De een is hoogsensitief, de ander gewoon gevoelig

Foto: Gary Ullah (Flickr, CC BY 2.0)
19 - 04 - 2016 ► 12:26



Drukke winkelstraten, felle lichten en harde geluiden. De een is er gevoeliger voor dan de ander, sommige mensen zelfs overgevoelig. Oftewel, ze zijn hoogsensitief. Ze worden overweldigd door indrukken van alledag. Diegenen die er veel last van hebben, kunnen hulp zoeken bij psychologen en natuurgeneeskundige therapeuten. Maar niet iedereen erkent het bestaan van hoogsensitiviteit: ‘Je moet er geen etiket op plakken.’

‘Ik heb een rijke complexe innerlijke belevingswereld.’ ‘Ik kan diep ontroerd raken door kunst en muziek.’ ‘Ik voel me ongemakkelijk als er veel om me heen gebeurt.’ Dit is zomaar een greep uit stellingen van de online zelftesten die binnen een mum van tijd bepalen of je hoogsensitief bent of niet. Grote kans van wel, want een op de vijf personen is hooggevoelig. Althans, dat beweert de Amerikaanse psychologe Elaine Aron die twintig jaar geleden de wereld liet kennismaken met hoogsensitiviteit.

Hoogsensitiviteit is volgens Aron een aangeboren eigenschap van het zenuwstelsel. Hoe zit dat precies? Je zenuwstelsel bestaat uit je hersenen, je ruggenmerg en zenuwen. Deze zenuwen geven alle prikkels die je opvangt, van geluiden tot geuren, aan je hersenen door. Wanneer je hersenen meer informatie ontvangen dan verwerken, is je ‘prikkelgrens’  overschreden. Door al die extra prikkels zijn hoogsensitieve personen, ook wel HSP-ers genoemd, vaak vermoeid. Bovendien ervaren ze stemmingswisselingen, zijn ze sneller gestrest en raken ze van streek door onvriendelijke opmerkingen. Het liefst vermijden ze de drukte van alledag.

Maar hoogsensitief zijn is niet alleen kommer en kwel. HSP-ers voelen namelijk feilloos sfeer en stemmingen aan, kunnen zich goed inleven in anderen en merken elk klein detail op in een situatie. Bovendien kunnen ze intens genieten van muziek, kunst en de natuur. HSP-ers zijn nieuwsgierig, creatief en plichtsgetrouw. Volgens Aron hebben ze een soort zesde zintuig, waardoor hun intuïtie ook vaak klopt.

Yvonne Hendriks vindt ook dat HSP-ers iets extra’s hebben. Ze is natuurgeneeskundig therapeut en heeft een eigen praktijk in Maastricht. Ze leert HSP-ers om te gaan met de dagelijkse prikkels die hen te veel worden. ‘Hoogsensitiviteit is een karaktereigenschap die niet weg te poetsen is. Dat moet je ook niet willen, want het is een mooie eigenschap.’

Eye-opener
Vóór 1996 had nog nooit iemand van het hele begrip ‘hoogsensitiviteit’ gehoord. Dat sommige mensen gevoeliger waren dan anderen, was bekend. Maar hoogsensitief? Aron hield in 1991 veertig diepte-interviews met mannen en vrouwen, die merkten dat ze gevoelig waren voor prikkels. Daarnaast hield ze een telefonische steekproef onder driehonderd personen. Aan de hand van de antwoorden creëerde Aron een vragenlijst, de zogeheten High Sensitivity Scale, die ze verspreidde over duizenden Amerikanen. Twintig procent van de respondenten bleek hoogsensitief. Ofwel, ze hadden Sensory-Processing Sensitivity. Zo luidt immers de wetenschappelijke naam voor hoogsensitiviteit, al klinkt de laatste toegankelijker.

Aron, zelfbenoemd HSP-er, verwerkte haar bevindingen in het populairwetenschappelijke boek The Highly Sensitive Person.  Het werd een bestseller en was tegelijkertijd een eye-opener voor veel mensen. Eindelijk wisten ze waar hun gedrag en gevoelens vandaan kwamen. Ze hadden geen afwijking of stoornis. Ze zijn een ‘bijzonder soort mens’, zo categoriseert Aron HSP-ers in haar boek. Hoogsensitiviteit is geen stoornis, maar een aangeboren eigenschap. Niets meer en niets minder. Aron is is dan ook fel tegen de vermelding van hoogsensitiviteit in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM). Het boek, in het Nederlands vertaald als het Handboek voor de classificatie van psychische stoornissen, is een naslagwerk voor de gezondheidszorg en definieert psychische stoornissen.

Mensen die willen weten of ze HSP-er zijn, kunnen daarentegen de zelftest van Aron invullen. Deze bevat zevenentwintig stellingen. Ben je het eens met veertien of meer, dan ben je waarschijnlijk hoogsensitief. Als je één of twee stellingen als uitzonderlijk waar beschouwt, kun je jezelf ook HSP-er noemen.

Anna Bosman, hoogleraar Dynamiek van leren en ontwikkeling aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, is het niet eens met deze maatstaf: ‘Zulke criteria worden door ons mensen vastgesteld. Zoveel mensen zijn het met tien stellingen eens, zoveel mensen met twintig. Dan zegt Aron: bij vijftien vind ik dat je hoogsensitief bent. Waarom wordt die grens zo bepaald?’

Disco
Aron beweert tevens dat HSP-ers onderling verschillen. Zo breekt ze met het vooroordeel dat HSP-ers enkel verlegen en introvert zijn. Volgens haar onderzoek is dertig procent van de HSP-ers namelijk sociaal extravert. Deze categorie voelt zich juist prettig te midden van een grote groep mensen. Bosman heeft het niet zo op het labelen van een groep mensen. Ze vindt dat Aron zich juist op het individu moet richten: ‘Alle psychologische onderzoeken gaan over groepen. Psychologisch onderzoek is over het algemeen geen goed wetenschappelijk onderzoek.’

Toch lijken steeds meer mensen zich te herkennen in de kenmerken van hoogsensitiviteit. Ze delen hun ervaringen op internetfora en zoeken bevestiging via online zelftesten. Het internet puilt uit van die testen, dus na een paar muisklikken weet je of je HSP-er bent of niet. Bosman herkent zich in een aantal kenmerken van hoogsensitiviteit, maar zegt zelf geen HSP-er te zijn. Volgens haar hangt je gevoeligheid af van de context: ‘In de ene situatie reageer je gevoeliger dan in de andere. Ik geloof sowieso niet dat je hoogsensitief bént, zoals iemand blauwe ogen heeft. Aron kan niet bewijzen of iemand wel of niet hoogsensitief is. Je kunt ook niet aantonen of iemand neurotisch is. Het is zeker waar dat sommige mensen gevoeliger zijn voor bepaalde zaken zijn dan anderen, maar je moet er geen etiket op plakken.’

Dat etiket wordt er wel degelijk opgelegd, ook door onze maatschappij. Hoogsensitiviteit zou een modeverschijnsel zijn. Een hype. HSP-ers worden aanstellers en watjes genoemd. Maar is hoogsensitiviteit niet vooral een ‘hype’ vanwege onze huidige Westerse samenleving? Een maatschappij waarin je tegenwoordig moét presteren en sociaal moét zijn,  en waarin dagelijks veel indrukken op ons afkomen. Bosman: ‘We staan voortdurend bloot aan internet, aan social media. Als je kijkt naar hoeveel reclame er is. Mensen willen een soort erkenning dat het hen te veel wordt en dan is het altijd fijn om te zeggen: ik heb iets. Maar zo moet het niet zijn.’ Hoe moet het dan wel zijn? Bosman noemt een voorbeeld uit haar jeugd: ‘Ik wilde vroeger niet naar de disco, want ik werd gek van die flitsende lichten. Dan zeiden mijn vrienden toch ook niet dat ik niet normaal was. Ze accepteerden dat ik niet meewilde.’

Treintje
Desalniettemin zijn er HSP-ers die hun heil zoeken in antidepressiva, ondanks mogelijke bijwerkingen als angsten en hartkloppingen. Ze hopen zo hun stemmingswisselingen en lusteloosheid te onderdrukken. Volgens Aron raakt het serotoninegehalte van HSP-ers sneller op.  Serotonine is een chemische stof in de hersenen, die invloed heeft op onder andere je stemming, zelfvertrouwen en geheugen. Hendriks heeft op zich niks tegen HSP-ers die antidepressiva slikken: ‘HSP-ers hebben een innerlijke weerstand tegen medicijnen. Soms willen ze dan toch die medicatie, omdat ze simpelweg anders niet kunnen functioneren in het maatschappelijke leven. Ik wil absoluut niet de arrogantie hebben om voor hen te beslissen of die medicatie goed of slecht is.’

Aron adviseert HSP-ers eerder natuurlijke geneesmiddelen te gebruiken, mits die niet te krachtig zijn. Muziek luisteren en wandelen werken ook heilzaam. En therapie. Maar in hoeverre kun je kosten voor alternatieve consulten afdragen bij je zorgverzekering? De beroepsorganisatie Belangen Associatie Therapeut en Consument (BATC) zet zich al jaren in om natuurgeneeskundige behandelingen, zoals die van Hendriks, te laten vergoeden door zorgverzekeraars. Met succes. Verschillende zorgverzekeraars, zoals FBTO en AGIS, zeggen immers zulke behandelingen via een aanvullende zorgverzekering te vergoeden. De therapeuten moeten wel aangesloten zijn bij BATC. Maar of  therapie voor HSP-ers nog in de toekomst wordt vergoed, valt te betwijfelen. Volgens de beroepsorganisatie proberen zorgverzekeraars therapeuten  uit te sluiten van vergoedingen vanwege budgetmotieven en hen te beperken in hun beroepsuitoefening.

Therapie is niet altijd de uitkomst, volgens Bosman. Ze vindt dat sensitieve mensen vooral aan zichzelf moeten werken: ‘Als je goed nadenkt, is therapie niet nodig. Je moet weten waar je je wel en niet aan moet onttrekken.’ Bosman vindt het echter geen kwalijke zaak dat therapeuten HSP-ers begeleiden: ‘Ze moeten alleen niet propageren dat hoogsensitiviteit iets echts is.’  Volgens Hendriks is therapie wel van belang voor HSP-ers: ‘Het belangrijkste is dat HSP-ers echt willen veranderen. Als dat zo is, gaat het treintje heel snel. Maar ik ben enkel iemand die het proces begeleidt. Ik zeg niet: ik ga dat probleem oplossen.’

Maar wat is hoogsensitiviteit nu eigenlijk? Het zou niet wetenschappelijk bewezen zijn. Oftewel: hoogsensitiviteit zou niet bestaan. Hendriks begrijpt wel dat de wetenschap kritisch is: ‘Ik ben het ermee eens dat hoogsensitiviteit moeilijk te bewijzen is. Maar wij mensen willen nou eenmaal bewijzen en controle hebben. De wetenschap wil ook controle hebben op datgene wat we weten.’ Ze oppert dat hoogsensitiviteit wel bestaat: ‘Ik snap wel dat wetenschappers het vanuit hun wetenschappelijke visie als niet bestaand beschouwen. Zo zijn er verschillende meningen over allerlei fenomenen en dat mag. Zo zitten mensen in elkaar.’ En Aron? Zij vindt dat HSP-ers trots moeten zijn op hun eigenschap. En als het even tegenzit, dan adviseert Aron in haar boek: ‘Houd het onder controle en ga lekker door.’

Foto discobal: Gary Ullah (Flickr, CC BY 2.0).

Dominique Hofman



Geen reacties mogelijk.

artikelen van Dominique Hofman:
Kinderexpertise belangrijk in ontwerpproces
De een is hoogsensitief, de ander gewoon gevoelig
‘Jonge managers worden niet serieus genomen’