achtergrondartikel
Drugsgebruik onder jongeren: gevaar of genot?

Het stijgende aantal doden en ernstige gezondheidsincidenten doen het Trimbos Instituut de noodklok luiden: drugsgebruik onder uitgaande jongeren wordt steeds normaler en dit is een trend die zo snel mogelijk gekeerd moet worden. Drugsonderzoeker Ton Nabben is het hier niet mee eens en ook de jongeren zelf lijken de noodkreet van het Trimbos Instituut niet al te serieus te nemen: “Ik zie drugsgebruik niet als een gevaarlijk iets. Ik doe het voor de lol en ik weet wat ik doe.”

Jongeren lijken de laatste jaren steeds meer ecstasy en andere uitgaansdrugs te gebruiken. Dat blijkt uit de Strategische Verkenning Uitgaansdrugs 2015, een rapport dat in februari van dit jaar is uitgebracht door het Trimbos Instituut, in opdracht van staatssecretaris van VolksgezondheidMartin van Rijn. Dat is nog niet alles: het taboe om eigen drugsgebruik te bespreken en zichtbaar onder invloed te zijn van drugs, wordt steeds kleiner. De 22-jarige studente Beau* uit Amsterdam gebruikt ongeveer één keer per maand ecstasy en vindt het juist fijn dat ze er met vrienden en kennissen open over kan praten: “Je hoort van elkaar wat de risico’s zijn en wat erbij hoort. Ik denk dat het gebruik van uitgaansdrugs op deze manier juist het veiligst is.” Ferry Goossens, wetenschappelijk medewerker bij het Trimbos Instituut en projectleider en co-auteur van de strategische verkenning, denkt daar anders over: “Wij merken dat er behoefte is aan een nieuwe preventie-aanpak.”

Goossens baseert zijn zorgen op eigen onderzoeken van het Trimbos Instituut, groepsgesprekken met jongeren en experts, en cijfers. Goossens: “Die groep jongeren was een gemêleerde groep, bestaande uit zowel veelgebruikers, als mensen die maar af en toe drugs gebruiken op een feestje of festival, de zogenoemde recreatieve gebruikers.”  De cijfers stammen vooral uit het jaarlijkse Antenne-onderzoek in Amsterdam van het Bonger Instituut. Dit is het enige onderzoek waarin het drugsgebruik onder (uitgaande) jongeren recentelijk is gemeten en vergeleken kan worden met voorgaande jaren. Klein nadeel: deze cijfers gaan, inderdaad, alleen over Amsterdam.

Goossens geeft toe dat cijfers die een landelijke stijging aantonen, nu nog ontbreken. “Later dit jaar zullen wij een onderzoek presenteren met die cijfers. Dat wordt echter gehouden onder een bredere bevolkingsgroep, dus we moeten afwachten in hoeverre die cijfers onze uitspraken onderschrijven.” Maar zelfs als dat niet het geval is, durft Goossens te stellen dat er sprake is van een serieus probleem. “Uiteraard zijn we voorzichtig met deze conclusie, maar wij trekken die niet zomaar. Wij zijn een onderzoeksinstituut, dit is ons dagelijks werk.”

Voorlichten zullen we

Volgens Ton Nabben, als docent en drugsonderzoeker verbonden aan de UvA en het Bonger Instituut en betrokken bij het Antenne-project, is dit precies het probleem van de strategische verkenning van het Trimbos Instituut: “Naar mijn mening is het allemaal zo paniekerig. De focus in deze verkenning ligt vooral op het gevaar, in plaats van op de aanknopingspunten voor gecontroleerd gebruik. De heersende instituties, zoals het Trimbos, zijn allemaal erg gericht op de preventie en de risico’s.” Volgens Nabben zou er meer onderzoek moeten komen naar bijvoorbeeld verschillende gebruikersgroepen en settings, zoals stad versus platteland. “Er is in deze verkenning nauwelijks aandacht voor specifieke risicogroepen in het uitgaansleven, maar de groep die ze omschrijven is de upperground: hoogopgeleide, recreatieve gebruikers die buiten het reguliere uitgaanscircuit feesten. Dat is wel degelijk een specifieke groep. Maar de grond waarop ze uitspraken doen en informatie vergaren over deze specifieke groep, is veel breder.”

Het Bonger Instituut doet onder meer etnografisch onderzoek naar drugsgebruik onder verschillende gebruikersgroepen. Nabben: “Wij zitten diep in die scene, kennen ‘m op ons duimpje, weten wat er speelt.” Ook Nabben ziet dus dat het drugsgebruik onder jongeren genormaliseerd is, maar vindt dat niet per se iets negatiefs. Normalisering is namelijk ook ergens over kunnen praten. “Terwijl ecstasygebruikers met elkaar discussiëren over het gebruik, de risico’s en de gevaren om een verantwoord gebruik in de hand te houden, heerst binnen de instituties de overtuiging dat ecstasy een maatschappelijk probleem is dat moet worden aangepakt. We leven in een risicomaatschappij. Alles is een risico, ook volgens het Trimbos.”

Het Trimbos Instituut blijft in Nabbens optiek erg hangen in het ouderwetse stramien van de voorlichters. “Weet je wel, dat ‘wij zijn de voorlichters, dus wij gaan voorlichten, en voorlichten zullen we!’”, terwijl er volgens Nabben nog een hele onofficiële voorlichtingswereld onder de drugsgebruikers zelf leeft, vaak van een nog hoger niveau dan dat van de officiële instituties. Deze wereld speelt zich onder andere af op het internet, waar wetenschap en persoonlijke ervaringen elkaar kruisen. Dankzij internet is het vinden van informatie over drugs, maar ook het spreken en discussiëren over risico’s, gevaren en het plezier van drugs een stuk eenvoudiger geworden, maar ook complexer, zegt Nabben. “De manier van hoe mensen op internet tegen de risico’s en gevaren van drugs aankijken, staat vaak in contrast met die van de officiële gezaghebbende bronnen.”

Mainstream versus upperground

Volgens Trimbosmedewerker Goossens is de normalisering op zich niet zozeer opvallend, als wel de groep waarvoor dit geldt. Het opvallende aan deze generatie drugsgebruikers, de festivalgeneratie, is dat deze bestaat uit wat Goossens ‘mainstreamjongeren’ noemt. Waar drugsgebruik voorheen iets was voor een specifieke groep als ‘de hippies’ of ‘de gabbers’, zijn het nu ‘gewone’ jongeren en studenten die drugs gebruiken. Daarnaast is de groep groter geworden. “Er wordt binnen een veel bredere groep veel opener en gewoner over drugsgebruik gesproken.”

Nabben is het daar maar deels mee eens. Veel van de aangehaalde onderzoeken in de strategische verkenning gaan over hoger opgeleide jongeren, studenten, waarvan naar verwachting een fors deel in (studenten)steden woont. Toch gaat het volgens hem hier niet om de ‘mainstreamjongeren’, maar dus om de upperground, een groep tussen underground en mainstream in. Een groep die losgaat buiten het reguliere uitgaanscircuit, op festivals en raves, en die steeds op zoek is naar iets nieuws. “Neem nou bijvoorbeeld de voormalige club Trouw in Amsterdam. Het heeft iets undergroundish, maar het is toegankelijker dan de echte undergroundplekken. De lui die naar clubs als Trouw gaan, daar hebben we het over.”

Foto: Mixtribe Photography, Flickr  (CC BY 2.0)
Foto: Mixtribe Photography, Flickr (CC BY 2.0)

Nabben maakt zich helemaal niet zo’n zorgen over deze groep drugsgebruikers. “Ze zijn op de hoogte van de risico’s. Daarnaast zijn er binnen de normalisering ook grenzen van wat niet normaal meer is. Met name binnen deze upperground heersen er informele regels en is er informele controle, omdat er zo open over gepraat wordt. Ze zijn niet stom.” De 24-jarige student Daniël* uit Leiden is het hiermee eens. “Mijn vrienden en ik gebruiken eigenlijk altijd wel ecstasy als we naar een feestje of festival gaan. Ik zie het niet als iets gevaarlijks, omdat we weten wat we doen. Ik wil de mogelijke gevaren van ecstasygebruik echt niet bagatelliseren, maar wat kan ik zeggen? Ik weet waar ik mee bezig ben.”

Gezond spul

Een ander belangrijk aspect waarom Nabben zich niet zo’n zorgen maakt over de besproken groep drugsgebruikers in de strategische verkenning, is dat deze groep voornamelijk ecstasy gebruikt. Ecstasy is goedkoop en goed beschikbaar, vandaar. “Hoe aantrekkelijker en makkelijker de drug, hoe populairder, dat spreekt voor zich. De zuiverheid van de markt speelt hierbij een grote rol. Lange tijd heeft ecstasy een vrij louche imago gehad, tot ecstasy weer zuiver en sterker werd. Het imago werd daardoor rond 2010 beter.”

Dat ecstasy een gevaarlijke partydrug is, is volgens Nabben een hardnekkig misverstand. De ongemakkelijke waarheid is namelijk dat MDMA (de werkzame stof in ecstasy) een naar verhouding onschuldig middel is. Vergeleken met andere middelen (onder andere alcohol, tabak en cocaïne) wordt MDMA ook door experts als betrekkelijk mild beschouwd. “Ecstasy is een relatief gezond middel, het enige nadeel is dat je er acuut aan dood kan gaan bij verkeerd of overmatig gebruik. Dat is de pest”, grinnikt Nabben met een knipoog. Toch beklijft het beeld van de gevaarlijke drug en volgens Nabben hebben de media en instituties hier een groot aandeel in. “De drie ‘ecstasydoden’ tijdens het Amsterdam Dance Event in 2014 zijn een voorbeeld van een proces van risico-uitvergroting waarbij het probleem fors werd opgeblazen door de media en instituties.”

Part of the experience

“Uitgaansdrugs horen heel erg bij een bepaalde levensfase. Wat dat betreft maak ik mij meer zorgen over alcohol. Alcohol blijf je je leven lang drinken”, zegt Nabben. Daarnaast zegt het feit dat de groep recreatieve festivalgebruikers eigenlijk alleen gebruikt tijdens het uitgaan en op festivals, volgens hem heel veel. “Ze denken erover na, bereiden zich erop voor.”  Daniël sluit zich hierbij aan: “Ik word er weleens moe van dat mijn generatie in de media en door instituties wordt weggezet als die hedonistische jeugd van tegenwoordig met hun uit de klauwen gelopen drugsgebruik. Ik vind het gewoon leuk om af en toe ecstasy te gebruiken, that’s it.”

Maar dat mensen het gewoon leuk vinden om drugs te gebruiken, is volgens het Trimbos Intituut niet de voornaamste reden voor het drugsgebruik onder jongeren. De strategische verkenning noemt meerdere mogelijke verklaringen. “Dat jongeren drugs gebruiken uit nieuwsgierigheid, omdat ze het leuk vinden of omdat het erbij hoort, zijn de basisverklaringen, die zeker ook gelden”, aldus Goossens. Uitgaansdrugs zouden echter ook een middel zijn om te ontsnappen aan de hoge maatschappelijke druk om te presteren in de huidige maatschappij en om het volwassen worden uit te stellen.

Waarschijnlijk geldt dit inderdaad voor de problematische veelgebruiker. De vaag rijst echter of de redenen voor het gebruik van uitgaansdrugs onder de recreatieve gebruikers ook zo diep liggen. Goossens: “Wij hebben gekeken naar aspecten die specifiek typerend zijn voor dit tijdsbeeld, voor deze generatie. Deze generatie moet veel, de druk ligt hoog en er heerst wel degelijk een behoefte aan ontsnappen uit het dagelijks leven. Daarnaast heeft deze generatie ook meer ruimte om te experimenteren.”

“Ik gebruik echt alleen drugs omdat ik het leuk vind en ik ben ermee begonnen uit pure nieuwsgierigheid”, aldus Beau. “Ik heb niet het gevoel dat ik wil ontsnappen aan de realiteit en de druk om te presteren. Na een drukke periode in m’n studie kan ik me erg verheugen op even goed los gaan op een feestje, maar dat is denk ik echt wat anders.”

Volgens Nabben heeft het alles te maken met de festivalcultuur en zijn drugs  part of the experience. Het drugsgebruik, en dan met name ecstasygebruik, hoort er gewoon bij voor de upperground. “Ik begrijp dat staatssecretaris Van Rijn een onderzoek op touw heeft gezet, maar dit is niet de groep waar we ons het meeste zorgen over moeten maken. Ik maak mij meer zorgen over bijvoorbeeld de groeiende groep lager opgeleiden die GHB gebruikt, ook nog eens een veel schadelijkere drug. Er zit een wereld van verschil tussen de groep hoog opgeleide drugsgebruikers, en de groep laag opgeleide drugsgebruikers. De groep die nu onder vuur ligt, is een generatie die inderdaad de ruimte heeft om te experimenteren en die dat ook doet. Maar ze weten wat ze doen, uitzonderingen uiteraard daargelaten. Het is een fase en het hoort bij de levensstijl van dit soort twintigers. Echt, zie het als een uiting van vitalisme, niet als een uiting van escapisme.”

*De namen van Beau en Daniël zijn op verzoek van de geïnterviewden gefingeerd.

09 - 05 - 2015 |
Jamie Schemkes