Babylab Leiden neemt kijkje in babyhersenen

Claartje Levelt en Stephan Huijbregts aan het werk met de NIRS-scanner
09 - 03 - 2012 ► 10:11



Reageren babyhersenen anders op ‘kiekeboe!’ dan op helikoptergeronk? Dat gaat het Babylab van de Universiteit Leiden uitzoeken met een nieuwe scanner, ‘een babyvriendelijk alternatief voor de MRI-scan’. Een interview met kindertaalspecialist Claartje Levelt en neuropsycholoog Stephan Huijbregts.

Wat doet de NIRS-scanner?
Levelt: “Het belangrijkste wat de scanner doet: activiteit lokaliseren in de hersenen. Taal en sociale cognitie worden bij volwassenen op specifieke plekken in de hersenen verwerkt. Wij weten niet hoe die functies tijdens de ontwikkeling op die plekken terecht komen. Daar kunnen we nu met behulp van deze scanner achter komen.”

Is het schadelijk?
Levelt: “Nee, de NIRS-scanner meet op een veilige en verantwoorde manier de hersenactiviteit. Het is juist een babyvriendelijk alternatief voor de MRI-scan. Kinderen tot acht jaar mogen van de ethische commissie niet zonder medische indicatie in een MRI-scan. Daarin moet je namelijk heel stil liggen, en jonge kinderen kunnen dit niet, tenzij je ze verdooft. Bij de NIRS-scanner is dat niet nodig.”

Hoe werkt het?
Levelt: “De baby krijgt een hoofdband met LED-lampjes en lichtdetectoren op. De lampjes schijnen infrarood licht door de schedel en de cortex. Dit licht komt met een boogje weer terug en wordt opgepikt door de detectoren op de hoofdband. Een gedeelte van het licht wordt in de cortex geabsorbeerd door hemoglobine, eiwit in het bloed. Op deze manier kan je het verschil in intensiteit meten tussen de lichtsterkte die erin gaat en die eruit komt.”
Huijbregts: “In een actief hersengebied neemt de bloedtoevoer, en dus de hemoglobine, toe, waardoor op die plek meer licht wordt geabsorbeerd. De lichtreflectie op een bepaalde plek is dus een indirecte maat van de hersenactiviteit van die plek.”

Wat wordt het eerste onderzoek dat jullie gaan uitvoeren met de NIRS-scanner?
Levelt: “We gaan eerst een onderzoek uit London herhalen. Dit onderzoek is al vaker gedaan, als het bij ons werkt, dan weten we zeker dat de machine werkt.”
Huijbregts: “De baby ziet op een tv-scherm bijvoorbeeld iemand die ‘kiekeboe’ zegt, dus een sociale stimulus, of juist iets mechanisch, bijvoorbeeld een helikopter met draaiende propeller. Ondertussen meten we de lichtreflectie in de orbitofrontale cortex. De verwachting is dat deze reflectie anders is bij sociale stimuli dan bij mechanische stimuli, omdat de orbitofrontale cortex een belangrijke rol speelt bij sociale cognitie. Dus bij sociale stimuli zou er meer hersenactiviteit te zien moeten zijn op deze plek.”

En als de NIRS-scanner de test doorstaat?
Huijbregts: “Ik heb onderzoek gedaan naar mensen die prenataal aan tabaksrook zijn blootgesteld. Daaruit bleek dat deze mensen als volwassene agressiever zijn. Bij hen is ook de cortex dunner. We weten verder helemaal niets over de tussenliggende tijd, tussen prenataal en volwassen. We willen nu kijken of je bij baby’s al verschillen kan zien tussen de baby’s die niet aan tabaksrook werden blootgesteld tijdens de zwangerschap en baby’s waarbij dit wel het geval was.”

De onderzoekers hopen voor de zomer te kunnen starten met het eerste onderzoek.

Ellen Nieuwenhuijze



Geen reacties mogelijk.

artikelen van Ellen Nieuwenhuijze:
Behandeling vreemdelingen botst met internationaal recht
Wetenschap in 2 minuten
Babylab Leiden neemt kijkje in babyhersenen