zeggen, want er verdwijnt daarmee ook veel kennis. De econoom daarentegen ziet dit als kostenbesparing.

Canichana, Uru, Yurutí, Alanic, Panobo. Dit zijn slechts vijf van de meer dan 500 geregistreerde talen die door de vele jaren heen ‘‘dood’’ zijn gegaan. Op een bepaald punt in de geschiedenis werden er meer dan 10.000 talen gesproken. Dit betekent dat er in de afgelopen eeuwen zeker meer dan 4000 talen verdwenen zijn. Maar de komende eeuw zit zo’n langzame dood van de diversiteit aan talen er niet meer in: steeds meer talen beginnen namelijk steeds sneller uit te sterven. Tegelijkertijd wordt de belangstelling voor een internationale ‘‘reddingsactie’’ groter.

Tegenwoordig wordt verondersteld dat er over de hele wereld iets minder dan 7000 talen worden gesproken. Maar liefst 80 procent van de totale wereldbevolking sprak in 2009 één van de 83 grootste talen. 3000 andere talen worden gesproken door 20,4 procent van de mensen. Slechts 0,2 procent van de wereldbevolking spreekt de resterende 3586 talen. Van deze laatste twee groepen gezamenlijk worden dus 6000 talen als bedreigd beschouwd. En met bedreigd wordt bedoeld: een taal die alle sprekers dreigt te verliezen.

Nattevingerwerk

Uit onderzoek van taalkundige Michael Krauss uit 1992 bleek voor het eerst dat maar liefst 50 procent van alle talen die wereldwijd gesproken werden, niet meer doorgegeven werd aan de nieuwe generatie van sprekers. Hiermee concludeerde hij toen al dat 3000 van de 6000 talen in de loop van de komende eeuw hun laatste adem zouden uitblazen als de tendens zich voortzette. Nu blijkt dat deze een sprint heeft getrokken en Krauss iets te optimistisch is geweest. Of misschien te voorzichtig. De onderzoekers zagen toentertijd de huidige schatting niet aankomen.

Maar in hoeverre kun je dit de onderzoekers kwalijk nemen, want hoe wordt überhaupt zo’n schatting gemaakt? Volgens Willem Adelaar, hoogleraar inheemse Amerikaanse talen aan de Universiteit Leiden, is dit ‘‘een beetje nattevingerwerk’’. Dat betekent natuurlijk niet dat het minder waar is, want het gaat hier niet om een exacte wetenschap. ‘‘Er zijn allerlei mensen bezig met de catalogi van talen. Zij bepalen dat er bijvoorbeeld in Zuid-Amerika nog 500 gesproken talen bestaan.’’ Aan de hand hiervan wordt vervolgens bepaald welke van deze talen bedreigd worden. Onder deze categorie vallen alle talen die kinderen momenteel nog wel leren, maar die niet meer onderwezen zullen worden aan de nieuwste generatie in deze eeuw.

Kolonisatie

Zoals elke gebeurtenis kent ook deze meerdere oorzaken. Om te beginnen speelt het fysieke verlies van sprekers een belangrijke rol. Dit houdt in dat als gevolg van genocide, natuurrampen of soortgelijke oorzaken, alle ‘‘stemmen’’ van een taal in één klap gedoofd worden. Een minder definitieve aanleiding is de ineenstorting van taalgemeenschappen veroorzaakt door onder andere verdringing, assimilatie binnen de dominante bevolking en economische belangen.

Volgens Eithne Carlin, linguïst aan de Universiteit Leiden, is de kolonisatie de grootste boosdoener. ‘‘Die heeft alles uitgewist.’’ Dit heeft volgens haar te maken met een bepaalde arrogantie die de kolonisten met zich mee droegen. ‘‘De kolonisten dachten dat de oorspronkelijke bevolking toch niets te bieden had. Door de verschuiving van de identiteit, die gepaard gaat met diefstal van land en natuurlijke bronnen, zijn veel gekoloniseerde bevolkingsgroepen door de eeuwen heen geconditioneerd tot ondergeschiktheid. Hiermee is de eigenwaarde van deze mensen sterk gedaald.’’

Op die manier ontstaat een dominante taal die vervolgens de macht overneemt op allerlei gebieden. De mainstream media is een goed voorbeeld hiervan. De taal die zij gebruiken voor televisie, radio en gedrukte media representeert de taal die als meest prestigieus wordt beschouwd.

Survival of the Fittest

Naast deze assimilatie is er bij sommige talen ook sprake van gedwongen stopzetting. Dit kwam ook al tijdens de kolonisatie voor: daadwerkelijke onderdrukking in combinatie met een dominante taal op scholen. ‘‘Genocide zonder moord is het eigenlijk’’, zegt Adelaar. ‘‘Vaak zijn er krachten die bewust toewerken naar de verdwijning van talen. Zo zijn er gevallen in Noord-Amerika en Australië waar kinderen van volkeren die hun eigen taal spraken, weggehaald werden bij de ouders en naar kostscholen gestuurd werden waar ze slecht behandeld werden. Het belangrijkste punt was om de taal eruit te halen met alle mogelijke middelen.’’

Hiermee wordt in feite de ‘Survival of the Fittest’-theorie van Darwin ontkracht. Volgens veel mensen is evolutie ook terug te vinden binnen de taalwereld. Dit zou dus betekenen dat de verdwijning van talen een natuurlijk proces is waar wij geen controle over hebben. Net als bij dieren en planten zouden alleen de sterkste talen overleven. Sommige talen verdienen het om te ‘‘leven’’, terwijl andere ten dode opgeschreven zijn. Klinkklare onzin, aldus elke linguïst. Talen zijn geen soorten die simpelweg uitsterven. ‘‘Het is pure dwang en onderdrukking’’, aldus Adelaar.

Identiteit

Documentatie is dé redder in nood voor wie taalsterfte een probleem vindt. ‘‘De laatste twintig, dertig jaar is men zich erg voor dit probleem gaan interesseren. Er zijn allemaal programma’s ontstaan waarbij mensen geholpen worden om hun taal te blijven spreken en ontwikkelen. Sommige hiervan slaan wel aan en andere niet’’, legt Adelaar uit. Een voorbeeld van zo’n programma is het Endangered Languages Documentation Programme.

Succes of geen succes, feit is dat door de grote belangstelling voor uitstervende talen revitalisatie is voorgekomen. ‘‘Een treffend voorbeeld hiervan is die van de taal van de Wilamowice-gemeenschap in Polen. Dit Germaanse dialect, dat uit de Middeleeuwen lijkt te stammen, is door de jongeren van de gemeenschap, één dorp, weer tot leven gebracht. Hiervoor werd het nauwelijks nog gesproken’’, licht Adelaar toe.

Maar hiermee is het probleem niet opgelost. Er zijn nog genoeg andere talen die om hulp schreeuwen, zoals het Tunayana-Katwena en Kari’na. Er gaat namelijk wel degelijk iets verloren: een deel van de identiteit van de sprekers. Mensen worden deels gedefinieerd door de taal die ze spreken. Door middel van onze moedertaal voelen we ons verbonden met anderen. Ook wordt hiermee een gemeenschap van sprekers gecreëerd. Voor Carlin betekent taal nog veel meer: ‘‘Hierin verschuilt zich een hele cultuur. Een andere taal spreken, is de wereld op een andere manier zien. Het is een andere manier van denken. Waarom zouden we dit willen missen?’’

Ziekte

Naast de culturele kennis gaat ook een rijke biologische wetenschap verloren. Hierbij gaat het dus om traditionele namen van planten en kruiden in de natuur die alleen bekend zijn binnen bepaalde bevolkingsgroepen. Zo hebben de Cherokee, een inheemse Amerikaanse bevolkingsgroep, woorden voor alle soorten bessen, stengels, varenbladen en paddenstoelen in de regio. De relevantie hiervan ligt overigens niet alleen in de traditionele naam. Deze woorden geven namelijk ook aan welke eigenschappen ze hebben: is het eetbaar, giftig, en is het van medisch belang?

Carlin benadrukt dat het probleem niet simpelweg wordt opgelost door het documenteren van talen. ‘‘We vergeten dikwijls te luisteren. Ook vergeten we naar de context te kijken van woorden. Zo speelt binnen de biologische relevantie bijvoorbeeld de conceptualisatie van ziekte een belangrijke rol. De westerse wereld ziet ziekte als iets dat in ons zit, terwijl de inheemse groepen ziekte ervaren als iets dat ons omringt. Wij zitten dus in de ziekte.’’ Daarom is niet alleen kennis van een taal een vereiste, maar ook een heel andere aanpak en houding.

Duistere toekomst

Dat geldt natuurlijk alleen voor de mensen die vinden dat de verdwijning van talen een probleem is dat opgelost moet worden. Voor veel economen daarentegen is het maar goed dat steeds meer talen verdwijnen, aangezien daarmee ook veel onnodige kostenposten wegvallen. Bijvoorbeeld voor taalcursussen die binnen bedrijven gegeven worden. Daarnaast creëert de verscheidenheid aan talen volgens deze groep alleen maar taalbarrières tussen landen. Het zorgt niet alleen voor minder werkmigratie, maar ook ingewikkeldere integratie.

Maar zoals Adelaar stelt: ‘‘Zijn alleen economische motieven belangrijk? Natuurlijk speelt de economie een rol, want zij geeft mogelijkheden om iets te doen met je identiteit en kennis. Maar of dit ook betekent dat je die identiteit en kennis overboord moet gooien, omdat dat beter is voor de economie?’’

Ondanks alle programma’s en instituties die opgericht zijn om talen te documenteren, is de kans heel groot dat de schatting werkelijkheid wordt. ‘‘Ik voorzie een heel duistere toekomst’’, aldus Carlin. ‘‘Daarom moeten we bedenken hoe we op een moderne en hippe manier jongeren een taal kunnen laten spreken.’’ Dit vereist volgens haar een goed lesmodel, maar wel één gecreëerd door de inheemsen zelf. Ondertussen gaan de linguïsten door met de documentatie in de hoop zoveel mogelijk talen te redden. En als men over honderd jaar dit artikel niet meer kan lezen, weten we dat het al te laat is.

mlvk



Geef een reactie

artikelen van mlvk:
Hoe meer talen, hoe meer vreugd?